'Wie een paar fouten maakt heeft een probleem'; Jacques Wallage over de nieuwe bewindslieden

Jacques Wallage balanceert tussen de rol van Grote Verzoener binnen zijn partij en bewaker van het sociaal-democratisch gehalte van het kabinetsbeleid. “De traditie dat je de bewindslieden van de PvdA vooral beschouwt als partijgenoten blijft heel sterk”, zegt Wallage in de werkkamer waar jarenlang zijn voorganger Thijs Wöltgens zetelde.

Hij is in tegenstelling tot Wöltgens een ochtendmens en heeft vanuit het Koloniëngebouw op het Binnenhof een schuinse blik op het Torentje van premier Kok. “Ik bel regelmatig met Kok, dat moet toch ook kunnen. Een belangrijk deel van dit vak is het proces ordenen. Wim doet dat in het kabinet en ik probeer dat in de fractie”, zegt Wallage. “Maar de fractie moet meer zijn dan de verkondiger van de blijde boodschap van het kabinet-Kok.”

Hij deinst er niet voor terug om het kabinet de wacht aan te zeggen. Bewindslieden die niet voldoen, moeten volgens Wallage tussentijds worden ontslagen. “Ik heb altijd gevonden dat je ministers die onvoldoende gezag en vertrouwen hebben op enig moment moet kunnen wisselen”, zegt Wallage waarschuwend. “Ik vind dat de premier en de fractieleider van een regeringspartij permanent op hun hoede moeten zijn of een minister of staatssecretaris nog voldoende gezag heeft. Die balans mag niet pas na vier jaar worden opgemaakt.”

Wanneer is er sprake van onvoldoende gezag?

“Het is niet zo dat ik hier met een politieke zakjapanner loop, de schade inventariseer en na een poosje op een fluitje blaas. Dat is niet mijn bedoeling. Als je wilt dat een coalitie vier jaar voldoet is het wel van belang dat een beperkt aantal mensen goed kijkt of de effectiviteit van bewindslieden in voldoende mate aanwezig is. In dat opzicht is tussentijdse vervanging voor mij geen taboe.”

Wallage noemt de instelling van een algemene bestuursdienst “cruciaal” om de sleetse ambtelijke cultuur in Den Haag te doorbreken. De ambtelijke top van de departementen moet regelmatig wisselen en zich meer identificeren met de collegiale besluitvorming in de ministerraad dan met het deelbelang van het departement. “Een kabinet dat dit laat lopen verliest een groot deel van de mogelijkheden om in vier jaar op een andere weg uit te komen. Er bestaat bij ministers en staatssecretarissen vaak de neiging om het met de ambtelijke top maar op een akkoordje te gooien, want je moet immers vier jaar met elkaar verder. Churchill zei ooit: 'If you feed the crocodile enough the crocodile will eat you last'. Maar dat is niet zo. Wie hier niet streng is, wordt direct zelf opgegeten.”

De nieuwe ministers maakten in de ministerraad onmiddellijk bezwaar tegen een bestuursdienst. Stuit het paarse kabinet nu al op de grenzen van zijn macht?

Wallage, stellig: “De lakmoesproef voor dit kabinet is of men die weerstand kan breken.

“Is dit nu een ander kabinet dan het voorgaande? Niet meteen. En als je niet oppast nooit. Daar ligt de spanning: zoals het water vanzelf naar de zee loopt en de oudere vanzelf grijs wordt, zo gaat een nieuw kabinet vanzelf op een oud kabinet lijken. Dat zijn natuurlijke processen. Je moet een beetje tegen de natuur in willen, naast het lopende proces gaan staan. Daarom is de algemene bestuursdienst essentieel.”

Wallage speelde zijn rol vorige week bij het debat over de regeringsverklaring van het kabinet-Kok voor het eerst. Als orator, met een beetje kerkgalm, verdedigde hij het paarse kabinet met een zekere afstand. Wallage is tijdens zijn politieke carrière gewend geraakt aan het vervullen van verschillende rollen. Als Kamerlid bestreed hij eerst het CDA, regeerde daarna zeer tot zijn genoegen met diezelfde partij en is hij nu een verklaard voorstander van een coalitie zonder het CDA. Daarvóór was hij in Groningen wethouder van een links programcollege en nog eerder een gedreven studentenactivist, aan wie de econoom en generatiegenoot E.J. Bomhoff herinneringen van 'een ruziemaker' en niet van een compromiszoeker heeft overgehouden.

