Populair, ijdel en eenzaam

De Britse militair historicus Alistair Horne rekent veldmaarschalk Montgomery de gehele verantwoordelijkheid voor het militaire fiasco van de luchtlandingen bij Arnhem toe. Hij legt het zwaartepunt van Montgomery's zondenregister bij een beoordelingsfout die hij twee weken eerder in Antwerpen maakte.

Alistair Horne with David Montgomery: The Lonely Leader. Monty 1944-1945 381 blz., geïll., Macmillan 1994, ƒ 62,85

In heel het Britse Leger was geen grotere showman dan veldmaarschalk Montgomery. Zijn overtocht op 24 maart 1945 bij Wesel over de Rijn was een theaterstuk dat zijn weerga in de geschiedenis niet kende. Montgomery had er alleen al zestigduizend man van de genie voor te hulp geroepen om de dertig geallieerde divisies over de ontzagwekkend brede rivierovergang te leiden.

Monty had niets aan het toeval overgelaten en zijn immense strijdmacht van tweehonderdvijftigduizend man, die de eindoverwinning in zicht had, omgeven met een escorte van duizenden vliegtuigen en een vloot van zeewaardige stormboten. Om het terrein voor de overtocht te effenen had de Britse veldmaarschalk de RAF gevraagd een bommentapijt op Wesel te leggen. De bestelling werd nauwkeurig uitgevoerd en na zevenduizend vluchten stond er in Wesel geen gebouw meer overeind. Ongehinderd konden Montgomery's praalwagens de rivier oversteken, van de oever gadegeslagen door de Britse premier Churchill en diens legerchef Brooke, die voor de gelegenheid uit Londen waren overgevlogen om deze zorgvuldig geregisseerde set piece crossing, tevreden aan hun sigaren trekkend, als eregasten bij te wonen.

Voordat de Britse karavaan de Noordduitse Laagvlakte binnentrok, had Montgomery in de hem kenmerkende stijl een marsorder uitgevaardigd, die eindigde met de aansporing: “Daar gaan we, de Rijn over. Ik wens jullie goede jacht aan de andere kant”. En nadat hij zijn troepen moed had ingesproken riep de Grote Jachtmeester vervolgens de zegen van de Heer der Heerscharen in. “May 'The Lord Mighty in battle' give us the victory in this our last undertaking, as He has done in all our battles since we landed in Normandy on D-Day”.

In een groot deel van de literatuur overschaduwt het theatrale aspect ten onrechte het vakmanschap van de veldheer Montgomery. De militair historicus Alistair Horne heeft dat aspect in zijn recente biografie redelijk geproportioneerd. Hij heeft Montgomery's breedmakerij in een relativerend kader geplaatst, zonder diens verwatenheid te ontzien en diens kwaliteiten te kleineren. Hoewel hij Montgomery ten volle verantwoordelijk stelt voor de desastreuze operatie-Market Garden in Arnhem en ook diens overige fouten niet bagatelliseert, meet Horne Montgomery's kwaliteiten rechtvaardig uit en geeft hij argumenten die pleiten voor diens genie. Dat neemt niet weg dat Montgomery zijn leven lang in de weer was zijn eigen kwaliteiten te ondergraven door altijd en overal de betweter uit te hangen.

De bevelhebber van het Britse Leger te velde had de onhebbelijkheid de meeste Amerikaanse generaals met wie hij te doen kreeg, als militaire dilettanten te beschouwen en sommigen als kwajongens te bejegenen. Was het daarbij gebleven, dan hadden ze hem in Amerikaanse kring nog wel geduld als die excentrieke ijdele Engelsman, maar Montgomery las alle Amerikanen de les, tot en met zijn baas, de geallieerde opperbevelhebber generaal Eisenhower toe, die tenslotte zelfs niet meer zijn natuurlijke diplomatie wist te bewaren en de communicatie met hem verbrak. Eisenhower, die geen briljant bevelhebber was maar wel de vereiste tact had om alle prima donna's onder zijn bevel in het gareel te houden, leek onbeledigbaar, maar uit zijn dagboeken bleek later dat hij diep gekwetst was door Montgomery's aangeboren anti-Amerikaanse gezindheid.

En het waren niet alleen de Amerikanen die de arrogante Montgomery niet konden uitstaan. In zijn eigen kring had de Held van Alamein ook formidabele vijanden. Tedder, Eisenhowers plaatsvervanger in het geallieerde opperbevel, meende dat Montgomery's tactiek niet deugde en drong regelmatig bij het War Office op het ontslag van Montgomery aan. Dat lokte dan weer tegenaanvallen uit, waarin Montgomery het ontslag van Tedder eiste. Montgomery wist het altijd beter, zijn oplossingen voor strategische en tactische problemen waren altijd de beste, zijn inzichten in de strijdplannen en de psychologie van de tegenstander waren altijd superieur en hij vond bovenal dat het Britse leger beter vocht en een sterker moreel had dan het Amerikaanse leger, dat in zijn ogen een verwend en overbetaald gezelschap was.

