Euthanasie-arts Wine Mulder-Meiss: Ik heb vaak genoeg mensen levensmoed ingesproken

De arts Wine Mulder-Meiss (67) was bij tien zaken van actieve euthanasie betrokken. Het kwam haar op berispingen door het Medisch Tuchtcollege te staan en veroordelingen door de Rotterdamse rechtbank. Deze week veroordeelde het Haagse gerechtshof haar omdat ze een patiënt met zelfmoord had geholpen. Justitie ziet haar als een 'reizende' euthanasie-arts. Spijt heeft ze niet. 'Ik meende geen andere keuze te hebben.'

“Ik heb er absoluut geen spijt van”, zegt Wine Mulder-Meiss, “ik sta voor mijn zaak. Ik heb er geen enkele vriend of kennis door verloren. Hoe meer euthanasie in de publiciteit komt, hoe meer de mensen erover zullen nadenken.”

Deze houding van koele vastberadenheid - halsstarrigheid, zullen haar tegenstanders zeggen - kan ik me ook herinneren van de lange, slopende rechtszittingen voor het Haagse gerechtshof. Daar was ze aan het begin van dit jaar in beroep gegaan tegen de straf die de Rotterdamse rechtbank haar in 1992 had opgelegd: tien maanden voorwaardelijke celstraf voor hulp bij zelfdoding. Haar geestverwanten van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) dromden voor en na de zittingen in het paleis van justitie loyaal rond haar samen. Dit was niet zomaar een rechtszaak tegen een individu, hier waren principiële zaken van algemeen belang aan de orde. Het ging over leven en dood, of beter: over leven en niet meer willen leven.

In haar laatste woord zei Wine Mulder-Meiss tegen haar rechters: “Ik sta hier voor u omdat ik meende dat ik deze oude, zieke en wanhopige man niet aan zijn lot mocht overlaten. Had ik dat wel gedaan, net als zijn huisarts, dan had hij zich zeker op een harde manier gruwelijk, voor hemzelf en voor zijn omgeving, van het leven beroofd. Ik meende geen andere keuze te hebben.”

Wine Mulder-Meiss werd ervan beschuldigd hulp bij zelfdoding te hebben geboden aan meneer C., een 73-jarige man die sinds 1983 aan SLE leed, een systeemziekte die diverse organen aantast. Deze ernstige ziekte is weliswaar niet dodelijk, maar wel ongeneeslijk. C. had veel pijn en kon moeilijk lopen. Hij ervoer zijn situatie als uitzichtloos en wilde dood. Hij dreigde met zelfmoord door verhanging.

Geen van de drie behandelende artsen wilde zijn doodswens inwilligen. Wine Mulder-Meiss besloot hem wèl terzijde te staan. Ze was erbij toen hij op 18 juni 1990 zijn papje van medicijnen - die hij zelf opgespaard had - slikte en vervolgens, op haar aanwijzing, een plastic zak over zijn hoofd trok. Kort daarop overleed C.

Hulp bij zelfdoding?

Nee, zeiden Mulder-Meiss en haar advocaat, mr. G. Spong, want 'hulp' veronderstelt een actief handelen, en zij had niet meer gedaan dan morele bijstand verlenen, zoals een familielid dat doet.

De procureur-generaal bij het gerechtshof, mr. H. Feber, voer fel tegen Mulder-Meiss uit. “Deze arts benadert het meest het beeld van de reizende euthanasie-arts die de laatste weken in het nieuws is gekomen”, zei hij op de laatste zitting. Hij vond het onbegrijpelijk dat het Centraal Medisch Tuchtcollege haar voor deze (en nog een andere) zaak slechts een berisping had gegeven. “Het CMT had haar uit het medisch beroep horen te ontzetten.” Feber eiste opnieuw tien maanden voorwaardelijk.

