Galg en rad

Het engste, het meest angstaanjagende dat je tegenwoordig kunt tegenkomen is een kwaadwillend kind.

Misschien wist Hans Christiaan Andersen het ook wel: kinderen zijn wreder dan wie en wat dan ook. Kijk maar eens bij een zandbak, waar de kleintjes bezig zijn. Het is dat ze de kracht missen en/of door ouderen worden weerhouden, maar je zal de peuters de kost geven die een ander kindje de hersens in willen slaan wegens het ontvreemden van een schepje of emmertje.

Zojuist heeft een puberblad de mening van jongeren 'onderzocht' en daaruit blijkt het onthutsende getal van, ik geloof, 83%, die de doodstraf ingevoerd willen zien. De heersende mening was die van 'oog om oog, tand om tand'. Enkele jaren geleden was er slechts 37% voor.

Zo worden we langzaam aan een onaangenaam, gevaarlijk en agressief volk, dat steeds meer nieuwe celblokken wil laten bouwen en zich alleen nog zal bezighouden met de wijze waarop de ultieme straffen voltrokken worden: strop, injectie of elektrische stoel. Het schijnt dat het vuurpeleton een beetje in onmin is geraakt, net als de guillotine.

We kunnen niet meer volhouden dat dit het gevolg van de permissive jaren zestig is, waar we onder leiding van de Provo's, Nieuw Links, Dolle Mina, Tomaat en Dokter Spock alles goed vonden. Je moest vooral nergens iets aan doen. Alles kon immers?

De kinderen van toen zijn de ouders van nu, Flower Power is omgeslagen in Blijf van me Lijf en iedereen kan een knal voor zijn kanis krijgen. In de straat die parallel aan de mijne loopt zijn vorige week van zestien fietsen de sturen afgebroken. Een maand daarvoor werden alle voorwielen krom getrapt en met de regelmaat van de klok rijdt er een off-the-road 4-wheel drive langs met een wat stevige buitenspiegel die de buitenspiegels van de geparkeerde auto's doet afknappen.

Geintjes moet u maar denken. Wat geeft dat nou.

De schrijver Mulisch vertelde dat hij, samen met de gerant van café Américain stond te kijken naar de Provo's die de agenten treiterden op het Leidseplein en zich steeds door het plantsoen uit de voeten maakten als de motorpolitie eraan kwam. “Meneer Mulisch,” zei de man hoofdschuddend, “gelooft u me, ik was in mijn jeugd heus geen lieverdje, maar over het gras lopen, neen, dat deed ik niet.”

Toen ik in Libanon was, en bij de PLO een schooltje bezocht, mocht ik onder geen beding de jongetjes fotograferen. Waarom niet? Werden ze opgeleid tot terrorist? Wat is er nu onschuldiger dan een klasje met achtjarigen.

Ik was wel op mijn hoede als ik kleine jongens achter de knoppen van het luchtafweergeschut zag zitten, of met een kalasjnikov op schoot. Iets in hun blik zei me dat het ze menens was, en dat medemenselijkheid geen onderdeel van hun pakket uitmaakte.

Nu geeft men de televisie en de video de schuld van de afschuwelijke marteling en moord op een peuter in Liverpool. Door twee jongetjes. Ze speelden de beelden na, zeiden ze.

Het zal wel - en ik zou niet weten wat er tegen te doen. Opvoeding ja. Maar kom dezer dagen eens om opvoeding. Een knal voor je kanis etc.

In één krant, de Herald Tribune van 5 september, lees ik drie afzonderlijke berichten over kinderen: Twee broertjes in Chicago, de 14-jarige Derrick en de 16-jarige Cragg Hardaway, uitstekende leerlingen die verscheidene prijzen hadden gewonnen, hebben zelf een executie uitgevoerd op een andere jongen die van moord was verdacht. Het slachtoffer was 11 jaar.

Een 13-jarige in High Bridge, New Jersey, schoot met een gestolen pistool een 11-jarig vriendje dood in zijn slaapkamertje, toen deze weigerde ongelijk te bekennen gedurende een ruzie. Vanaf 1 meter.

Een 11-jarig jongetje is aangeklaagd wegens moord omdat men denkt dat hij de keel van mevrouw Anna Gilvis, een weduwe van 84 jaar, heeft doorgesneden tijdens een roof in Chicago vorig jaar. De politie meldt dat het jochie, wiens naam in verband met zijn leeftijd niet vermeld wordt, bij een verhoor heeft bekend.

Zojuist keerde ik terug van een rit van vierduizend kilometer door de VS. Ik ben eigenlijk overal aardig bejegend. Nooit zag ik iemand agressief autorijden.

In Groningen daarentegen, zo hoor ik op de radio, heeft meer dan de helft van alle leerlingen een mes op zak. Dan zal het percentage in de grote steden in de randstad wel hoger liggen.

Vorige week reed ik met een klein autootje in Langeraar. De dorpsstraat is smal en er stonden twee auto's aan mijn zijde van de weg geparkeerd. Ik kon er nog gemakkelijk langs, dacht ik, voordat ik de vrachtwagen die mij naderde, zou hinderen. Maar er stonden niet twee maar zes auto's, zodat ik pas later naar rechts kon uitwijken. De vrachtauto reed met onverminderde snelheid op mij af, en ik kon me nog net, dankzij vroegere autosport, met gas erop naar rechts kwakken, juist voordat de truck mij zou vermorzelen.

Kijk, als je nu het zoontje van die man tegenkomt, die met vriendjes, in een leuke bui, de kroeg verlaat en denkt, ach, we gaan 's met z'n allen een voorbijganger plagen, dan weet ik nu al dat het slecht afloopt.