Niettemin was Montgomery een door en door professioneel militair, een groot trainer van zijn soldaten en een inspirerend commandant. The very soldier's soldier: een bevelhebber met een grenzeloze populariteit, die door zijn naaste medewerkers, zeer jonge verbindingsofficieren die de basis van zijn alziendheid vormden, op handen werd gedragen. Ook bij de troepen kon Montgomery geen kwaad doen. Zijn geheim was zijn sympathie voor de soldaat en zijn vermogen zijn geestdrift en optimisme op de gewone man over te brengen. Maar de niet-rokende en niet-drinkende altijd populaire soldatenvriend die Horne van hem schetst was een intens vereenzaamd man. Vrienden had hij niet, collega's nam hij niet in vertrouwen en na de dood van zijn vrouw in 1938, die hem zeer aangreep, was hij 'getrouwd met het leger'.

Om het moreel van het Britse Leger, dat in 1940 in Duinkerken een geweldige deuk had opgelopen, op te krikken, sprak hij in '43 en '44 alle garnizoenen die onder zijn bevel stonden persoonlijk toe. Het waren geweldige massabijeenkomsten, die er op de propagandafoto's uitzien als de circusvoorstelling van een muis in een uitverkocht huis. Als Montgomery sprak, tsjilpten zelfs de mussen niet meer. Het was een absolute voorwaarde dat er tijdens zijn toespraken zelfs niet mocht worden gekucht, maar de troepen kregen op die opwekkingsbijeenkomsten een medicijn toegediend dat erin ging als nectar. Als de Grote Baas - die zonder zijn baret een klein tenger ventje was - uitgesproken was, werd er gejoeld en gejuicht, en konden de Engelsen de oorlog niet meer verliezen.

“Juist toen niemand meer in de overwinning geloofde, maakte Montgomery een geweldige indruk”, schreef de latere onder-secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Brian Urquhart, die in '44 eerste inlichtingenofficier van het Britse luchtlandingsleger was. Urquhart had een vernietigend oordeel over de operatie-Market Garden, maar hij bewonderde Montgomery's trainerscapaciteiten. “Wat hij verder ook geweest moge zijn, Montgomery was een genie in mentale en in militaire training, en in beide sferen hadden we daaraan een schreeuwende behoefte. Ik herinner me niet meer precies wat hij zei, maar hij leek ons zowel persoonlijk als collectief in vertrouwen te hebben genomen, en we verlieten de bioscoop met het gevoel dat we eindelijk een bevelhebber hadden die de zaken in de hand had.” Montgomery herstelde in die pep-talk het aangetaste zelfrespect van de Britse soldaat en bracht hem het geloof bij dat hij sterker was dan de Duitse soldaat. Hij had daar een term voor bedacht die als een wachtwoord zou gaan fungeren: binge, wat zoveel betekende als geloof in eigen kracht, maar dan tweekeer zoveel. Als een peloton of een bataljon maar genoeg binge bezat, kon de Britse soldaat niets gebeuren.

Voor zijn tactische inzichten hebben de Amerikaanse generaals met wie hij het geallieerde front deelde, nooit veel gegeven. Ze verweten hem traagheid en overbedachtzaamheid in Normandië, omdat hij te veel tijd nam om de Duitsers in Caen en Falaise op de knieën te dwingen. Maar sommige Amerikaanse generaals die op Montgomery's vakmanschap afdongen (zoals de megalomane Patton) werden door jaloezie verteerd omdat Montgomery in december '44 de Amerikanen door Rundstedts Ardennen-offensief had gesleept. Rundstedt verraste de nonchalante Yankees, die zich door een trage reactie uiteen lieten drijven, en slaagde er bijna in enkele Amerikaanse divisies in te sluiten. Slechts dank zij het resolute ingrijpen van Montgomery - aan wie Eisenhower op het laatste moment de redding van de Amerikanen opdroeg - werd de Duitse aanval afgeslagen. De Britse veldmaarschalk, die in de ogen van Patton c.s. eigenlijk een overleefd curiosum was, had de Amerikanen uit de nesten geholpen, maar bovenal les in tactiek gegeven.

Alistair Horne's oordeel over het aandeel dat Montgomery in de bevrijding van Europa heeft gehad is genuanceerd positief, met uitzondering van zijn optreden in het najaar van 1944. In tegenstelling tot auteurs als Chester Wilmot (die de bevrijding van Europa als oorlogscorrespondent voor de BBC meemaakte) en Alan Moorehead (die een toegewijde aanhanger van Montgomery was) laat Alistair Horne niets heel van Montgomery's tactische concepten van 'Antwerpen' en 'Arnhem', die hij beschouwt als een complex van blunders met rampzalige gevolgen.

