Sommigen in Athene aarzelen over wijsheid van het Albanie-beleid

ATHENE, 10 SEPT. “Bliksemsnelle repercussies” had de Griekse minister van buitenlandse zaken Papoulias aangekondigd voor het geval de vijf leiders van de Griekse minderheid in Albanie tot gevangenisstraf zouden worden veroordeeld, wat inmiddels is gebeurd. De maatregelen die hij bekendmaakte _ terugroeping van de ambassadeur in Tirana en voorlegging van de zaak aan internationale lichamen waaronder de EU, die vandaag een informele ministersconferentie houdt _ hadden het karakter van een anti-climax en de rechtse oppositiepers schreef meteen dat de omzichtige minister de Albanezen “nog steeds met een fluwelen handschoen aanpakt”.

Maar binnen de regering waren er ook andere geluiden. De hardste figuur, minister van openbare orde Papathemaelis sloot zich aan bij oppositieleider Evert die vijf minuten na de bekendmaking van de vonnissen in Tirana had gezegd dat de Albanezen van niet-Griekse afkomst tot de laatste man uit Griekenland moeten verdwijnen. Papathemaelis is verantwoordelijk voor de operatie waarbij tot nu toe (volgens Athene) zo'n 35.000 op een totaal van naar schatting 250.000 Albanezen over de grens werden gezet. De laatste dagen is een richtlijn van kracht voor het veiligheidspersoneel “vriendelijk en onberispelijk op te treden”. Papathemaelis zelf zei gisteren dat de Albanese president Berisha “maar een taal verstaat: die van het geweld en de vuiststoot”.

Verder werd de grens voor elk personenverkeer uit Albanie gesloten, zodat ook personen met een visum _ inclusief Griekssprekenden _ niet binnen konden komen. Dit was een andere maatregel waarom Evert had gevraagd, maar welke minister hiervoor verantwoordelijk was bleef onduidelijk.

Veel Grieken beginnen er achter te komen dat deze operaties, die tot nu toe niet bepaald onberispelijk en vriendelijk verliepen, dreigen de wereldopinie wederom tegen Griekenland in het harnas te jagen, hoeveel ook tegen het proces kan worden ingebracht. Net als bij de Macedonische kwestie bederven de Grieken hun gelijk. Een bekend pianiste, Dora Bakopoulou, stelde dinsdagavond het concert dat zij met het Barokensemble Atheneum uitvoerde in het teken van een protest tegen de jacht op Albanezen, die niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor wat de Albanese president Berisha doet. In haar orkest zitten enkele Albanezen.

Opvallender was dat zowel de premier als de minister van buitenlandse zaken van de vorige regering, Mitsotakis en Papakonstandinou, zich afzetten tegen hun onervaren partijleider Evert (die vorig jaar in het parlement uitriep dat Noord-Griekenland en Noord-Epirus hetzelfde was), door te waarschuwen tegen een toenemend Grieks isolement. Laatstgenoemde pleitte voor het aangaan van een dialoog _ “Griekenland is immers de sterkste” _ terwijl Mitsotakis kwam met de hier ongehoorde uitspraak “Je kunt niet altijd gelijk hebben en de anderen altijd ongelijk”.

Voor de bezadigde minister Papoulias breken moeilijke tijden aan. Hij hoopt op een gratie, die volgens velen onder Amerikaanse druk door president Berisha over de “vijf” zal worden uitgesproken. Maar de scherpslijpers hier, zoals partijleider Samaras, stellen dat zo'n gratie niet moet worden verwelkomd of aanvaard omdat zij acceptatie van de spionageaanklacht inhoudt. Papathaemelis noemt het “een val”.

Papoulias' aangekondigde politiek van public relations zal weinig uitrichten, ook al is zonneklaar dat over het nu afgesloten proces weinig goeds valt te zeggen. Misschien alleen dat er zoveel waarnemers bij werden toegelaten, die zich dan ook allemaal _ met inbegrip van de Poolse CVSE-waarnemer Andrzej Zeplinski, ondanks aanvankelijke verwarring _ vernietigend uitlieten over opzet en rechtsgang.

Een van Papoulias' problemen zal zijn dat zijn regering een veto heeft uitgesproken over economische hulp in EU-verband voor Albanie tot een bedrag van 35 miljoen ecu. Binnen de EU beginnen die Griekse veto's langzamerhand zo'n irritatie te wekken dat in het gezaghebbende Atheense ochtendblad Kathimerini al de vrees is uitgesproken dat de Elf dit zullen laten meetellen als zij zich op 19 september moeten uitspreken over het Griekse convergentieplan. Het gaat om een zuiver economische aangelegenheid en de Griekse ministers waren optimistisch omdat de economie deze zomer eindelijk enige gunstige cijfers vertoont, maar de ministers van buitenlandse zaken van Duitsland, Engeland en Nederland zouden hun collega's van de Ecofin enkele eigen “notities” kunnen voorleggen, aldus ziet de Kathimerini aankomen, het woord “chantage” nog vermijdend.