Pleidooi voor hulp EU bij sanering militaire terreinen

LEEUWARDEN, 10 SEPT. De Europese Unie moet fondsen beschikbaar stellen voor hergebruik en sloop van grote militaire terreinen en gebouwen in Oost-Europa. Dat zei leider Thomas Friis Konst van het project Decode gisteren in Leeuwarden. Hier waren de negen leden van de Europese projectgroep uit Szczezin (Polen), Bedford, Portugal en de Friese hoofdstad zelf bijeen voor een internationale conferentie over het hergebruik van militaire objecten.

Het was de vierde bijeenkomst van Decode, wat staat voor Diversification and Economic Conversion of Defense Industries. Door de ontspanning en daaruit voortvloeiende ontwapening zijn tientallen bases in Oost- en West-Europa inmiddels gesloten. Leeuwarden heeft ervaring met het omvormen van militaire complexen voor een ander doel: de oude Prins Frederik-kazerne werd in de jaren tachtig verbouwd tot appartementencomplex en de militaire vliegbasis Leeuwarden wordt sinds enkele jaren tevens gebruikt voor burgerluchtvaart. Vanaf 'Airport Leeuwarden' vinden jaarlijks ongeveer 100 meest kleinere zakenvluchten plaats van en naar Europese bestemmingen: een unicum in Europa.

De Decode-werkgroep werd een jaar geleden opgericht en zal eind dit jaar met aanbevelingen komen. De Europese Unie stelde ruim 2,5 ton beschikbaar om onderzoek te doen naar economische alternatieven voor leegstaande militaire complexen. Het vervolgprogramma van Decode zal speciale EG-fondsen vragen om steun voor Oost-Europa, aldus Friis Konst, omdat de problemen daar het grootst zijn. In Szczezin zijn bij voorbeeld twee grote militaire terreinen die twee jaar geleden zijn verlaten door het Sovjet-leger. Op het terrein van een van de bases, Kluczewo, woonden naar schatting tienduizenden Russische soldaten met hun gezinnen in honderden appartementen. Hier ook stonden in nu lege hangars 200 bommenwerpers klaar voor missies tegen doelen in Groot Brittannië en de Benelux. Friis Konst is er onlangs met enkele Decode-leden geweest: “Het is een enorm groot terrein. Een soort spookstad eigenlijk. Er lopen ratten en wilde honden rond. We kregen soms de tranen in de ogen.” Nog erger dan de verpaupering is de ernstige bodemverontreiniging. Het Sovjetleger bleek bij het olieverversen van de tanks door de jaren heen liters olie te hebben gemorst, die op vier meter diepte in het grondwater terechtkwamen. Een sanering wordt door burgemeester Zbigniew Zalewski van Szczecin geschat op 300 miljoen dollar. De grondwatervervuiling baart hem grote zorgen, omdat de drinkwatervoorziening van de stad hierdoor in gevaar kan komen. Friis Konst: “Je kunt rustig spreken van een ecologische ramp. Je ziet nu al dat er in de sloten meer olie dan water is.” Een oplossing ziet hij zo gauw niet. Voor een deel van de gebouwen is een sloop het enige alternatief, stelt hij, “want niemand wil het kopen.” Ze verbouwen tot appartementencomplexen zoals in Leeuwarden is naar zijn oordeel vrijwel onmogelijk, hoewel er in Polen woningnood heerst. “Het probleem is dat de mensen niet staan te springen om er te gaan wonen. Ze beschouwen de barakken toch als onderkomens van de gehate bezetter. Bovendien kun je je afvragen of de omgeving geschikt is zolang er geen bodemsanering heeft plaatsgevonden.”

Decode-deelnemer Roger Wilson uit Bedford noemde de demilitarisatie één van de meest onderschatte problemen van dit moment. Het schoonmaken van alle militaire terreinen in de Verenigde Staten wordt volgens hem geschat op maar liefst 25 miljard dollar. Twintig kilometer van Bedford liggen vier Brits-Amerikaanse vliegbases, waarvan drie inmiddels zijn gesloten. De vierde moet binnen drie jaar dicht zijn. Door de sluiting verdwijnen 5000 banen in het gebied. Het 500 hectare grote terrein is door de verontreinigde grond in zijn ogen nu praktisch waardeloos geworden. Volgens Wilson moeten de regeringen van de deelnemende landen geld beschikbaar stellen om de bases te ontmantelen en ze om te vormen voor andere doelen, zoals burgervliegvelden. Privé-investeerders die hier geld in willen steken, moeten worden aangemoedigd, vindt hij. Vanuit de werkgroep zou ook een expertisecentrum moeten worden opgezet van waaruit kennis beschikbaar kan worden gesteld, meent Wilson. Friis Konst denkt aan de inzet van onder meerNederlandse technici die in Oost-Europa bodemsaneringsprojecten zouden kunnen uitvoeren. “De technische kennis in die landen zelf is te beperkt.”