Werkgroep justitie: alle coffeeshops verbieden

DEN HAAG, 9 SEPT. Over de aanpak van de handel in softdrugs zijn binnen het openbaar ministerie verschillen van opvatting ontstaan. In een tot nog toe vertrouwelijk advies heeft een ambtelijke commissie de minister van justitie vorige maand geadviseerd het aantal coffeeshops waar softdrugs worden verkocht “uiteindelijk tot nul te reduceren”.

Deze commissie-Blok bestaat onder anderen uit leden van het openbaar ministerie, onder wie de Haagse hoofdofficier van justitie, J.A. Blok, en de ministeriële drugsadviseur S.J.E. Horstink. Volgens het advies van de commissie dient het OM samen met de politie en de gemeenten via “een fundamentele beleidswijziging” een einde te maken aan het huidige justitieel gedogen van de naar schatting vijftienhonderd coffeeshops in Nederland.

De procureurs-generaal - de top van het OM - hebben twee weken geleden het advies van de commissie-Blok als niet realistisch terzijde gelegd. Dit zegt F. van Straelen van het stafbureau van het OM. Volgens de woordvoerder van Blok, F. Slits, zijn de PG's wel met de commissie van mening dat “we terug moeten komen van het huidige gedoogbeleid, maar het zal niet gemakkelijk zijn dat te bereiken”.

Het rapport-Blok heeft als centrale conclusie dat “justitie en politie de controle over de coffeeshop dreigen te verliezen” en deelt daarmee de mening die in steeds meer gemeenten en arrondissementen opgeld doet: de handel in softdrugs leidt tot onaanvaardbare overlast en levert risico's op voor de volksgezondheid. De commissie-Blok concludeert feitelijk dat het huidige beleid - waarbij justitie alleen optreedt als een coffeeshophouder reclame maakt, harddrugs cerkoopt, overlast veroorzaakt, aan jongeren levert of grote hoeveelheden verkoopt - heeft gefaald.

Het justitiële advies toont aan dat de opvattingen van belangrijke vertegenwoordigers van het openbaar ministerie lijnrecht staan tegenover die van D66, de partij van de nieuwe minister van justitie, W. Sorgdrager. De democraten schrijven in het verkiezingsprogramma juist dat “de coffeeshops in een legaal juridisch en bestuurlijk kader kunnen worden ingebed”. De partij is van mening dat “softdrugs zo spoedig mogelijk geheel uit de sfeer van het strafrecht moeten worden gehaald”.

Door softdrugs beperkt toe te staan en vooral harddrugs te bestrijden, hoopte justitie te voorkomen dat jongeren ook met zwaardere verdovende middelen in aanraking komen. Maar de commisie-Blok schrijft dat het percentage gebruikers van harddrugs in Nederland niet lager is dan in landen als Duitsland en Zwitserland die “geen coffeeshopbeleid kennen”.

Pag.3: 'Nederwiet is zeer krachtig en schadelijk'

Andere “kanttekeningen” die de commissie plaatst bij het huidige beleid zijn de zeer krachtige en voor de gezondheid schadelijke werking van de nederwiet die in Nederland wordt geproduceerd en het feit dat “de georganiseerde misdaad de handel in hennepprodukten steeds steviger in de greep heeft”.

“Van het aan de coffeeshops ten grondslag liggende idee van de besloten jeugdsociëteit waar oppassende scholieren onder het toeziend oog van de jongerenwerker, die zijn pupillen kent, een onschuldig stickie kunnen roken zonder zich daartoe in duistere harddrugholen te hoeven begeven, zijn we inmiddels ver verwijderd”, aldus het rapport-Blok. “De besloten jeugdsociëteit is een anoniem commercieel bedrijf geworden, onder leiding van een op pure winst beluste zetbaas, die wie er maar komt aan zijn gerief helpt. Het onschuldige stickie wordt allengs krachtiger en daarmee minder onschuldig en wie het nog zwaardere werk wil, behoeft zich maar te wenden tot de stroman in of om de hoek van de coffeeshop om te worden bediend.”

De justitiële werkgroep adviseert dat ten aanzien van de handel in en teelt van softdrugs een “ontmoedigingsbeleid” zal moeten worden gevoerd. Dat wil zeggen: meer voorlichting waarbij de nieuw verworven inzichten worden gebruikt, stimuleren van veranderingen in opvattingen over cannabisgebruik, het tot nul reduceren van de coffeeshops en het uitbannen van de nederwietteelt.

Als aan deze plannen uitvoering wordt gegeven, zullen de “onaanvaardbare uitwassen” onderdrukt kunnen worden. Dat zal volgens de commissie tevens “onze status in de internationale politiek” aanzienlijk verhogen. “De voor het buitenland onaanvaardbare angel is dan immers uit ons drugsbeleid.”