Wallage:“Het vervelende is dat de stelligheid en het waarheidsgehalte van Bomhoffs uitspraken vaak diametraal tegenover elkaar staan. Iedereen die mij in mijn Groningse tijd heeft meegemaakt weet dat het verzoenende er toen ook al inzat.”

U was geen ruziemaker?

“Nee, integendeel. Het verwijt dat mij altijd gemaakt wordt, toen ook, is dat ik eindeloos blijf zoeken naar overeenstemming.”

Het beeld blijft dat u zich als politicus moeiteloos aanpast aan wisselende getijden. Bent u a man of all seasons?

“Ik ben heel erg trouw aan mijn eigen uitgangspunten gebleven. Ik heb in alle rollen die ik tot nu toe speelde nooit het debat geschuwd, maar wel altijd gezocht naar een afronding in fatsoenlijke besluitvorming. Ik ben altijd op zoek naar samenwerking, het enige waar ik een hekel aan heb is fanatisme. Ik wil me ver houden van dat monomane; daar ben ik allergisch voor. Misschien dat ik het mag zeggen, maar Bomhoff is een tikkeltje monomaan.”

Wallage vervulde als leider van de PvdA-fractie een belangrijke rol in het voordragen van de PvdA-ministers en staatssecretarissen van het paarse kabinet. De kabinetsformatie nam bijna vier maanden in beslag, maar voor de samenstelling van het kabinet-Kok namen de fractieleiders en de formateur slechts een aantal dagen. Het zoeken van bewindslieden leidde in de eindfase tot een bizar geschuif met kandidaten. Het kwam Wallage binnen en buiten de partij op de nodige kritiek te staan. Zo noemde Bram Peper, burgemeester van Rotterdam en PvdA-prominent, de vorming van het kabinet 'een rommeltje'.

Wallage: “Ik heb meer kritiek moeten incasseren van mensen die niet in het kabinet zitten. De innovatie van deze formatie was dat we zochten naar een combinatie van personen en posten. Het voordeel daarvan is dat je elkaars kandidaten kunt beoordelen en kunt zoeken naar een samenhangende ploeg. De eerste berichten zijn heel positief: men heeft er niet alleen lol in, het zit ook onderling goed. Voor de PvdA gold verder dat we tegelijk onze ploeg wilde vernieuwen, maar we ook fair wilden zijn voor de mensen die hun sporen hebben verdiend.”

Het opgeven van Binnenlandse zaken is in brede kring als een misser ervaren.

“Bolkestein heeft van meet af aan een claim gelegd op Binnenlandse Zaken voor zijn vice-premier. Ik vond dat niet onredelijk. Het was zijn eerste claim voor zijn eerste man. De enige methode daar een gat in te boren was het voordragen van een kandidaat die door alle drie partijen als zwaarder werd gezien; die kandidaat - de naam Van Kemenade is inmiddels bekend - was uiteindelijk niet beschikbaar. Als je daar niet in slaagt kun je niet zeggen dat er sprake is van een misser.”

Minister Pronk heeft gefigureerd voor verschillende departementen, maar is uiteindelijk op Ontwikkelingssamenwerking gebleven. Dat kan niet als een vernieuwing worden gezien.

“Mijn opvatting is dat Jan Pronk voor de sociaal-democratie meer had kunnen betekenen door minister te worden op een van de andere cruciale departementen. We hebben stevige druk op hem uitgeoefend en langdurig met hem gesproken, maar zelf was hij niet bereid een ander departement te leiden. Pronk heeft op die manier zijn eigen rol in de Nederlandse politiek geen goede dienst bewezen. Maar hij is zo verbonden - ook als mens - aan de problematiek van de Derde Wereld, aan het levend houden van dit thema in Nederland, dat ik per saldo kon billijken dat hij zei: 'ik heb er echt goed over nagedacht maar ik doe het niet'.”

Pronk mag in de PvdA meer dan anderen. Hij mocht als enige minister openlijk kritiek leveren op 'de proeve' van Kok (die te weinig aandacht voor de Derde Wereld zou bevatten) en op de wijze van formeren (die te regentesk zou zijn) en keert toch terug als minister.

Wat is de rol van Pronk in de PvdA? Is hij in uw partij de huis-dissident?