De reizende euthanasie-arts - het is een dubieus begrip geworden vanaf het moment (in augustus) dat G. van Dinter, ex-secretaris-generaal van Justitie, het in NRC Handelsblad hanteerde. In zijn ogen waren het artsen die, rondreizend door Nederland, in 'vijf of tien minuten' over iemands leven beslisten.

Ik spreek Wine Mulder-Meiss twee dagen na de laatste zittingsdag in augustus. Ze bewoont met haar man, een architect, in de Rotterdamse villawijk Hillegersberg een fraaie bungalow die hij ontworpen heeft. Een weelde van planten en struiken omringt het huis. De serre baadt in zonlicht.

Het CDA-Kamerlid V. van der Burg heeft artsen als u 'engelen des doods' genoemd.

“Dat is mooi: ik ben een engel, geen duivel kennelijk.”

Vond u het niet denigrerend?

“Natuurlijk. Maar het ergste vond ik nog wat de procureur-generaal Feber in zijn requisitoir durfde te zeggen. Hij vond dat ik een foute mentaliteit had, wat ook bleek uit het feit dat ik in een abortuskliniek had gewerkt. Als iemand zoiets zegt, vind ik zijn mentaliteit niet goed. Hij mag mij kennelijk zomaar beledigen.

“Van Dinter had het over artsen die in vijf minuten een beslissing nemen. Hij moest eens weten hoeveel tijd en zorg ik eraan besteed. Waar word je bijgeroepen? Bij mensen die geen enkele arts bereid hebben gevonden hen te helpen. Dan ga ik er naartoe. Ik leg twee, drie bezoeken van een dagdeel af, want in dit soort zaken moet je uiterst zorgvuldig zijn.”

Hoe stelt u zich in zo'n gesprek op?

“Ik zeg meteen: u kunt tegen mij vrijuit praten, in principe sta ik achter u, tenzij... Je hebt dan heel snel een vertrouwensband, de mensen weten dat ze er niet omheen hoeven draaien. Meestal ligt het er duimendik bovenop waarom ze dood willen, maar hebben ze een huisarts die stelt: met pijn wordt ge geboren en met pijn zult ge doodgaan. Ik bel dan zo'n huisarts op om hem te vragen hoe hij zoiets kan zeggen. Je bent zeker heel jong, zeg ik dan, en dat is ook vaak zo. Als ze ouder zijn, zullen ze er anders over denken, maar intussen is de patiënt de dupe, vooral als hij in een klein dorp woont waar hij geen andere huisarts kan krijgen.

“Ik heb een mevrouw gekend die met kaakkanker in de Daniël den Hoed-kliniek lag. Ze vond het er vreselijk, wilde thuis in Brabant sterven. Daar had ze net een nieuwe arts die er voor terugdeinsde om zijn praktijk meteen met euthanasie te beginnen. Hij wilde er wel als tweede arts bij zijn. Ik kreeg de verantwoordelijkheid, moest het spuitje geven. Die vrouw lag lekker in bed, de hond ernaast, haar man en zoon waren er ook bij. Ze had zich mooi aangekleed. Ik dacht: het is toch heel mooi dat het zo kan.”

Vond u het niet buitengewoon macaber om te doen?

“Nee. Als je het goed hebt overwogen en doorgepraat, en als je ziet hoe gelukkig de betrokkene is dat het eindelijk gaat gebeuren, dan is het niet meer naar. Dat betekent niet dat er bij mij gewenning optreedt. Soms zit ik met de familie mee te huilen. Dan zegt de patiënt: 'U zit er meer mee dan ik, maar dat hoeft toch niet, want ik wil dood.' Maar ik heb het nooit met walging gedaan, absoluut niet. Vergelijk het met abortus. Daar kies je voor de vrouw die hulp vraagt.

