Affairisme

Georges Timmerman: De uitverkoop van Antwerpen

160 blz., geïll., Epo 1994, ƒ 34,90

In 1969 stond de kathedraal van Antwerpen te koop. Op 31 mei van dat jaar opende wijlen koning Boudewijn de Ring, een snelweg rond de stad. Voor de aanleg ervan werden de laatste stukken groen in de onmiddellijke omgeving van de Scheldestad opgeofferd. Vier studenten van de Kunstacademie beklommen de toren van de kathedraal en ontvouwden een spandoek met de tekst 'Te Koop'. De boodschap was uitgevoerd in geel en zwart, de kleuren van een bekende vastgoedpromotor. Wie nu door de 'Stad aan de Stroom' loopt, kan het niet ontgaan dat opvallend veel (zwaar verwaarloosde) panden te koop of te huur staan. De uitverkoop van Antwerpen is dan ook de titel van het tweede boek (na In Brussel mag alles. Geld macht en beton, 1991) van De Morgen-journalist Georges Timmerman over 'de vernietiging van het stedelijke weefsel' van een Belgische stad.

Van de grandeur van de Belle Epoque is in Antwerpen nog maar weinig te merken. De golf van schaalvergroting en 'vermanhattanisering' die Brussel eind jaren vijftig had getroffen, trof Antwerpen tien jaar later. De uitverkoop werd gestart met de aanleg van de premetro, één van de vele Grote Nutteloze Werken waar België het patent op lijkt te hebben. Veertig miljard frank verder is slechts vier kilometer spoor in gebruik, de overige twintig kilometer ligt al jaren te wachten op afwerking en aansluiting. Daarvoor werden langs deze tunnels wèl (zoals ook elders) vele prachtige negentiende-eeuwse panden gesloopt en vervangen door DDR-achtige kantoorkolossen die inmiddels grauw zijn uitgeslagen.

Maar ondanks de uitverkoop is Antwerpen een faillissement nabij, de schuldenlast bedraagt zo'n 70 miljard frank. Dit alles als gevolg van een structureel gebrek aan evenwicht tussen de publieke en de privé-sector. Timmerman geeft tal van voorbeelden van het nodeloos afbreken van waardevolle panden, van stedebouwkundige blunders en verkwanseling van stadsgronden. Alsof de overheid er is om lucratieve vastgoedoperaties mogelijk te maken. De rol die de Gewestelijke Investerings Maatschappij voor Vlaanderen (GIMV) daarbij speelt, is een dubieuze.

De GIMV is een overheidsholding die opereert als een privé-onderneming. Ze is bij vrijwel elke grote vastgoedoperatie betrokken partij. De bouw van het Administratief en Maritiem Centrum Antwerpen op het terrein van de afgebroken Stapelhuizen is illustratief daarvoor. Het project werd voorgesteld als één waarin de projectontwikkelaar op eigen risico bouwt en op zoek gaat naar huurders of kopers. Om die indruk te versterken, werd de particuliere bouwheer ook eigenaar van de grond (in totaal 35.665 m2). De verkoop gebeurde met gesloten beurs. De stad kreeg in ruil voor de grond twee gebouwen met een gezamenlijke waarde van 433 miljoen frank. Omgerekend kreeg de stad 12.000 frank per m2 voor het terrein, terwijl de werkelijke waarde veel hoger was. De huidige gebruikers van het gebouw? Overheidsdiensten. Maar wel tegen een huur vastgesteld door de bouwheer. Juridisch-financiële 'montages', vriendjespolitiek en corruptie - de Belgen hebben er een term voor: affairisme.

De stad verloedert de laatste jaren zienderogen. Tal van waardevolle gebouwen zijn afgebroken. Waar ooit de Hippodroom-schouwburg stond (om twijfelachtige 'veiligheidsredenen' afgebroken), groeit al twintig jaar onkruid. De demping van de Zuiderdokken heeft geresulteerd in een plein van 800 bij 80 meter dat zó doods is dat het maar geen naam heeft gekregen. En waar wel gebouwd wordt, verrijzen panden die het vermoeide oog nog meer kwellen. Het Museum voor Hedendaagse Kunst bijvoorbeeld, ziet eruit als een gigantische ghetto-blaster.

In de aanloop tot Antwerpen Culturele Hoofdstad '93 werden tal van bouwvergunningen afgegeven. Behalve dat die de gemeente handen vol geld hebben gekost, is één van de directe gevolgen ervan dat wijken zijn ontstaan die maar één functie hebben: uitsluitend kantoren, uitsluitend winkels, uitsluitend horecagelegenheden, uitsluitend woningen. De mengvorm waar de stad haar charme aan ontleende, is verdwenen. Leuk voor de toeristen, zo'n pretpark als centrum. Maar de bewoners vluchten weg. Elk jaar verliest de stad netto drieduizend inwoners aan de randgemeenten door een negatief migratiesaldo. Overigens niet naar de linkeroever, want de bebouwing daarvan wordt zelfs in de officiële VVV-reisgids als een 'gemiste kans' gezien.