Laserstralen ruimteveer Discovery behulpzaam bij studie naar wolken

ROTTERDAM, 10 SEPT. Vanaf het Kennedy Space Centre in Florida is vannacht de space shuttle Discovery gelanceerd. Tijdens de tiendaagse vlucht wordt een experiment uitgevoerd waarin ook het KNMI in De Bilt, het RIVM in Bilthoven en de TU Delft een rol spelen. Door het vergelijken van de metingen aan wolken vanuit de ruimte met die vanaf de aarde hoopt men de waarde van eerstgenoemde te kunnen onderzoeken. De Discovery volgt speciaal voor dit doel een omloopbaan die hem over hogere breedten voert.

De space shuttle, die op een hoogte van driehonderd kilometer rond de aarde draait, heeft een LIDAR (Light Detection and Ranging) aan boord. Dit is een radar die werkt met behulp van laserstraling. Via de reflecties van deze straling kunnen wolken (ook heel ijle) boven de aarde worden bestudeerd. Ook kunnen de dichtheid en temperatuur op verschillende hoogten in de atmosfeer worden bepaald. Met behulp van laserstraling kunnen details worden waargenomen die met andere methoden niet of nauwelijks zijn te zien. En vanuit een ruimtevaartuig is snel een groot deel van de aarde te bestuderen.

Het KNMI beschikt, samen met de Koninklijke Luchtmacht, over een netwerk van stations waarmee soortgelijke metingen vanaf de aarde worden verricht. Ook het RIVM beschikt over lidarsystemen, waarmee zij ozonconcentraties en aërosolen (vaste en vloeibare deeltjes) meet. De afdeling elektrotechniek van de TU Delft heeft een 'gewone' radar voor het detecteren van wolken. De door deze instituten verrichte metingen worden nu direct doorgezonden naar de NASA. Die kan dan tijdens de vlucht de metingen met elkaar vergelijken.

“Het is voor het eerst dat zo'n lidar in de ruimte wordt beproefd”, zegt André van Lammeren, de KNMI-medewerker die verantwoordelijk is voor de Nederlandse bijdrage aan het experiment. “Het doel is om te kijken of het instrument werkt en wat voor resultaten het oplevert. Als die goed zijn, zou de NASA kunnen besluiten het instrument in te bouwen in een satelliet. Tot nu toe is dat nog niet gebeurd, omdat het een vrij moeilijke technologie is.”

Over de hele aarde verspreid zijn er negen 'steutelstations' die op deze wijze aan de NASA informatie leveren. Daarnaast zijn er ongeveer vijftig andere stations waarvan de metingen in een later stadium worden vergeleken met die van het Lidar in Space Technology Experiment (LITE). Ook bij het Europese ruimte-agentschap ESA wordt gestudeerd op het gebruik van lidars in de ruimte. Mogelijk wordt zo'n instrument ingebouwd in een rond het jaar 2000 te lanceren polaire satelliet.