Schönberg Kwartet doet recht aan muzikale ontwikkeling Pijper

Herdenkingsconcert Willem Pijper door het Schönberg kwartet. Programma: de Vijf Strijkkwartetten. Gehoord 8/9 in de tuinzaal van Museum Boymans-van Beuningen.

Het meest intrigerende aan de componistenfiguur Willem Pijper is wel dat hij een eeuw na zijn geboortejaar nog altijd omstreden is. Algemene bekendheid heeft zijn muziek nooit gekregen, maar Pijper is wel geboekstaafd als de grootste Nederlandse componist tussen de beide wereldoorlogen, de eerste tevens die in staat was het buitenland te imponeren. Drastische omwentelingen in de muziekproduktie van de jaren zestig hebben de waardering voor Pijpers volstrekt unieke oeuvre tot een minimum teruggebracht en ook de jongste componistengeneratie heeft er niet veel mee op. Niettemin worden er deze maand vooral in Rotterdam, waar hij van 1930 tot zijn dood in 1947 conservatoriumdirecteur was, tal van herdenkingsconcerten aan hem gewijd en verscheen gisteren het toonaangevende muziektijdschrift Mens & Melodie als een speciaal herdenkingsnummer.

“Wanneer de betekenis van Pijpers muziek beter was gezien, dan zou ze niet op de verkeerde manier bewonderd zijn om vervolgens op de verkeerde manier te worden bekritiseerd. Pijper is een groot componist omdat hij zich niet afkeerde van de uitwerking van zijn ideaal”, kan men daarin lezen. Dat is taal naar het hart van wie deze krachtige persoonlijkheid hebben gekend. Iedereen in zijn omgeving wist het: kom niet aan met slappe halfslachtigheid.

Streng was Pijper, voor anderen maar zeker voor zichzelf. Hij volgde niemand, hij leidde. Zijn oriëntatie op de Franse muziek was nieuw, die op de polyfonie van de Nederlandse renaissance componisten, bij hem voerend tot pluritonaliteit en polymetriek, evenzeer. Wie met hem sprak werd getroffen door zowel het waarheidsgehalte als de rake bondigheid van zijn beweringen. In zijn talloze essays, maar ook in zijn muziek vindt men dit scherpe intellect terug, zo goed als de mildheid van de analyticus die doorgronden kon wat duister leek.

Luisterend naar de vijf strijkkwartetten die Pijper tussen 1914 en 1946 schreef, ontvouwde zich gisteren stap voor stap de rigoreuze ontwikkeling die zijn muzikale denken heeft doorgemaakt. Het Schönberg Kwartet, dat deze stukken op verzoek van de Engelse platenmaatschappij Olympia heeft opgenomen, vertolkte ze ondanks de onbarmhartige akoestiek van de kale tuinzaal van Museum Boymans-Van Beuningen met toewijding en bevlogenheid, jeugdig bewogen in het eerste kwartet, geserreerd-intellectueel in de drie volgende uit de experimentele jaren twintig en met warme resignatie in het onvoltooid gebleven vijfde. Jammer slechts van de niet ter zake doende verbale onderbrekingen. Zij verstoorden nodeloos de luisterconcentratie waar Pijper recht op heeft. Géza Frid plaatste hem op één lijn met Bartok en Ravel. Geflatteerd misschien, maar het kan zijn dat Frid het toch vrijwel bij het rechte eind heeft gehad.