“De procureur-generaal vond de methode van de plastic zak bij C. mensonwaardig - wat niet waar is, het is een milde dood. Het is kennelijk wèl menswaardig als je verpleegsters in de ziekenhuizen grote doses morfine laat inspuiten, zodat mensen wegzakken zonder afscheid te kunnen nemen van hun familie. Euthanasie is menswaardig, mooi en vredig, feestelijk als het ware, je zegt tegen je omgeving: 'Nù ga ik.' Sommige mensen zetten er mooie muziek bij aan, ze drinken nog wat en halen met hun familie en mij herinneringen op.”

U vindt het onnodig dat mensen lijdend sterven, maar artsen zeggen vaak dat tegenwoordig niemand meer pijn hoeft te lijden.

“Pijn is niet altijd te bestrijden. Sommige mensen kunnen niet goed tegen morfine, ze krijgen hallucinaties, worden wild en wanhopig.”

Prof. Dunning zei: vraag artsen niet om zelfmoordmiddelen, want die kun je zelf bij de drogist krijgen.

“Je kunt wel veel paracetamol nemen, maar dan krijg je afschuwelijke maagbloedingen. En van gewone slaapmiddelen ga je meestal niet dood. Een heleboel huisartsen weten dat ook niet. Als er in het handboek 'letale dosis' bij een middel staat, wil dat nog niet zeggen dat het voor iedereen een letale dosis is.

“Er is nog veel onwetendheid op dit gebied. Artsen bellen vaak naar de NVVE met de vraag wat ze precies moeten geven. Er bestaat een rapport van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Pharmacie over euthanasiemiddelen, dat slechts door zeven procent van de huisartsen is aangevraagd. En dan hoor je een huisarts zeggen: 'Ik spuit wat morfine in, en geef tien vesparaxen', terwijl er gevallen zijn van mensen die nog met veertig vesparaxen bleven leven. Ik moet erbij zeggen: 99,5 procent gaat met dertig vesparaxen heel snel dood.”

In 1971 behoorde ze tot de pioniers onder de artsen die bij de dr. W.F. Storm-abortuskliniek in Rotterdam begonnen. “Ik ben er altijd trots op geweest dat ik abortusarts was. Ik heb het 22 jaar kunnen doen. Als enige van de aborterende artsen vulde ik in het artsenboekje van de Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst in: abortusarts. We hebben toen nog familieberaad gehad met alle kinderen: over het risico van gevangenisstraf. Nou, ma moest eventueel maar het gevang in. Ik voel me nu in precies dezelfde situatie.

“Ik was toen 45 en had eigenlijk geen idee wat zich in de wereld op dit gebied afspeelde. Ik ben beschermd opgevoed in een goed milieu; mijn vader was orthopedisch chirurg. Na mijn studie ging ik op consultatiebureaus werken, maar daar kreeg je geen echt contact met vrouwen. Dat veranderde bij de abortuskliniek. Ik kreeg al die verhalen te horen over mishandeling. Je hebt geen idee wat mannen vrouwen kunnen aandoen. Daarom ben ik ook zo kwaad over die opmerking van Feber over mijn foute mentaliteit.

“Abortus is nu legaal, waardoor er geen vrouwen onnodig meer hoeven te sterven, waardoor er geen kinderen meer geboren hoeven te worden die hun hele leven door het CDA een hoerenkind worden genoemd. We hebben in Nederland het laagste abortuscijfer ter wereld.”

Wat is voor u de schakel tussen het werk als abortusarts en als euthanasie-arts?

“Je werkt met mensen die in de kou staan. Er heerst nu eenmaal een grote ongelijkheid tussen mensen met een goed verstand en geld en eenvoudige mensen. Dat zag je vroeger ook bij de abortuskwestie. Vrouwen moesten eerst voor een vijfschaar van deskundigen verschijnen. Wie niet op zijn mondje was gevallen, kreeg toestemming. De anderen werden geweigerd. Dat zie je bij de euthanasie terug. Die patiënt van de psychiater Chabot kon mooie gedichten schrijven, iedereen zit erbij te huilen. Maar voor meneer C. wordt geen traan gelaten, terwijl hij dubbel zielig is: in zijn eenvoud van geest en in zijn onhandigheid van hulp vragen.”

