Te globaal voor gebruik

Peter van der Krogt: Globi Neerlandici. The production of globes in the Low Countries 663 blz., geïll., HES 1993, ƒ 900,-

Er bestaat een genootschap voor: het Coronelli-Gesellschaft für Globen- und Instrumentenkunde en er is zelfs een tijdschrift met de uitnodigende naam Der Globusfreund, maar verder komt de moderne mens toch weinig met globes in contact. In speelgoed- en in kaartenwinkels kom je ze wel tegen, in reisbureaus staan ze soms in de etalage, maar in kantoorboekwinkels zijn ze gedegradeerd tot punteslijper. Verder staan ze opgesteld in historische musea. Het nadeel daar is dat ze nooit goed te bekijken zijn, omdat ze in een vitrine staan. De delen die het dichtst bij de bezoeker zijn, de evenaar en de aangrenzende zeeën en landen zijn nog wel te bestuderen, maar dan alleen maar één helft van de aarde omdat de achterkant naar de muur staat gekeerd. En zelfs als men om de vitrine heen kan lopen, blijft het moeilijk om gedetailleerd te bekijken wat zich nou precies aan de noord- en de zuidkant afspeelt. Wie te veel wil zien stoot bovendien zijn hoofd tegen het glas.

Globes zijn uit. Men is vertrouwder met atlassen en kaarten. Dat is jammer want het voordeel van globes is nu juist dat ze een realistisch beeld geven van de vorm van de aarde en dat de onderlinge afstanden op het aardoppervlak eveneens reëel zijn weergegeven. Dat is op een tweedimensionale wereldkaart onmogelijk.

Voor de ware globevriend is nu een boek verschenen dat wel het standaardwerk mag heten op het gebied van de Nederlandse globes. De auteur, de Utrechtse historisch geograaf Van der Krogt, heeft al eerder uitvoerig op dit gebied gepubliceerd. Het nu verschenen boek is er een gedetailleerde uitwerking van zijn vroegere studies. Het boek kreeg zijn titel Globi Neerlandici in navolging van het magnum opus van de nestor van de Nederlandse historische cartografie C. Koemans Atlantes Neerlandici. En ook bij Van der Krogt: een gedetailleerde technische en cartografische beschrijving van elke globe, een transcriptie van de verklarende tekst in de cartouches en vermelding van de verblijfplaatsen van getraceerde exemplaren. Maar het is meer dan een formele beschrijving van de honderden Nederlandse globes van de vroege 16de tot de late 19de eeuw die Van der Krogt heeft geïnventariseerd. In het eerste van de twee delen geeft hij namelijk een overzicht van de ontwikkeling van de Noord- en Zuidnederlandse globeproduktie en behandelt hij ook het gebruik dat de bezitters ervan maakten.

Unica

De Europese globetraditie begint in de tweede helft van de 15de eeuw in Zuid-Duitsland. Daar, in kringen van cartografen, geografen en stimulerende handelsmagnaten, werden de eerste globes gefabriceerd waarbij het er vooral om ging de pas verworven nieuwe inzichten over Amerika, Azië en de noordelijke poolgebieden weer te geven. Het waren unica: met de hand op een bol van papier maché getekende of in een metalen bol gegraveerde voorstellingen van het aardoppervlak. Ze rouleerden in kleine kring.

Men kan dan ook pas van een werkelijke globeproduktie spreken toen men voorgedrukte kaarten op een globe ging plakken, zodat ze in serie gemaakt konden worden. Dat men een tweedimensionale kaart niet klakkeloos op een bol kon plakken stond wel vast, maar hoe het dan wel moest, daar is nog heel wat cartografisch gereken, geteken, geknip en geplak aan te pas gekomen. Van der Krogt legt zakelijk uit hoe men deze problemen overwon en ten slotte uitkwam op het drukken van de wereldkaart die in het noorden en in het zuiden uitliep in spits uitlopende van elkaar gescheiden geren, die men, als de ruimte daartussen was uitgeknipt, op de bolvorm naar elkaar vouwde en naadloos aan elkaar kon plakken. Zo werd een realistische weergave van de aarde gevormd.