Horne is de eerste Britse militair historicus die Montgomery de gehele verantwoordelijkheid voor het fiasco van de luchtlandingen bij Arnhem toerekent, en het zwaartepunt van die verantwoordelijkheid legt bij een beoordelingsfout die hij twee weken eerder maakte. In het begin van september had Montgomery Antwerpen voor het grijpen, maar doordat hij zich rijk rekende aan de verovering van de stad liet hij de Duitse legermacht die nog daarachter ingesloten zat 'lopen', waardoor hij von Zangens Vijftiende Leger in staat stelde over de Schelde te ontkomen. Volgens het geallieerde hoofdkwartier ontsnapten langs die weg honderdduizend man, die nog nauwelijks aan de strijd hadden deelgenomen en nog geen oorlogsmoeheid in de benen voelden. Onder die ontsnapte troepen bevonden zich de Duitse pantserdivisies die veertien dagen later met gepoetste kanonnen (op hun gevreesde Tiger-tanks) de 1e Britse Airborne Divisie in Arnhem opwachtten.

Volgens Horne is intussen onomstotelijk komen vast te staan dat Montgomery's verwaarlozing van Antwerpen 'een van de grootste vergissingen' is geweest die hij in de Tweede Wereldoorlog heeft gemaakt, nog groter dan zijn onderschatting van de Duitse tegenstand in Arnhem - die uiteraard uit die eerdere misrekening voortvloeide. Dat is altijd de wonderlijke tegenstrijdigheid in de verdediging van de Britse veldmaarschalk geweest: Montgomery heeft in zijn memoires zijn beoordelingsfout in Antwerpen toegegeven, zonder in te zien, althans te erkennen, dat hij daarmee de enorme Duitse tegenstand in Arnhem over zichzelf en de Airborne Divisie had afgeroepen. Integendeel, alle vooraanstaande Engelse militairen hebben na de oorlog in zijn voetsporen hun opperste verbazing over de aanwezigheid van zoveel Duitse troepen in Arnhem uitgesproken.

Montgomery vergiste zich zelfs dubbel in de Duitsers: hij meende niet alleen dat er vrijwel geen Duitse sterkte meer in Arnhem was (wat enkele dagen vóór de luchtlandingen al was tegengesproken door gedocumenteerde inlichtingen van de Nederlandse ondergrondse), maar ook dat de Duitsers in hun 'terugtrekstemming' niet meer tot vechten bereid waren. Alistair Horne geeft voor die vechtlust een verklaring, die voor zo ver ik weet nieuw is, maar niet al te overtuigend. Hij legt een verband met het Morgenthauplan, een op 15 september '44 door de Amerikaanse minister van financiën Henry Morgenthau gelanceerd economisch herstelplan, dat voorzag in de algehele ombouw van de Duitse industriestaat tot een agrarische staat (die dus ook de wapenindustrie met de grond gelijk maakte). Volgens Horne was dit plan, dat een heel nieuwe betekenis gaf aan het begrip 'onvoorwaardelijke overgave', een godsgeschenk voor Goebbels, die er nieuwe adrenaline aan ontleende om de Duitse legers tot een laatste fanatieke krachtsinspanning op te zwepen. Behalve Montgomery was dus ook Morgenthau een van de oorzaken van de geallieerde nederlaag in Arnhem!

Overtuigender is Horne in de argumentatie waarmee hij afrekent met de theorie dat de operatie-Market Garden 'een brug te ver' was. Montgomery had volgens hem de geallieerde legermacht die de vijf bruggen over de Nederlandse rivieren moest veroveren om een opening naar de Noordduitse Laagvlakte te maken niet zoveel noordwaarts moeten laten gaan, maar al vóór Nijmegen naar Duitsland moeten laten afbuigen (zodat Arnhem gespaard was gebleven). Om in Wesel te komen, waar hij oorspronkelijk de luchtlandingen had gepland, had hij de Rijnbrug in Arnhem niet nodig. Horne vergeet hier overigens nog een brug, die Montgomery zelfs geheel over het hoofd had gezien, namelijk die over de IJssel bij Westervoort, die de Geallieerden na Arnhem nog hadden moeten veroveren.

Niet het minst pikante element in deze nieuwe Britse kritiek op Montgomery is de naam van Horne's co-auteur David Montgomery. De enige zoon van de Britse veldmaarschalk - de tegenwoordige drager van de titel Montgomery of Alamein - heeft weliswaar niet meegeschreven, maar de research ervoor gedaan en, blijkens het Voorwoord, alle conclusies van Horne over zijn vader onderschreven.