De kanselier komt, moe of niet

FÜRSTENWALDE, 10 SEPT. “Die man is eigenlijk ziek”, zegt een oude heer naast me, niet zonder waardering. En inderdaad, Helmut Kohl is niet alleen hoorbaar verkouden, hij klinkt ook oververmoeid. Na circa de helft van de ruim honderd optredens die hij zich tot de Bondsdag-verkiezingen van 16 oktober heeft voorgenomen, lijkt hij deze vrijdagmiddag in het Brandenburgse stadje Fürstenwalde toe aan een rustig weekeinde.

Dat de plaatselijke Domkerk luid over het marktplein begint te beieren, om zes uur precies, als hij nog pas de helft van zijn toespraak af heeft, is een onvoorzien ongeluk dat een christen-democratisch publiek niettemin te denken moet geven.

Natuurlijk is Kohl - der Kanzler kommt! heet het op honderden posters in dit noordoostelijk gedeelte van Spreeland - een grote trekpleister voor het Brandenburgse publiek, dat morgen de samenstelling van de landdag in Potzdam bepaalt en op 16 oktober, met alle Duitsers, de nieuwe Bondsdag kiest.

Maar Kohl is hier niet meer de grote CDU-eenheidskanselier van 1990, die in elke Oostduitse provinciestad vele tienduizenden en soms méér toeschouwers trok. De SPD heeft nu ook in dit oude stadje, dertig kilometer ten westen van Frankfurt aan de Oder, de meeste kiezers en de CDU is hier vermoedelijk achter de PDS, de opvolgster van de communistische SED, pas derde partij.

De kiezers zijn in dit 'Superwahljahr' (met negentien verkiezingen) ook een beetje moe. In Oost-Duitsland moesten de grote partijen de afgelopen weken zelfs manifestaties afgelasten wegens gebrek aan belangstelling. De CDU'er Rainer Eppelmann, die nog even minister was in de laatste DDR-regering, wist eerder deze week in het nabije Müllrose slechts negen kiezers te trekken, met wie hij toen maar ijs was gaan eten waardoor hij toch stukjes in de regionale kranten haalde.

Kohl moet het deze vrijdag, op een podium op de markt tussen de Domkerk uit de veertiende en het raadhuis uit de vijftiende eeuw, die trouwens alle twee in de restauratiesteigers staan, doen met 8000 mensen.

En hoewel die mensen voor het merendeel stellig trouwe CDU-klanten zijn - er zitten mannen in zwart-rood-gele jacks tussen (de kleuren van de Duitse vlag) en er zitten vrouwen bij die vooraf al innig naar Kohls helikopter hebben gezwaaid - wordt er ook gefloten en boe geroepen. Bij voorbeeld als de kanselier het programma-onderdeel sociale uitkeringen bespreekt en met nadruk verzekert dat hij van plan is om meer te gaan doen tegen het misbruik daarvan. Op dat gefluit reageert Kohl routineus-gevat.

Pag.4: Is Kohls campagne wel verstandig?

Er is nu vrijheid in de vroegere DDR, zegt hij, wat betekent dat “die letzten Fusskranken der sozialistischen Völkerwanderung, je ziet ze nog bij de PDS en op Cuba” ook het recht hebben om te fluiten.

Waarop een filippica volgt tegen de 'oude kaders' van de PDS, “niet tegen de PDS-kiezers, die ik uitnodig om zondag op een democratische partij te stemmen.” Daarop volgt een uithaal naar de SPD, die in de deelstaat Saksen-Anhalt een rood-groen minderheidskabinet door de PDS laat gedogen en daarmee “verraad aan haar geschiedenis” pleegt.

Is Kohls hevige anti-PDS-campagne, die eigenlijk een anti-SPD-campagne is, wel verstandig? Heeft de CDU/CSU daarmee de PDS niet geweldig geholpen om in Oost-Duitsland de rol van advocaat van de economische en andere slachtoffers van de Duitse eenwording te spelen? En dreigt als pijnlijke anticlimax nu niet dat de PDS op 16 oktober weliswaar niet de kiesdrempel van vijf procent bereikt, maar toch dank zij ten minste drie rechtstreeks gekozen kandidaten de Bondsdag haalt en dan met, zeg, een percentage van 4,5 daar een fractie van circa 35 leden krijgt, die wellicht beslissend wordt voor de vraag wie als volgende Duitse kanselier wordt gekozen?

Op weg uit Frankfurt aan de Oder naar Fürstenwalde, langs de dagelijkse file op de andere weghelft van tientallen kilometers aan vrachtwagens die op (terug)weg zijn naar Rusland, Polen, Bulgarije, Litouwen, Hongarije en de Oekraïne, hoor ik een commentator van Radio-Saksen zeggen dat de Saksische CDU-premier Kurt Biedenkopf zijn boezemvijand Kohl al vele weken geleden voor dat risico heeft gewaarschuwd. Hoe dat zij, feit is dat de PDS al sinds een jaar in de lift zit in Oost-Duitsland en niet pas sinds de regeringspartijen hun campagne tegen de Rote Socken begonnen. Morgen, bij de regionale verkiezingen in Saksen en Brandenburg en op 16 oktober, in de Bondsdagverkiezingen, zal het opkomstpercentage trouwens veel belangrijker zijn voor de score van de PDS, die belang heeft bij een lage opkomst. Belangrijk is natuurlijk ook dat er nu bijna dagelijks uit Bonn berichten komen over het snelle conjuncturele herstel van de economie. Kohl wijst daarop ook, en zegt er niet bij dat dit herstel voorshands vooral aan de opleving elders in de wereld te danken is en niet aan de (achterblijvende) consumptie en investeringen in Duitsland zelf. Er kan weer wat meer en Oost-Duitsland krijgt voorrang: die “bloeiende landschappen” waarover hij in 1990 sprak komen er toch, belooft hij. De kanselier ziet, net als veel andere Westduitse politici, kennelijk nogal wat Oostduitsers op de bank bij de therapeut liggen. Hij roept dus óók herhaaldelijk dat zij niet minder zijn dan de mensen in de 'oude' Bondsrepubliek en net zo hard werken. En dat zij trots mogen zijn op wat er sinds 1990 al is bereikt. Het siert Kohl dat hij daarna ook zegt dat hij zich zorgen maakt over de groeiende psychologische kloof tussen Oost en West.

De hoofdpersoon in Fürstenwalde had eigenlijk Peter Wagner moeten zijn, een 48-jarige kinderarts uit Kleinmanchow, die op uitdrukkelijk verzoek van Kohl in Brandenburg lijsttrekker is geworden van de CDU, die daar de afgelopen jaren vooral in het nieuws was door aanhoudende interne strijd. Deze lijsttrekker is een kalende, kleine, enigszins corpulente (untersetzte) man met een schelle stem, wat in de geneeskunst geen bezwaar oplevert, maar in de politiek wel. En op een verkiezingsbijeenkomst helemaal.

Wagner, wiens naam volgens enquêtes maar aan tien procent van de kiezers bekend is, moet het morgen opnemen tegen SPD-premier Manfred Stolpe, die volgens dezelfde enquêtes aan alle Brandenburgse kiezers bekend is. De verwachting is dat de CDU morgen een klap van circa tien procent krijgt en dan 120 procent zakt. De arme Wagner spreekt een klein kwartier en kan de mensen op het marktplein niet erg boeien. Eén keer lukt dat wel. Namelijk als hij verzekert dat hij Stolpe morgen ten val wil brengen. Die uitspraak is zelfs onder dit overwegend sympathiserende gehoor goed voor een algemeen gelach.