Met pausbezoek wordt voor Kroaten droom werkelijkheid

De Kroaten krijgen, in tegenstelling tot de inwoners van Sarajevo, de paus op bezoek. Vandaag en morgen is Johannes Paulus II in Zagreb, de hoofdstad van een intens katholiek land: de verwezenlijking van een oude Kroatische droom. Het Kroatische katholicisme heeft een lange traditie. De Kroaten waren het eerste slavische volk dat zich liet bekeren, in de zevende eeuw. Maar slechts één keer eerder heeft een paus voet gezet op Kroatische bodem, en dat per vergissing: in 1177 werd het schip waarmee paus Alexander III naar Venetië voer, uit de koers geslagen naar een Kroatisch eiland. Sindsdien heeft Kroatië vergeefs op een pausbezoek moeten wachten. En dat terwijl het eeuwenlang het katholicisme in de frontlijn heeft verdedigd tegen Byzantium, het Ottomaanse rijk, de orthodoxe wereld, de Servische overheersing van het interbellum en na de oorlog het socialisme van Tito en zijn opvolgers. Voor de Kroaten zijn de Kroaten de laatste katholieken van Europa: verder naar het oosten en het zuiden leven enkel nog orthodoxen en islamieten.

Het heeft de Kroatische katholieken - driekwart van de bevolking - tot vrome en conservatieve gelovigen gemaakt. Trouwe gelovigen ook: in 1991, na 46 jaar socialisme, gaf maar 3,9 procent van de Kroaten op zich als atheïst te beschouwen. Morgen worden dan ook één miljoen pelgrims verwacht in en rond het Hyppodroom van Zagreb als de paus daar een mis opdraagt.

Toen Joegoslavië nog één land was dat zich socialistisch noemde, kon het om twee redenen niet tot een bezoek van deze reisgrage paus aan Kroatië komen. De eerste was de gespannen verhouding tussen kerk en staat in het vroegere Joegoslavië, de tweede de traditioneel moeizame verstandhouding tussen de Kroaten en de Serviërs.

Een deel van de katholieke clerus heeft zich in de Tweede Wereldoorlog, toen Kroatië een fascistische marionettenstaat was, geïdentificeerd met het bewind van ustasa-leider Ante Pavelic, de man die zich van de omvangrijke Servische minderheid in Kroatië wilde ontdoen door een deel van hen te verdrijven, een deel van hen onder dwang tot het katholicisme bekeren en de rest te vermoorden. Priesters en paters waren betrokken bij de massamoorden op Servische (en joodse, en zigeuner-) slachtoffers van de ustasa-staat en bij de massale gedwongen 'bekeringen' van honderdduizenden orthodoxe Serviërs.

Die identificatie met het fascisme gold zeker niet voor alle Kroatische geestelijken. De aartsbisschop van Zagreb, de zeer vrome en zeer anti-communistische Alojzije Stepinac, was aanvankelijk een enthousiast aanhanger van Pavelic, maar nam naar aanleiding van de massamoorden vanaf 1942 afstand tot de poglavnik (leider, Führer). Hij beledigde Pavelic eens door hem en plein public toe te voegen: “Het zesde gebod luidt: gij zult niet doden.” Toch hebben de communisten èn de Serviërs de katholieke kerk in Kroatië lang een verradersrol verweten. Stepinac wordt door veel Serviërs nog steeds als een oorlogsmisdadiger beschouwd. Om die historische reden was een pausbezoek aan Zagreb door het verzet van de Serviërs ondenkbaar zolang Joegoslavië één land was.

Het verzet van de Kroatische kerk tegen het communisme van Tito was een tweede reden. De Kroaten zien in Stepinac de belichaming van het verzet tegen het 'Servische' communisme: voor hun is de kardinaal een held, een heilige en een martelaar, net zoals kardinaal Wyszynski dat voor de Polen, kardinaal Beran dat voor de Tsjechen en kardinaal Mindszenty dat voor de Hongaren waren.

De speciale relatie tussen Kroatië en het Vaticaan werd onderstreept toen op 13 januari 1991 het Vaticaan de Kroatische onafhankelijkheid erkende, twee dagen vóórdat de EU (en in haar kielzog een groot deel van de rest van de wereld) daartoe overging. Het leverde de Serviërs veel munitie voor hun sindsdien druk gepropageerde stelling dat de Kroatische onafhankelijkheid het resultaat was van een 'Vaticaans-Duitse samenzwering'.

Toch bestaat er een duidelijk onderscheid tussen het felle nationalisme in het Kroatië van nu en de rol van de kerk. De kerk heeft zich zorgvuldig afzijdig gehouden van het felle nationalisme dat wordt uitgedragen door het Kroatische bewind van president Franjo Tudjman. Het hoofd van de Kroatische kerk, kardinaal Franjo Kuharic, is de stem van de rede in een koor van nationalistische passies. Hij heeft alle pogingen van Tudjman, de kerk te betrekken bij zijn campagne tegen de Kroatische Serviërs afgewimpeld en hij heeft zich al in een vroeg stadium gedistantieerd van Tudjmans Bosnische avonturen, zoals zijn aanvankelijke pogingen, met de Servische leider Milosevic tot een tweedeling van Bosnië te komen en de latere oorlog van de Bosnische Kroaten tegen de moslims. Het bewind in Zagreb, zo heeft Kuharic steeds verkondigd, heeft in Bosnië niets te zoeken.

Het is bij voorbaat duidelijk dat Franjo Tudjman het bezoek van de paus ten volle zal uitbuiten als een legitimering van de Kroatische onafhankelijkheid, zijn bewind en zelfs zijn plannen voor de toekomst. Volgens kardinaal Kuharic is het bezoek van de paus een herderlijk bezoek. Volgens Tudjman echter is het niets anders dan een uiting van pauselijke solidariteit met de staat Kroatië en het beleid van zijn president, Franjo Tudjman.

Hoe hij het bezoek ziet maakte hij deze week duidelijk. De komst van de paus, zei Tudjman, “is een signaal van steun van de hoogste morele autoriteit in de wereld voor Kroatië's eis de soevereiniteit terug te krijgen over zijn hele grondgebied” - een verwijzing naar de bezetting van eenderde van dat grondgebied, de Kroatische Krajina, door de Kroatische Serviërs. Hij ging in dezelfde adem verder: “Die [herwinning van de soevereiniteit] komt er op vreedzame wijze met behulp van de internationale gemeenschap, maar [Kroatië heeft] ook het recht onrechtvaardigheden uit de weg te ruimen met alle wettelijke middelen, als er geen andere weg is” - een verwijzing naar het gebruik van geweld tegen de Kroatische Serviërs.

Aldus legde Tudjman een direct verband tussen het bezoek van de paus en diens vermeende zegen voor het voornemen, desnoods een nieuwe oorlog tegen de Kroatische Serviërs te beginnen. Het zal de paus enige diplomatieke inspanningen kosten om te voorkomen dat de kerk en de hoogste kerkleider direct of indirect betrokken raken bij Tudjmans krijgshaftige voornemens.