Groei armoede draagt bij tot succes gezinsplanning Kenia

NAIROBI, 10 SEPT. “Ai-ai-ai, het was alsof iedereen zich tegen me keerde”, herinnert de 55-jarige mama Watiri zich. Op haar 29ste had ze zes kinderen en dat leek haar meer dan genoeg. Mama Watiri, die behoort tot de Kikuyu-stam, liet zich opereren en onvruchtbaar maken. “Iedereen verweet me Gods wetten te hebben overtreden. Mijn ouders kwamen me twee weken lang niet opzoeken in het ziekenhuis.” Spijt heeft ze er nooit van gekregen. “Hoe had ik er nu voorgestaan met, laten we zeggen, twaalf kinderen? Ik had niet voor ze kunnen zorgen en ze waren niet naar school gegaan. Vermoedelijk waren ze nu criminelen geweest, zoals al die honderden zwerfkinderen in de straten van Nairobi.”

Jospeth is 43 jaar. Zijn vrouw en zes kinderen leven in het woongebied van de Baluhya in West-Kenia maar als trekarbeider verblijft hij het grootste deel van het jaar in Nairobi. De Baluhya staan in Kenia bekend als de snelst groeiende bevolkingsgroep. Evenals mama Watiri is Jospeth diepgelovig en probeert de geboden van de kerk te volgen. Toch zegt hij “helemaal voor” gezinsplanning te zijn. “Ik weet het, de cultuur van mijn stam en die van de kerk gebieden mij anders. Maar komen de priesters me straks helpen als ik vijftien kinderen heb? Ja, ik erken Gods wetten, maar het gebod op family-planning kan ik niet accepteren. Op dit terrein heb ik mijn eigen beslissingsbevoegdheid en daarom gebruikt mijn vrouw de pil.”

Nairenda is een oude Samburu-vrouw die leeft in het ruwe en geïsoleerde noorden van Kenia waar semi-nomadische volkeren de overgrote meerderheid uitmaken. “Ben je helemaal gek geworden”, reageert ze op haar zoon Musari, die zojuist heeft meegedeeld geen kinderen meer te willen maken. Hij is tevreden met één zoon en één dochter. “In Nairobi zal ik mijn plan kunnen uitvoeren”, legt Musari later uit, “maar hier in de bush zal iedereen om me lachen, ze zullen zeggen dat er geen kracht meer in mijn geslachtsdeel zit.”

Kenia was het eerste land in zwart Afrika dat in de jaren zestig een politiek voor gezinsplanning ontwikkelde. Toen al zagen de beleidsmakers aankomen dat het land snel vol zou raken: slechts ongeveer twintig procent van het grondgebied blijkt bruikbaar voor landbouw, de rest is droog en alleen geschikt voor wildparken en extensieve veeteelt.

In de jaren zestig moest je een revolutionair zijn om de omvang van je gezin niet aan het toeval over te laten. Hoe meer kinderen, hoe meer vreugde en rijkdom, had eeuwenlang in talrijke Afrikaanse culturen gegolden. Relatieve nieuwkomers als de Europese missionarissen versterkten in de afgelopen eeuw deze conservatieve ideeën.

Inmiddels is Kenia, met Zimbabwe, Ghana en Botswana, het succesverhaal van de gezins-planning in Afrika. In de jaren zeventig baarde de Keniase vrouw gemiddeld acht kinderen, in 1993 was dat afgenomen tot 5,4. Nog maar vijf jaar geleden kende Kenia met ruim vier procent een van de hoogste bevolkingstoenames ter wereld, inmiddels is dat afgenomen tot 3,1 procent per jaar. Gezins-planning is behalve in de afgelegen gebieden van het land geaccepteerd, ruim veertig procent van de vrouwen gebruikt voorbehoedsmiddelen.

Edward Muburugu is professor sociologie aan de universiteit van Nairobi. Hij noemt als eerste reden voor het succes van de gezinsplanning het besef dat er in Kenia onvoldoende landbouwgrond bestaat. “Er zijn niet meer genoeg maagdelijke gronden om te bebouwen, als we ons te snel voortplanten is er niet genoeg landbouwgrond meer. Een andere factor is dat het onderwijs aan vrouwen sterk is toegenomen.”

De sociale en economische vooruitgang na de onafhankelijkheid in de jaren zestig schiep verwachtingen bij de bevolking over onderwijs en werkgelegenheid. De economische neergang die in de jaren tachtig volgde en nog voortduurt, heeft deze hoop niet kunnen doven. Muburugu: “Helaas is deze toegenomen armoede ook een factor die heeft bijgedragen aan het succes van de gezinsplanning. Hoewel de mensen armer zijn geworden, willen ze hun kinderen onderwijs blijven geven. En daarom blijven ze proberen het kinderaantal laag te houden.”

De invloed van de kerk en islamitische predikers blijkt, zo ver het gezinsplanning aangaat, niet veel verder te reiken dan de kansel. “Religieuze leiders oefenen geen invloed uit op het niveau waarop ouders beslissen wat ze met hun eigen familie doen”, zegt Muburugu. “Sommige gebieden waar de bevolkingstoename sterk afnam, blijken gebieden waar bijvoorbeeld het katholieke geloof overheerst. Hoewel de katholieke kerk zich ertegen verzet, gaat de vruchtbaarheid daar toch naar beneden. Waarom? Omdat de mensen zelf alle mogelijke middelen gebruiken om hun vruchtbaarheid onder controle te brengen.”