Ook langdurig werklozen kunnen rekenen op intensieve aandacht

E.J. Bomhoff hield op de opiniepagina van 29 augustus een pleidooi voor privatisering van de Arbeidsvoorziening. Rients de Boer heeft wel begrip voor de roep om de marktwerking, maar Bomhoff gebruikt volgens hem verkeerde argumenten en onjuiste getallen.

De afgelopen weken is er van verschillende kanten een pleidooi gehouden voor het privatiseren van de openbare Arbeidsvoorziening. Inderdaad moet al datgene wat goed door de markt kan worden afgewikkeld, niet via het budgetmechanisme lopen. Maar dan moet de markt wel de gewenste oplossing bieden. En dat is helaas niet altijd het geval. Het is dus een kwestie van wikken en wegen. Ook Bomhoff deed dat in NRC Handelsblad van 29 augustus.

Bomhoff vindt dat Arbeidsvoorziening moet worden geprivatiseerd. Als onderbouwing haalt hij het betoog over de arbeidsbureaus aan van prof. Buitendam in het Tijdschrift voor Politieke Economie. Hoe meeslepend en boeiend de betoogtrant ook is, het verhaal is feitelijk onjuist.

Bomhoff stelt: “Die (de Arbeidsvoorziening; RdB) kost 2,2 miljard gulden per jaar maar heeft een marktaandeel in het vervullen van alle vacatures dat wordt geschat op niet meer dan 12 procent.”

Om te beginnen drukt de Arbeidsvoorziening niet voor 2,2 miljard gulden maar voor 1,8 miljard op de Nederlandse schatkist. Het Europees Sociaal Fonds (ESF) stelt ruim 300 miljoen per jaar aan Nederland ter beschikking voor de financiering van scholingsprojecten voor werklozen. Deze projecten worden opgezet en uitgevoerd door overheden (met name gemeenten) en bedrijfsleven. De bijbehorende financieringsstroom verloopt via Arbeidsvoorziening. Ongeveer 100 miljoen verkrijgt Arbeidsvoorziening uit retributies; dat wil zeggen de betaalde dienstverlening.

De prestaties die daar tegenover staan, zijn ook van een heel andere orde dan Bomhoff stelt. Ons marktaandeel is niet twaalf maar ruim dertig procent. Ongeveer één op de drie vacatures in ons land wordt dus door Arbeidsvoorziening vervuld.

Bomhoff heeft ook al een goede bestemming voor het geld: “De 2,2 miljard belastinggeld die nu opgaat aan de officiële arbeidsvoorziening zijn dan beschikbaar voor directe subsidies aan werkgevers wanneer ze een langdurig werkloze of gebrekkig opgeleide landgenoot in dienst nemen.”

Een aardige, maar niet bijster originele gedachte. In feite gaat het al aardig in die richting. Op jaarbasis geeft Arbeidsvoorziening ongeveer 800 miljoen aan scholing(-subsidies) en ruim 250 miljoen aan loonkostensubsidies uit. Deze zijn allemaal gericht op en bestemd voor langdurig werkloze en gebrekkig opgeleide landgenoten.

Uit de resterende middelen moet ook nog de uitvoering van een aantal wettelijke taken en het beheer van de organisatie worden gefinancierd. Voor het feitelijke bemiddelingsproces van werkzoekenden zet Arbeidsvoorziening dus niet 2,2 miljard in, maar ongeveer 650 miljoen. Nog steeds een respectabel bedrag ten laste van de belastingbetaler, terwijl uitzendbureau Randstad - aldus Bomhoff - leeft van de bijdragen van de werkgevers. Bomhoff suggereert hiermee dat Randstad en Arbeidsvoorziening hetzelfde doen. Maar dat ligt toch wel een tikkeltje anders. Onze collega's in de uitzendbranche helpen mensen aan een baan, dat wel, maar het is een tijdelijke baan. De gemiddelde uitzendbaan duurde in 1993 54 dagen en maar liefst 57 procent van de plaatsingen duurde korter dan één maand. Gelukkig vindt een aantal werkzoekenden via deze weg ook een vaste baan - in 1993 ongeveer 35.000 - maar de hoofdmoot blijft toch tijdelijk werk en dat geldt vooral voor de laag- en ongeschoolden.

Arbeidsvoorziening richt zich op een heel ander marktsegment, de vacatures voor vaste banen. De banen met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde en onbepaalde tijd. Bovendien plaatst Arbeidsvoorziening een flinke groep langdurig werklozen; ongeveer 20 procent van het totaal aantal plaatsingen. Bij de commerciële bureaus is het aandeel van de langdurig werklozen in het totaal 5 procent.

