Na Cuba-akkoord heeft Clinton de handen vrij voor Haïti

WASHINGTON, 10 SEPT. De Amerikaanse delegatie is er in New York in geslaagd om met de Cubaanse regering tot een emigratie-akkoord te komen zonder te praten over het economische embargo. Dat is een succes. President Clinton heeft nu zijn handen vrij voor andere buitenlandse kwesties zoals de problemen in het naburige Haïti, waar een Amerikaanse invasie nabij is.

Als alles volgens plan verloopt, is de Amerikaanse regering verlost van de vol rakende vluchtelingenkampen en de voortdurende patrouilles van kustwacht en marine. De Cubaanse regering kan nu op legale wijze ontevreden inwoners lozen. Amerika zal niet meer zonder meer Cubaanse kapers van vliegtuigen of boten toelaten. Het wachten is op de “humane” maatregelen van de Cubaanse autoriteiten. De effectiviteit kan meteen worden beoordeeld op de Florida Straits, die leeg moeten raken. De Cubaanse afgevaardigde, Ricardo Alarcon, deed gisteren nog vaag over de manier waarop popelende bootvluchtelingen moeten worden tegengehouden. President Reagan heeft in 1986 ook een dergelijke immigratie-overeenkomst met Cuba gesloten maar die werd na een half jaar door Cuba opgezegd.

President Clintons besluitvaardige optreden werd bepaald door binnenlandse overwegingen. Hij kent de politieke explosiviteit van een plotselinge toevloed van vluchtelingen. Hij herinnert zich de politieke ellende van de 120.000 Cubaanse vluchtelingen, die in 1980 bij de haven van Mariel werden opgepikt. Als gouverneur van Arkansas liet hij toen een honderden Cubaanse vluchtelingen in een opvangkamp in zijn deelstaat toe. Maar er braken rellen uit in het kamp met grote vernielingen in de omgeving en hij verloor zijn herverkiezing.

Toen de Democratische gouverneur Lawton Chiles van Florida in augustus de noodtoestand afkondigde, reageerde Clinton meteen. Door de snel groeiende bevolking zijn de scholen van die deelstaat al overbezet, met veertig kinderen per klas. De minister van justitie, Janet Reno, was in haar vorige functie gekozen openbare aanklager in Miami en kent de politiek van Florida op haar duimpje. Zij speelde een zichtbare rol in de zaak. Ze kondigde al op 18 augustus 's avonds aan dat de bootvluchtelingen niet langer zouden worden toegelaten tot de Verenigde Staten. De volgende dag herhaalde Clinton die boodschap nogmaals. Maar de vlotten bleven komen.

Als de vluchtelingenstroom ophoudt, heeft Clinton zowel de onrustige kiezers in Florida als de invloedrijke leider van de Cuban American National Foundation, Jorge Mas Canosa, te vriend gehouden. Het verbod op de chartervluchten en dollarzendingen naar Cuba blijft in stand. Het is een symbolische maatregel omdat de Amerikaanse Cubanen en hun dollars via een omweg door Mexico wel toegang hebben tot Havana. Toch zijn Mas Canosa en zijn Republikeinse Cubaanse bondgenoten tevreden, hoewel ze liefst een scheepsblokkade zouden zien.

Steeds meer Amerikaanse Cubanen vragen zich af of het embargo tegen Havana nog wel zin heeft. Sommigen willen hun arme familie op Cuba de nood van een boycot niet aan doen, terwijl ze zelf veilig en rijk in Miami zitten. Het standpunt over de boycot hangt ook af van de beoordeling hoe lang de Cubaanse president Fidel Castro nog in zijn paleis blijft. Mas Canosa denkt dat nu het moment is gekomen voor de val van Castro. Buitenlandspecialisten en sommige Amerikaanse Cubanen vrezen dat de machtswisseling in Havana veel oncontroleerbaarder en gevaarlijker zal zijn als het embargo in stand blijft. Maar zo vlak voor de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen voor het Congres heeft president Clinton geen gelegenheid om plotseling zijn Cuba-beleid om te gooien, omdat het de Republikeinen een nieuw politiek doelwit biedt.