Waar stuit de hulpvrager op onterechte weigeringen?

“Bij paternalistische artsen, zoals meneer C. die had. Die zeiden dat meneer C. niet ondraaglijk leed. Maar wie bepaalt dat? Die man had geen enkel toekomstperspectief meer, hij lag maar met pijn in bed, niemand hield van hem, en hij hield van niemand.

“Zo zijn er ook veel mensen in verpleeghuizen die best dood zouden willen. Maar vooral in de christelijke verpleeghuizen ligt dat heel moeilijk. De huisarts en ik hebben eens een verlamde, incontinente man uit zo'n verpleeghuis gehaald om thuis te sterven. Het verpleeghuis wist ervan, maar men wilde niet dat hij afscheid nam van de patiënten daar. Hij moest net doen alsof hij voor Sinterklaas naar huis ging. Die man kwam in tranen thuis: hij had zo moeten liegen. Ik heb ze gezegd dat ze onchristelijk gehandeld hadden. Hun antwoord was: er zijn hier mensen die er slechter aan toe zijn en als die hiervan horen, willen ze óók dood. Dan denk ik: mag dat dan niet als aan de zorgvuldigheidseisen voor euthanasie voldaan wordt?”

Zijn er bepaalde gebieden in Nederland waar het voor de hulpvrager extra moeilijk is?

“De Veluwe is heel erg moeilijk. De Alblasserwaard ook. Achter de IJssel en in Limburg wordt het wèl gedaan, maar vaak niet gemeld. In een stad als Rotterdam is het weer veel gemakkelijker, maar in de randgemeenten - waar ook meneer C. vandaan kwam - kun je het toch moeilijk krijgen als je een tegenwerkende huisarts hebt. Er wordt heel weinig aangemeld, en na mijn zaak nog minder - ze zullen wel gek zijn. Bij de NVVE merken ze al dat steeds meer huisartsen euthanasie weigeren. Gelukkig is Hirsch Ballin nu weg - dat was de man die de procureurs-generaal voorzat. Ik verwacht dat er met D66, mijn partij, aan het roer, wel iets gaat veranderen.

“Wat ook zo onrechtvaardig is: al die weigerende artsen zullen best voor zichzelf wat gespaard hebben. De zelfmoord onder artsen ligt hoger dan het landelijk gemiddelde.”

Ze praat nog steeds in de tegenwoordige tijd over haar werk als vertrouwensarts - teken van haar betrokkenheid. Toch functioneert ze sinds drieëneenhalf jaar niet meer als zodanig. Vanwege de rechtsvervolging achtte de NVVE het verstandiger haar uit het mijnenveld van de euthanasie te halen. Vanaf 1987 was ze in een klein groepje vertrouwensartsen actief geweest voor de NVVE.

“Nee, mijn werk is niet voldoende overgenomen door anderen”, zegt ze met spijt in haar stem. “Enkelen hebben het laten afweten omdat ze bang waren voor de gevolgen. Toen was er nog maar één over.”

Wanneer kon u een verzoek om euthanasie inwilligen?

“Als de ziekte voldeed aan de zorgvuldigheidseisen - zoals ondraaglijk lijden en uitzichtloze noodsituatie - voor euthanasie. En als ik de huisarts of een andere tweede arts bereid had gevonden eraan mee te werken. Weigerde men, dan moest ik op zoek naar een andere arts. Als dat gelukt was, mocht er euthanasie worden toegepast. De patiënten hadden bij mij vervolgens de keus: een drankje of een spuitje. Die moesten mij door de apotheker persoonlijk worden overhandigd. Ik heb het helaas wel meegemaakt dat de familie er op het laatst niet bij wilde blijven. Als wij het spuitje moesten geven, gingen ze weg. Na een spuitje ben je in drie minuten dood, bij het drankje duurt het ongeveer twintig minuten.

