Leesbaar verleden

H.W. von der Dunk: Twee buren, twee culturen. Opstellen over Nederland en Duitsland 304 blz., Prometheus 1994, ƒ 39,90

H.W. von der Dunk is een van de weinige Nederlandse historici die met flair en durf grote historische thema's aanpakken en hij weet daarover boeiend, soms wat hoogdravend te schrijven. Dat hij niet alleen een verhalend historicus is maar ook een analyticus bleek enkele jaren geleden uit zijn boek over de Shoah. Ook deze bundel opstellen - onder andere voor NRC Handelsblad - getuigt weer van zijn behoefte om de geschiedwetenschap aan het gewone volk uit te leggen.

Het is niet voor niets dat hij in een van zijn stukken waarschuwt voor het totaal dichtslibben van de communicatie tussen de specialist die alleen voor vakgenoten schrijft en het grote publiek. De bureaucratisering van de universiteit verhindert volgens hem het schrijven van originele werken en levert slechts ongenietbare rapporten op.

Dat verwijt kan Von der Dunk in ieder geval niet gemaakt worden. Hij is op zijn best in de wat langere opstellen waarin hij een breed terrein betreedt zoals in zijn artikel Adolf Hitler en de historici of in zijn verhelderende stuk over de wortels van het Duitse nationalisme. Een van zijn stokpaarden is zijn afkeer van historici met een 'eenzijdige actualiteitsobsessie'. Het overbrengen van hedendaagse normen en problemen op het verleden is voor hem een vloek. Hij moet weinig hebben van structuren en abstracte processen en van al te gemakkelijke vergelijkingen tussen heden en verleden. Hiermee in verband staat zijn zorg over het gebrek aan historisch besef in Nederland, of beter de aandacht voor het verkeerde verleden.

Waar Von der Dunk zich heftig over opwindt is de consensus over goed en kwaad die in Nederland naar aanleiding van de oorlog is ontstaan als het gaat om de bestrijding van fascisme en racisme. Hij verklaart de beruchte enquête van Clingendael over de taaie anti-Duitse gevoelens onder de Nederlandse jeugd vooral uit onwetendheid en het krampachtig vasthouden aan het bruine beeld van Duitsland zonder dat men oog heeft voor wat er nu bij onze oosterburen leeft.

In het nog niet eerder gepubliceerde artikel uit 1993, De gesmade naoorlogse jaren, mengt hij zich in het debat over de continuïteit in de recente Nederlandse geschiedenis: waren de jaren zestig een diepgaande breuk of was de Tweede Wereldoorlog het belangrijkste scharnierpunt? Voor iemand die zo vergroeid is met het Duitse probleem ligt het antwoord voor de hand. De oorlog heeft geleid tot een drastische mentaliteitsverandering op cultureel gebied die door de jongere generatie van na de oorlog met haar voorkeur voor het existentialisme en nihilisme werd teweeggebracht.

Von der Dunk neemt naoorlogse schrijvers als Gerard van het Reve, W.F. Hermans en ook Anna Blaman in bescherming tegen de jaren-zestig-generatie. Zij waren de voorlopers van de doorbraak van tal van taboes, terwijl de latere generatie volgens hem het ene dogma voor het andere verruilde. Wat overdreven stelt hij dat tijdens de culturele revolutie van de jaren zestig “elementaire menselijke en maatschappelijke eigenaardigheden niet aan de orde gesteld mochten worden”. Hiermee worden twee dingen duidelijk: in de eerste plaats dat hij een enigszins karikaturaal beeld van de jaren zestig schetst en ten tweede dat het hoog tijd wordt dat er eens een serieus historisch onderzoek wordt gedaan naar deze zowel geromantiseerde als verguisde periode. Uiterst kritisch is hij over de tijd waarin we nu leven: “Er is in verband met de economische recessie een geest van benauwd carrière-denken en van een bloedeloos conformisme in de publieke arena neergedaald.” Voor iemand die zichzelf als historicus graag identificeert met de kunstenaar en zich sterk afzet tegen praktisch denkende geesten, moet deze tijd een gruwel zijn.

In sommige opstellen leidt Von der Dunks grote betrokkenheid bij actueel-historische thema's nog wel eens tot grove generalisaties. Blijkbaar ontbreekt dan de nodige distantie. Maar dit oordeel valt op zijn beurt weer te nuanceren als we lezen dat geschiedenis volgens Von der Dunk ons vooral de betrekkelijkheid van onze wijsheden kan leren. Daaraan levert hij met deze bundel een niet geringe bijdrage.