Mode 'Queen Viv' past goed tussen Delfts blauw

De mode-ontwerpster Vivienne Westwood, 'queen of punk', heeft het zelden over mooi of lelijk. Iets kan elegant zijn of op het lijf gesneden, maar meestal is het simpelweg: het werkt, of het werkt niet. Op twee tentoonstellingen in Leiden zijn Westwoods dwarse, extravagante ontwerpen in een decor van stillevens, schutterstukken en Delftsblauwe tegeltjes te zien.

Vivienne Westwood. T/m 24 okt. Stedelijk Museum De Lakenhal, Oude Singel 28-32, Leiden. Di t/m vr 10-17u, za-zo 12-17u. Inl 071-165360. Westwood en Inez van Lamsweerde. T/m 24 okt. Galerie Stelling, Kruisstraat 1b, Leiden. Di t/m vr 14-17u, za en zo 12-17u. Inl 071-127568.

Als de koningin van Engeland kwam ze binnenschrijden - licht wankelend op vijftien centimeter hoge, parelgrijze pumps, powerdressed in een pofgemouwd grijs mantelpak met witte bef en een parelketting rond haar hals. En ja, de verrassing, de onorthodoxie die ze zo roemt, komt tot uitdrukking in een uitdagende queue de Paris waaronder uit een driehoekige split, kanten ruches van een exuberant onderjurkje lokken.

De Britse couturier Vivienne Westwood gaf eergisteren in het Amsterdamse Grand Hotel een persconferentie ter gelegenheid van de opening van een dubbel-expositie van haar werk in Stedelijk Museum de Lakenhal en in de Galerie Stelling in Leiden. Ze werd geflankeerd door fotografe Inez van Lamsweerde, die voor de tentoonstelling drie paintbox-foto's maakte van Westwoods ontwerpen, en een glamourfoto van de couturier. Die zelf vooral daarmee content was; geportretteerd als ze was met een felrood plastic regenkapje - het label van Westwoods plastic draagtassen nog juist zichtbaar - om het in-witte hoofd gevouwen.

Was Queen Viv bloednerveus, had ze last van een kater, of had ze, zoals ze zelf beweerde, inderdaad haar nachtrust aan de literatuur opgeofferd? In ieder geval trilde de sigaret in haar hand als een rietje. Wat echter geen belemmering bleek voor het vurig berijden van stokpaardjes. Want als het gaat over politiek, en over de betekenis van mode en couture in het hedendaags tijdsgewricht, dan is Westwood niet te stuiten. Maar zelfs van de Mother of Punk kan in een persconferentie van nog geen drie kwartier worden verwacht dat ze enige theorie van betekenis kan uitleggen. De toehoorders moeten het dus doen met one-liners als “er is nog nooit een eeuw geweest waarin mensen zich zo afschuwelijk kleden als deze.” Gevolgd door “ik probeer in mijn kleding kritiek uit te oefenen op de sloppy middelmatigheid die nu heerst.”

Om dan fel en ongenuanceerd uit te halen naar “de democratie, de grote gelijkmaker, die een verschrikkelijk conservatisme in de hand heeft gewerkt, en die iedere oorspronkelijke uitdrukking in de kiem smoort, omdat die immers door ieder kind en elke domkop begrepen moet kunnen worden.” De 'filosofe van de catwalk' ging wel erg kort door de bocht.

Westwood is nooit omzichtig en shockeert graag; door haar gedrag - ze laat iedereen denken dat ze nooit ondergoed draagt, en verschijnt zonder gêne in een doorschijnende jurk die van haar vijftig-plus-figuur geen geheim maakt. Maar belangrijker is dat haar ontwerpen ook steeds de gemoederen in beweging brengen - van de agressieve punkkleding die in de jaren zeventig in haar winkel op King's Road werd verkocht, via de huidkleurige leggings met vijgeblad op het kruis uit 1989, naar de onorthodoxe schotsgeruite mantelpakken over bilkussens, en de bontjasjes - compleet met schaamlappen van bont, uit de wintercollectie van 1995.

Ontwerpen die overigens steeds naar hartelust 'geleend' werden door andere couturiers van naam; zo is de voorgevormde beha die als bovenkleding gedragen wordt helemaal niet van Jean Paul Gaultier. En de ballonrokken van Christian Lacroix uit de jaren tachtig zijn regelrecht geïnspireerd op de 'mini-crini's' - korte jurkjes met hoepels in de rokken, van Westwood. Ze vindt het zelf niet erg, zolang maar erkend wordt dat zij de vernieuwer is en feilloos aanvoelt wat mensen op een bepaald moment willen dragen.

Op dus naar het museum en de galerie, om te zien of een tentoonstelling van Westwoods dwarse, extravagante kleding past in een traditioneel decor van stillevens, schutterstukken en Delftsblauwe tegeltjes; of het kortom 'werkt'. Westwood heeft het zelden over mooi, of lelijk, spreekt eerder in superlatieven als elegant, luxueus, op het lijf gesneden, of ze zegt simpelweg 'het werkt', of, 'het werkt niet'.

In de Lakenhal in Leiden werkt het. Niet toevallig omdat het wel aardig staat, mooie kleren in een zaal vol zeventiende-eeuwse schilderijen; het werkt omdat Westwood uit haar collecties van de afgelopen twintig jaar ontwerpen kon kiezen die soms griezelig goed passen in hun nieuwe decor.

De twee ensembles van slashed - kapotgesneden en getornde - denim (collectie Cut, Slash and Pull, zomer 1991) in de tegelkamer bijvoorbeeld, zijn daarvan een goed voorbeeld. Het jeansblauw ís Delftsblauw, en de fijne, ritualistische scheuren en sneeën in de stof van een witte voile jurk corresponderen met het fijne, bijna kalligrafische schilderwerk op de tegels. Westwood raakte overigens zo bevlogen van dit verloren gegane vakmanschap dat ze zelf een serie Delftsblauwe tegels, borden, asbakken en vazen ontwierp, die in een beperkte oplage gemaakt zijn bij de Koninklijke Porceleyne Fles, en verkocht worden in de galerie.

Er zijn badpakken, truien, corsetten, er is de prachtige tafzijden oranjerode en gedrapeerde avondjapon, die hier weer overeenkomt met de oranje- en rozerode mantels op het drieluik van Cornelis Engebiechtsz, en er zijn de rozenopdruk-japonnen die stuk voor stuk laten zien hoe zeer Westwood gegrepen is door de mode uit de vorige eeuwen.

Het verleden is niet alleen vol van ideeën, zou Westwood daarover nog zeggen, maar wat zij vooral wil is “net zo goed kleding maken als in het verleden werd gedaan. Ik pretendeer niet dat ik dat kan, want de traditie bestaat niet meer; de vakmensen zijn er niet meer. Daarom is couture zo belangrijk - die bewaart nog iets van die traditie, van het manipuleren van materiaal om een idee uit te drukken; zo dat het werkt.”