“Ik ben in totaal bij tien gevallen van euthanasie betrokken geweest. Meneer C. was het enige geval waarin ik geen tweede arts kon vinden. De tijd drong, hij was vast van plan zich op te hangen. Daarom heb ik tegen hem gezegd: 'U zult het helemaal zelf moeten doen.' Dat vond hij niet erg, hij heeft alles zelf gedaan: de pillen gespaard, de plastic zak met elastiek klaargelegd. Hij vroeg alleen of ik erbij wilde zitten. Hij had zijn huis verkocht, zijn crematie betaald en afscheidsbrieven geschreven.”

U had een spuitje meegenomen voor het geval het hem niet zou lukken. Als u dat gebruikt had, was het een uitgesproken geval van hulp bij zelfdoding geweest.

“Toch zou ik het gedaan hebben.”

Met de zekerheid van een gevangenisstraf?

“Ja.” Met nadruk: “Ik heb vanaf de eerste dag tegen meneer C. gezegd: 'Als het langs de officiële weg - euthanasie - niet lukt, doen we het op uw manier.' Hij vroeg niet om euthanasie, hij wilde zelfmoord plegen. Hij kreeg van ons het bekende boekje Zorg jij dat ik niet meer wakker word?, waarin hij kon zien dat er een humanere methode bestaat: het sparen van slaappillen, gevolgd door het opzetten van een plastic zak. Ik wilde hem en zijn omgeving een gruwelijke zelfmoord door ophanging besparen.”

Het Centraal Medisch Tuchtcollege heeft u in twee van de drie voorgelegde gevallen - mevrouw O. en meneer C. - berispt. Een terugkerend verwijt: onvoldoende consultatie van andere artsen.

“Voor meneer C. heb ik bij de drie behandelende artsen informatie ingewonnen en vervolgens om medewerking voor euthanasie verzocht, maar dat wilden ze niet. Maar ik vind dat mij hier geen blaam treft, omdat er ook geen euthanasie heeft plaatsgevonden: alleen zelfdoding, zonder mijn actieve hulp.

“Bij mevrouw O., een 89-jarige verlamde dame in een christelijk verpleeghuis, wordt mij verweten dat ik geen contact met de verpleeghuisartsen heb gezocht. Maar mevrouw O. wilde dat onder geen beding. Ze vond het gluiperds. Toen de directeur van dat huis merkte dat de euthanasie bij haar zoon thuis zou plaatsvinden, zei hij tegen haar: 'Uw zoon zal daar eeuwig wroeging van hebben', en: 'Ik maak u beter.' De huisarts was akkoord gegaan met de euthanasie.”

Ze slikt even. “Ik ben vreselijk boos over die uitspraak van het CMT. Ik vind het zó erg, ik kan er van huilen. Van de argumenten van advocaat Spong en mij is niets terug te vinden in het vonnis, alsof ze het hadden opgesteld voordat wij gehoord waren.”

Maar laat u zich niet te gemakkelijk onder druk zetten door de patiënt? Mevrouw O. verbood u contact te leggen met de verpleeghuisartsen, meneer C. dreigde met snelle zelfmoord.

“Dat is vaker tegen mij gezegd: je laat je chanteren. Maar àls meneer C. mij al met ophanging chanteerde, dan is het toch tragisch dat hij dat moest doen omdat hij zo graag dood wilde? Het ging er mij om dat ik zeker wist dat hij dood wilde.”

Waar ligt voor Wine Mulder-Meiss de grens? Wanneer is iemands doodswens voor haar onacceptabel? “Als de mensen het niet menen”, zegt ze kordaat. Maar hoe is dat vast te stellen? “Je had het ook met abortus: dat je er in tien minuten achterkwam dat iemand het niet echt wilde. Ze willen euthanasie, je biedt aan samen met de dokter te gaan praten en de volgende dag bellen ze met de mededeling dat ze zich vandaag zo lekker voelen. Dan is het niet méér geweest dan een cry for help.”