“Een van mijn overwegingen om sterk te bepleiten dat Jan de volle verantwoordelijkheid zou nemen voor een andere portefeuille was dat ik geloof dat nóch hij nóch de Partij van de Arbeid gediend is met een soort Tony Benn-achtige rol in de Nederlandse politiek.” (Anthony Wedgwood Benn figureerde in de jaren zeventig en tachtig als rebel op de linkervleugel van de Britse Labourpartij, red).

Minister Ritzen bleek uw derde keus te zijn, dat moet voor hem geen prettige ervaring zijn geweest.

“Er zijn zeker situaties waarin je naar personele vernieuwing streeft. Aan zittende bewindslieden waren geen tweerittenkaarten verstrekt, aan niemand. Dus ga je bij iedereen na - dat heeft voor Aad Kosto gespeeld, dat was met Jan Pronk aan de orde en dat speelde ook bij Jo Ritzen - wat voor de totale ploeg het beste is. En dan is uiteindelijk maar één ding bepalend: heb je voldoende vertrouwen in de persoon die je voordraagt. Het antwoord is ondubbelzinnig ja.”

Het woord 'paars' bleef buiten de regeringsverklaring. Wat is er zo uniek aan paars, behalve dat het CDA niet regeert?

“Ik heb geen behoefte om een kabinet te definiëren aan wie er niet inzit. Wat ik wel hoop is dat het kabinet zich geleidelijk aan historisch onderscheidt van voorgangers. Vooral de rol van de politiek moet sterker worden en die van de ambtelijke structuren minder. Ik heb zelf gemerkt hoe ambtelijke diensten hun eigen dynamiek in het bestuursproces brengen; ministers worden heel makkelijk topjes van departementale ijsbergen. Het zou winst zijn als de ministerraad eerst zou vergaderen, daarna een ambtelijk advies zou vragen en dan pas besluiten zou nemen. De collegiaal besturende ministerraad moet voorrang hebben boven de interne departementale processen. Dat zou een stap moeten zijn waarin paars een eigen betekenis zou moeten krijgen. Bijvoorbeeld. Op maandagochtend praat de minister met zijn staf en spreekt de ministerraad van vrijdag door. Waarom begint de ministerraad niet op maandag om samen de week door te nemen? Gewoon kijken: wat gebeurt er in de Kamer, wie heeft er een probleem, waar hebben we voor risico's? De ministerraad moet als écht bestuursorgaan optreden.”

Paars betekent ook dualisme, maar wordt dit in de praktijk dualisme met mate?

“Er zijn heel verschillende vormen van omgang mogelijk. Dus deze discussie over dialoog gaat vooral over de vraag: bind je je voor het debat aan een afloop? Het antwoord is nee. Ga je verregaande regie plegen zodat de spanning zich overal ontlaadt behalve in de Kamer? Het antwoord is nee. Het debat tussen het kabinet en de regeringspartijen vindt plaats in het parlement. En dat herbergt het risico dat je de coalitie blootstelt aan handige manoeuvres van de oppositie. Het is een poging om open verhoudingen te krijgen, om de Kamer zijn controlerende rol volledig te laten vervullen. Bewindslieden die fouten maken, zullen ook de regeringspartijen tegenkomen. We moeten zakelijk omgaan met de ministeriële verantwoordelijkheid. Wie een fout maakt hoort het ook. Wie een paar fouten achter elkaar maakt, heeft een ernstig probleem.”

Hoeveel dualisme kan de PvdA-fractie zich veroorloven?

“Dit is het kabinet-Kok en de leider van de PvdA is de spil van de coalitie. De rolverdeling is dat we elkaar de waarheid zeggen, ook in het openbaar. Maar we zijn er niet op uit de ander in een wankele positie te manoeuvreren. Dit is een coalitiekabinet. Heel veel wat dit kabinet doet is niet datgeen waarvan de PvdA-kiezer heeft gedroomd. De PvdA-fractie moet kunnen laten zien dat er achter het debat van de dag perspectieven zijn die voor PvdA anders liggen dan voor de VVD. In dat opzicht heeft de PvdA een belang bij een zekere afstandelijkheid. De verlies-verlies situatie is dat de PvdA de premier zo krampachtig bijvalt dat dit interne spanning oplevert. De win-win situatie is dat Kok tot volle wasdom komt als premier en dat de PvdA daarnaast kan laten zien waar zij als partij staat.”