Zeilwals voor najaarsstormen

Hier zien we de zeilwals, een voertuig dat door de wind wordt voortbewogen. Het is een eenvoudige constructie, maar opnieuw word je gewaarschuwd: er moet veel worden geprutst, het vergt geduld en hier of daar kan het een keer misgaan. Maar als je volhoudt zul je merken dat je een stevig karretje hebt gemaakt dat bij niet eens zoveel wind keihard over de stenen rammelt.

Dit is het materiaal. Vier ijzeren klerenhangers, zoals ze door de stomerij worden gebruikt om gestoomde pakken en jurken aan op te hangen. Vier blikjes waarin bier of frisdrank heeft gezeten. Vier hulzen van de eenvoudigste bic balpen. Een lege (of nog niet helemaal lege) balpen, merk Pilot Fineliner. Een middelgrote plastic zak van het dunne, ritselende soort, met de handvaten aan de zijkanten. Dun ijzerdraad (nog over van de vorige keren). Wat dun touw. Het ligt allemaal in overvloed op de gebruikelijke vindplaatsen. De handelingen:

1. Buig beide klerenhangers tot een rechthoek. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De korte zijden moeten ongeveer dertien centimeter lang zijn. De eerste klerenhanger is het frame of het chassis waarin straks de wielen worden aangebracht; de tweede gaat als mast dienst doen. Het buigen gaat als volgt. De klerenhanger is nu nog een gelijkbenige driehoek. Bepaal het midden van de basis, zet aan weerszijden daarvan een afstand van bijna zeven centimeter af. Buig daar met behulp van een combinatietang het ijzer aan weerszijden tot een rechte hoek. Zet nu aan de twee zijden op het punt waar de staak van de haak begint, dezelfde afstand af en buig ook daar rechte hoeken. Je ziet al dat er een rechthoek ontstaat, maar het is nog een zwaar gedoe om alle zijden min of meer recht te krijgen. Er blijven misschien hier en daar wat flauwe bochtjes inzitten. Dat hindert niet, zolang de zijden twee aan twee parallel lopen. Behandel de tweede klerenhanger net als de eerste. Je merkt dat het al veel beter gaat. Buig van beide de haak recht.

2. Maak van de vier blikjes de wielen. De lagers bestaan uit de plastic hulzen van gewone bic balpuntpennen. Onthou dit. Neem nu een hamer en een spijker en sla in het middelpunt van de bodem van ieder blikje een gat. Neem een stuk dik karton en knip daaruit vier rondjes die precies passen in de opstaande rand aan de bovenkant van het blikje. Maak ook in het middelpunt van deze rondjes een gat. De gaten in bodem en deksel moeten een ietsje kleiner zijn dan de huls van de balpunt dik is. Lijm de rondjes op de bovenkant van de blikjes en laat de lijm goed drogen. Duw dan de balpunthuls door het gat in het rondje, voorzichtig, en zoek het gat in de bodem. Sla de balpunthuls met voorzichtige tikjes door het gat. Als de huls aan beide kanten dezelfde lengte uit het blikje steekt is dit werkje klaar. Je zult zien dat de huls goed klem zit. Daar hoeft dan niets meer aan te worden gedaan.

3. Neem de derde klerenhanger en knijp met een nijptang de vier assen af. Ze moeten ongeveer twee centimeter langer zijn dan de korte zijden van het chassis. Steek de assen door de lagers (de balpenhulzen). Leg het chassis op de assen. De voorkant is die waar de haak zit. Leg drie blikjes aan de achterkant zo dicht mogelijk achter elkaar zonder dat ze elkaar raken en bevestig de assen met dun ijzerdraad aan het chassis. Doe hetzelfde met het vierde blikje maar dan dicht bij de voorkant. Als dat klaar is kan de zeilwals rijden.

4. Neem de tweede tot rechthoek gebogen klerenhanger, bepaal het midden van de lange zijden en buig in beide voorlopig een rechte hoek. Dat gaat het best op de rand van de tafel. Dit is de bedoeling: aan de ene kant moet deze gebogen rechthoek met de korte zijde tussen het voorste en het daaropvolgende wiel aan het chassis worden bevestigd; aan de andere kant met de rechtgetrokken haak aan de achterkant van het chassis. Nu je dit weet kun je bepalen hoe ver je deze voormalige rechthoek verder moet buigen om dit doel te bereiken. Buig de voormalige haak zó dat het achterste wiel vrij draait. Maak nu het voorste deel met ijzerdraad aan het chassis vast en doe hetzelfde met de voormalige haak nadat je daarin aan het uiteinde een kleine halve lus hebt gebogen. De 'mast' is klaar.

5. Neem de Pilot Fineliner. Knijp een stuk klerenhanger af dat zo lang moet zijn als de breedte van de plastic zak. Maak gaten in het dikke deel, de achterkant van de Fineliner, bijvoorbeeld met een gloeiende spijker. Maak die gaten niet te groot want je moet er nu dat stuk van de klerenhanger doorsteken tot je aan weerszijde dezelfde lengte hebt. Dat is de dwarsstaak. Haal de pen uit de Fineliner en duw hem met het daardoor ontstane gaatje op de rechtgetrokken haak aan de voorkant van het chassis. Daardoor ontstaat de 'boegspriet'. Bevestig met touw de twee uiteinden van de dwarsstaak aan de voorkant van het chassis of aan de onderkant van de 'mast' - wat je mooier vindt.

6. Neem de plastic zak en bevestig die met zijn bodem, met ijzerdraad aan de dwarsstaak. Trek de zak over het voorste deel van de 'mast' en bevestig de hengsels, weer met een ijzerdraadje aan het achterste deel van de 'mast', ook weer met een ijzerdraadje. De zeilwals is klaar.

Als je hem op een harde ondergrond zet, zul je zien dat het ding al begint te rijden als je flink in de zak blaast. Met echte wind, buiten, gaat het natuurlijk veel harder. In een herfststorm kun je de zeilwals niet meer bijhouden. Probeer je vriendjes over te halen, ook een zeilwals te bouwen en ga dan wedstrijden doen. In Amerika heb je 'dragsters', auto's die zijn gebouwd om een korte afstand zo snel mogelijk af te leggen. Daar worden 'dragraces' gehouden. Je kunt deze zeilwals ook als een winddragster beschouwen.

Verklaring: a. eerste klerenhanger, chassis. b. tweede klerenhanger, 'mast'. c. rechtgetrokken haak van 'mast'. d. idem van chassis. e. Fineliner. f. blikjes. g. lagers van balpunthulzen. h. assen. i. tuig van de dwarsstaak. j. dwarsstaak.

Met dank aan G.B., M.R. en TH.IJ., leveranciers van materialen.