Ze verzet zich heftig tegen het verwijt - ondermeer van het Openbaar Ministerie - dat ze te eenzijdig op de doodswens van de hulpvrager is gericht. “Ik heb zeker de helft van de verzoeken afgewezen. De paradox is juist: mijn toezegging dat ik in beginsel bereid ben euthanasie toe te passen, voorkomt vaak de uitvoering ervan. Men ervaart het als een geruststelling.

“Ik heb vaak genoeg mensen levensmoed ingesproken. Ik prik er snel doorheen als het alleen maar om een opwelling gaat. Een huisarts riep me eens bij een oudere dame die haar leven totaal verknald had. Gescheiden, daarna weer met een verkeerde man, helemaal vereenzaamd. Ze wilde dood. Nu ben ik van nature een optimistisch iemand, dus ik zei tegen haar: 'Dit is waanzin, u hoeft niet eenzaam te zijn, ga wat dichter bij uw kinderen wonen.' Ik ben met haar in de financiën gedoken, drie maanden later krijg ik een verhuisbericht. Weer twee jaar later zie ik haar overlijdensadvertentie. Ik bel haar zoon. Ze bleek aan een hartinfarct te zijn overleden, maar ze had nog twee heerlijke jaren gehad.

“Ik heb voor de NVVE in een commissie gezeten die over 'de pil van Drion' praatte. Ik was een van de weinigen die vonden dat men die pil niet mag krijgen zonder artsenbegeleiding.”

Heeft u al aan uw eigen leven een grens gesteld?

“Jazeker, ik heb een uitvoerige euthanasieverklaring opgesteld. Maar ik kan straks ook grenzen gaan verleggen - ik zie dat iedereen dat doet. Als jongere zeg je dat je bepaalde dingen niet meer wilt meemaken, maar ik weet zeker dat je die grens verlegt als het er op aankomt. Nu ligt voor mij de grens daar waar ik dement zou worden - en het nog weet.”

Maar in hoeverre kan dat?

“Er komt wel degelijk een moment waarop je dat beseft. Ik heb een 73-jarige mevrouw bij me gehad die naar euthanasie informeerde omdat ze aan kleine dingen haar dementie merkte. Ze begon recepten te vergeten die ze haar hele leven gemaakt had, ze wist niet meer hoe met geld om te gaan. Ik zei: 'We kunnen u nog niet helpen, u bent nog te goed, maar ik zal zien wat ik over een paar maanden voor u kan doen.' Drie weken later had ze zich in de Merwede gestort. Ze kon nog gered worden, maar ze is bij haar dochter aan de gevolgen overleden. Voor mij een niet te vermijden ramp.

“Ikzelf wil in ieder geval niet vegeterend leven. En voor reanimatie bij ouderen - het opwekken uit bewusteloze toestand - voel ik ook niets. Ik heb er een lezing van een Engelse hoogleraar over gehoord. Ik vond de conclusies zó ontstellend dat ik dacht: voor mij niet.”

Bent u godsdienstig geweest?

“Mijn ouders waren wel christelijk opgevoed, maar ze deden er niks meer aan. Ik ben nog naar de remonstrantse catechisatie gegaan, maar het werd niets. Ik ben een overtuigd humanist geworden, zoals zoveel mensen bij de NVVE.”

Bijna twee weken later. Het Haagse gerechtshof heeft geoordeeld: een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand. “Ik ben allang blij dat het een stuk minder is”, zegt ze, “maar ik heb geen blanco strafblad meer. Ik zal met mijn advocaat overleggen of ik in cassatie ga. Mijn strafbare handeling is geweest dat ik tegen meneer C. zei: 'Zet nu de plastic zak maar op.' Dat was volgens het hof een verbale instructie die hulp bij zelfdoding betekende. Als ik er zwijgend bij had gezeten, was het goed geweest.”

Kunnen hulpvragers nog iets van haar verwachten? “Het zijn tropenjaren geweest”, zucht ze, “voorlopig doe ik er niets meer aan.”