Klem aan alle kanten (2)

Wie een huis koopt, een hypotheek neemt en een verzekering om die schuld af te lossen, staat voor de lastige opgave in korte tijd alle (toekomstige) aspecten van zo'n operatie te beoordelen. Wat komt er allemaal bij kijken?

Beleggen in onroerend goed, lenen, vaak een gemeentegarantie, selecteren van een verzekering, aftrekbaarheid van de rente, fiscale gevolgen van de verzekering, maandelijkse lasten en de gevolgen van overlijden, arbeidsongeschiktheid of andere ongemakken. En er zitten nog meer haken en ogen aan.

Onder meer over die punten ging het vorige artikel. Verschillende lezers vinden dit uiteenrafelen van de koop van een huis plus hypotheek moeilijk te volgen en niet erg zinvol, blijkt uit reacties. Waarom?

Misschien omdat adviseurs en bemiddelaars kopers geblinddoekt en in straf tempo naar de afronding van zaken leiden en weinig kans geven om opzij te kijken. Laat staan dat ze de voor- en nadelen willen uitleggen en alternatieven aangeven. Maar om een goede beslissing te nemen, die een koper zelf ook begrijpt, moet men ontrafelen, analyseren, overwegen en selecteren en niet aankomen met de dooddoener dat het allemaal zo moeilijk is. Doorbijten!

Een lezer overweegt een beleggingshypotheek: de combinatie van een lening die aan het eind geheel aflost en een levensverzekering die de premies belegt/spaart in beleggingsfondsen. Kenmerk van deze opzet is de onzekere afloop, omdat het draait om beleggingen waarvan de opbrengsten kunnen mee- of tegenvallen. Dit risico draagt de verzekerde zelf: hij is een belegger, beklemd in een verzekering om te mogen profiteren van fiscale vrijstellingen. De verzekering biedt twee magere zekerheden: een uitkering bij overlijden en het belastingvoordeel.

Het lezerspaar neemt een hypotheek van 150.000 gulden, over 30 jaar terug te betalen. De premie voor de beleggingsverzekering bedraagt 2400 gulden. Om fiscale redenen treden beiden op als polishouder. De administratiekosten zijn 2 maal 192,00 plus 2 procent; samen ruim 21 procent. Er blijft dus 1976 gulden over om in een of meer fondsen te stoppen. Lukt het om ieder jaar een rendement van 7,2 procent te maken, dan is de belegging over 30 jaar 192.500 gulden waard, na aftrek van 0,5 procent kosten. Ruim voldoende om de hypotheek af te lossen.

Intussen betalen zij ieder jaar hypotheekrente, aftrekbaar van het belastbare inkomen. Wanneer de overheid dit in de toekomst beperkt, ook voor lopende hypotheken, komt de fiscale pijler van deze constructie in gevaar. De spaarverzekering/belegging kan dan, weliswaar afhankelijk van de verstreken tijd, niet zomaar worden opgezegd (om de hypotheekschuld te verminderen) zonder belasting te moeten betalen. Tenzij er een overgangsregeling voor lopende gevallen komt.

De briefschrijver bedacht een flexibel alternatief: hij neemt dezelfde aflossingsvrije hypotheek en gaat zelf beleggen op de beurs in plaats van een verzekering af te sluiten. Hij maakt daarbij echter de fout te willen deelnemen in dezelfde fondsen die de verzekering verplicht stelt. Dat hoeft natuurlijk niet. Je bent vrij om overal in te beleggen, hoewel die schuld van anderhalve ton noopt tot voorzichtigheid.

Laat je met zelf doen het voordeel van de niet belaste (tot een bepaald bedrag) slotuitkering van de verzekering schieten, is de vraag. Hij illustreert dit met een voorbeeld. Van de inleg van 2400 gulden blijft na aftrek van 0,5 procent kosten (veel beleggingsfondsen rekenen meer) 2388 gulden over om te beleggen; de verzekering belegt 1976 gulden. Bij een zelfde rendement van 7,2 procent levert dit na 30 jaar (trouw!) storten 233.854 gulden op. De verzekering levert slechts 192.500 op. Wie wil zich dan verzekeren als je het risico toch zelf moet dragen?

Iedereen, want de overheid bevoordeelt verzekeraars en verzekerden. Is dat waar? Hoe pakt het belastingvoordeel in werkelijkheid uit? De 30 stortingen van 2388 gulden groeien met 162.214 (233.854 min 71.640) aan tot 233.854 gulden. Van die 162.214 is de koerswinst vrij van belasting en zijn alleen de jaarlijks ontvangen dividenden en rentes belastbaar. Al plussend komt de rekenaar tot een netto opbrengst van 214.388 en concludeert dat beleggen meer oplevert dan verzekeren. Ziet hij wat over het hoofd?

Ja. Hij en zijn partner betalen ieder jaar een groeiend bedrag aan inkomstenbelasting over de ontvangen dividenden en/of rentes. Per saldo zijn de stortingen dus lager dan 2388 gulden. Ook het eindbedrag komt lager uit dan 233.854. Hoeveel is moeilijk te berekenen.

Je kan rekening houden met 1000 gulden per persoon per jaar aan vrijstelling voor dividend en rente. Voor een (echt)paar komt dat in 30 jaar uit op 60.000 gulden. Alles bijeen ligt een keus voor beleggingsverzekering niet direct voor de hand.

(Voorgaande artikel 3 september)