Van der Krogt onderscheidt enkele hoofdperiodes in de Nederlandse globeproduktie. De eerste fase begon in de 16de eeuw in Leuven en Antwerpen in de kringen rond Mercator. Daarop volgt een creatieve Noordnederlandse periode tot ongeveer 1640, in welke periode de meest vernieuwende globes werden gemaakt. De absolute hoogtijdagen van de Nederlandse globeproduktie vielen in de tweede helft van de 17de eeuw. De produktie was geconcentreerd in Amsterdam en daar weer gemonopoliseerd door twee elkaar beconcurrerende firma's: Blaeu en Hondius. Zij maakten steeds meer, grotere, mooiere en beter gedrukte globes. Blaeu was daarbij in het voordeel omdat hij de officiële cartograaf van de Oostindische Compagnie was en daardoor steeds de meest recente observaties van de teruggekeerde zeevaarders ontving. Die kon hij ogenblikkelijk in zijn kaarten en globes verwerken.

Globi Neerlandici besteedt ook uitvoerig aandacht aan het gebruik van globes. Dat tilt dit monumentale boek uit boven de louter technische en bibliografische beschrijving. Globes hebben een rol gespeeld bij de voorbereidingen voor de vroegste grote oceaanvaarten. Met globes kom men de mogelijke vorm van het aardoppervlak veel aanschouwelijker maken dan op kaarten en bovendien de rotatie van de aarde adstrueren. In die vroege periode zijn ook wel globes mee aan boord gegaan, maar later speelden ze als nautisch instrument geen rol. Men voer op kaarten, niet op het kleine globe-oppervlak, dat letterlijk alleen een globaal inzicht gaf. Globes speelden wel een rol bij het onderwijs in de kosmografie (aard- en hemelkunde). Dat gold zowel voor de aard- als voor de hemelglobe, die doorgaans in paren werden gemaakt en verkocht.

Leesportefeuille

In de 18de eeuw, toen leden van de burgerij zich organiseerden in geleerde, weetgierige genootschappen, moet de globe een instructieve rol hebben gespeeld. Zo vond de auteur het verslag van een leesgenootschap te Cadzand, dat als motto voerde 'Men leest tot vorming van't verstand, tot eer van God en van Cadzand'. Voor 43 gulden en 19 stuivers schafte het genootschap in 1790 een hemel- en een aardglobe aan, compleet met opbergdozen en het bijbehorende instructieboek. Dat was bijna de helft van het jaarbudget. Elk lid mocht de bollen een tijd in huis hebben om ze te bestuderen: het systeem van de leesportefeuille. Wie een vlek op het landgedeelte maakte kreeg een boete van vier stuivers, op zee was minder erg: twee stuivers. Als iedereen aan de beurt was geweest werd er onder het genot van veel pijpgedamp over gediscussieerd.

Voldeed de globe nog als educatief instrument om de basiskennis van geografie over te brengen, haar praktische rol raakte toch uitgespeeld. Daar stond tegenover dat de globes een symbolische functie kregen. Voor de ware geleerde in de hoogtijdagen van de Nederlandse globeprodukie waren de aard- en hemelglobes vooral een decoratief statussymbool. Zij sierden de bibliotheek van de geleerde burgers. De afbeelding van globes ziet men dan ook vaak als teken van geleerdheid op titelprenten van boeken.

Globi Neerlandici is een monument voor de Nederlandse globe. Het is royaal uitgegegeven, goed gedrukt en met zijn 600 afbeeldingen rijk geïllustreerd. De prijs is hoog en zal velen afschrikken om zich door middel van dit boek tot globevriend te laten bevorderen. Die prijs ligt nog hoger dan die van de duurste globe die ik op een winkeltocht heb aangetroffen: een aardglobe voor 785 gulden.