De conclusie van Bomhoff: “De commerciële uitzendbureaus helpen dan ook viermaal zoveel mensen aan een baan en bovendien zonder dat het de belastingbetaler een cent kost. (...)” is derhalve onjuist.

Bomhoff onderbouwt zijn stellingname voor privatisering door genoemd betoog van professor Buitendam. Volgens Bomhoff verdedigt deze onder meer de stelling, dat Arbeidsvoorziening besloten heeft zich niet meer in te spannen voor de zogeheten 'moeilijke werklozen'. Daardoor vervalt de bestaansgrond van Arbeidsvoorziening en de claim op subsidie.

Wie echter het artikel van Buitendam leest, komt tot de verbazingwekkende conclusie, dat deze stelling niet in dat artikel is terug te vinden. Buitendam betrekt in een boeiend betoog - als het gaat om Arbeidsvoorziening - de stelling, dat de openbare Arbeidsvoorziening bij de arbeidsallocatie veel meer een regisserende dan een uitvoerende taak moet vervullen. Een interessante benadering, die echter niets van doen met het buiten de deur zetten van 'moeilijke werklozen'. Maar ook al heeft Buitendam de Arbeidsvoorziening dit verwijt niet gemaakt, anderen hebben dat wel gedaan; bijvoorbeeld verschillende Kamerleden en de VNG. Er is op dit punt blijkbaar verwarring, zeker als men bedenkt dat er helemaal niet is besloten om zich niet meer in te spannen voor de 'moeilijke werklozen'; integendeel.

Wat is er dan wel aan de hand? Ruim een jaar terug constateerde het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA) dat temidden van een in het algemeen opgaande lijn bij het beheer en de dienstverlening van Arbeidsvoorziening de plaatsingsresultaten van langdurig werklozen achterbleven bij de taakstellingen. En juist omdat Arbeidsvoorziening als maatschappelijke taakopdracht heeft de moeilijker delen van de markt te bedienen, was dat onaanvaardbaar. Het CBA besloot om op dit belangrijke beleidsonderdeel de zaken fundamenteel aan te pakken. Op basis van een aantal werkconferenties met consulenten van Arbeidsbureaus en sociale diensten van gemeenten, gevolgd door een vijftal bestuursconferenties met leden van de regionale besturen heeft het CBA een nieuwe aanpak en werkwijze geformuleerd voor het vraagstuk van de langdurige werkloosheid. In dit proces van beleidsformulering is heel indringend het specifieke probleem van een groep van in het algemeen zeer langdurig werklozen door onze consulenten in de schijnwerpers geplaatst. Een aparte groep binnen het bestand van langdurig werklozen, die door persoonlijke kenmerken een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Deze groep vormt in feite geen reëel concurrerend (te maken) aanbod meer.

Voor alle duidelijkheid; (zeer) langdurig werklozen, die wel gemotiveerd zijn en door scholing, training en werkervaring en via trajectbemiddeling weer kunnen worden teruggeleid naar de arbeidsmarkt, behoren wel degelijk tot de verantwoordelijkheid van Arbeidsvoorziening.

Maar nu de groep met de onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt door persoonlijke kenmerken. Daar horen bij mensen die absoluut niet (meer) willen en mensen die door geestelijke, maatschappelijke of andere problemen absoluut niet (meer) kunnen. Deze groep van 'vergeten' langdurig werklozen bestaat al sinds het midden van de jaren tachtig. Iedereen wist of kon van het bestaan van deze groep weten. Maar er is altijd heel verhullend over gedaan. De politiek, de Arbeidsbureaus, de sociale diensten; niemand wist er goed raad mee. Het gevolg laat zich raden: deze groep werd onder het vloerkleed geschoven. Aan die onwaardige situatie wil Arbeidsvoorziening nu een eind maken. Alleen zijn wij niet bij machte om dat zelf ter hand te nemen. De organisatie beschikt niet over de middelen en de deskundigheden om deze groep te helpen. Daarom stellen wij voor om in samenwerking met de gemeentelijke sociale diensten deze mensen via maatschappelijke zorg, de welzijnsinstellingen, het RIAGG en vele andere deskundige organisaties te behandelen en zo mogelijk weer geschikt te maken voor scholing, training en werkervaring. Want als dat weer tot de mogelijkheden behoort dan is Arbeidsvoorziening weer in beeld.

Dat is er aan de hand en niets anders. En wie het allemaal niet wil geloven, kan het nalezen in ons concept-Landelijk Meerjaren Beleidskader 1995-2000. Dat vehaal spoort dus in de verste verte niet met het beeld als zou Arbeidsvoorziening zich het liefst zo snel mogelijk willen afwenden van de langdurig werklozen, vlug het snelle pak aan en alleen aan de slag met werkzoekenden die het zonder Arbeidsvoorziening ook wel zouden redden.