Waren we maar wat hongeriger; Millennium en Zoetermeer, tijdschriften voor de fin de siècle-generatie

De diversiteit van de huidige jongerencultuur begint ook op literair gebied zichtbaar te worden, nu naast het al bestaande 'tijdboek' Millennium deze week ook het tijdschrift Zoetermeer is verschenen. De twee bladen staan diametraal tegenover elkaar. Millennium biedt bevlogen statements en doorwrochte beginselverklaringen, Zoetermeer meer literair amusement.

Millennium. Uitgeverij Prometheus.ƒ 12,50 Zoetermeer. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. ƒ 14,90 Millennium en Zoetermeer zijn aanwezig op de avond 'Hoezo Nix?', met jonge kunstenaars, schrijvers, theatermakers en ontwerpers. Paradiso, Amsterdam. 9 sept. vanaf 20.00 u. De Zoetermeer-redactie is aanwezig op het Crossing Border-festival, Theater aan het Spui, Den Haag. 9, 10 en 11 september. Verder zijn hier onder anderen: Douglas Coupland, Tama Janowitz, Kathy Acker, Arnon Grunberg, Remco Campert en Gerard Reve.

Ruim een maand geleden verscheen in deze krant een artikelenreeks over 'de jonge negentigers' - portret van een meerkeuze-generatie, zoals de ondertitel luidde. Met die 'meerkeuze-generatie' werden de jongeren tot een jaar of 25 bedoeld. Uit de stukken werd duidelijk dat als er ooit één generatie 'lost' was geweest, het de jongeren aan het eind van dit millennium wel zijn.

Niet dat ze zich daar zelf erg druk om maakten; de jongeren die in het stuk aan het woord kwamen, waren stuk voor stuk vriendelijke, een beetje bedachtzame en vooral redelijke mensen. Die verlorenheid zat vooral in de samenstelling van de generatie. In de huidige generatie jongeren, zo constateerde een onderzoeker in het artikel, komt dertig jaar sub-cultuur samen: het drugsgebruik en de tolerantiecultuur van de jaren zestig, het idealisme van de jaren zeventig en het egocentrisme van de jaren tachtig - maar dan allemaal in mindere mate. En iedereen doet waar hij zin in heeft, zonder zich nog iets aan te trekken van de strakke culturele codes uit de vorige decennia . Daardoor is iedere jongere plotseling onderdeel van een subcultuur geworden; allemaal subcultuurtjes die gezamenlijk de hoofdcultuur zijn gaan vormen.

Van een literair tijdschrift dat door jongeren gemaakt wordt en dat de pretentie heeft 'het tijdsbeeld van een jonge generatie' te geven, zou verwacht mogen worden dat het de diversiteit onder jongeren tot uitdrukking brengt. Zeker nu het fin de siècle opnieuw is aangebroken; iets waar vooral veel jonge schrijvers en beeldend kunstenaars bewust mee bezig zijn. Zo vreemd is dat ook niet; het vorige fin de siècle liet een ongekende bloei van de kunsten zien, wat in de literatuur bijvoorbeeld tot een van stromingen leidde: symbolisme, naturalisme, decadentie en sociaal-realisme kwamen op en leefden naast elkaar in vreedzame coëxistentie - de parallel met de huidige jongerencultuur komt niet uit de lucht vallen.

Koningshuis

Op literair gebied begint de diversiteit van de huidige jongerencultuur ook zichtbaar te worden nu naast het al bestaande tijdschrift Millennium deze week het tijdschrift Zoetermeer is verschenen. Millennium, dat zichzelf het 'detonatief tijdboek van Kunstgroep Lage Landen' noemt, werd een jaar geleden opgericht met de nadrukkelijke pretentie een 'stem voor de jaren negentig en voor de laatste jaren van dit millennium' te vormen. Tot nu toe is het daar niet in geslaagd, omdat Millennium zichzelf plaatst in de traditie van het hokjesdenken van de jaren vijftig tot en met tachtig. De 'Millennisten' kunnen daarbij in het hokje 'idealisten' worden geplaatst, al voegen ze daar zelf nadrukkelijk aan toe dat ze veel realistischer zijn dan de hippies uit de jaren zestig. Dat weerhoudt het blad er niet van om zonder enige relativering te pleiten voor de afschaffing van het koningshuis, voor 'een waarachtig multi-culturele samenleving', 'een vurig milieu-engagement' en een 'prikkelend geestelijk klimaat' - waarmee ze in de literatuur nog het meest doen denken aan het werk dat Herman Gorter en Henriette Roland Holst aan het begin van deze eeuw schreven na hun 'bekering' tot het socialisme.

“Werkelijk, ik mocht willen dat we wat hongeriger waren,” schrijft opper-Millennist Serge van Duijnhoven bijvoorbeeld in Millennium nr. 2. “Wat minder zouden klagen en wat meer onze verlangens zouden laten spreken. Het is tijd om ons af te vragen in hoeverre ons denken, onze mentaliteit vercyniseerd is.”

Hoewel Millennium zegt een 'tijdboek voor een kunstgroep' te vormen is juist de kunst die tot nu toe in het blad verscheen weinig opzienbarend. Poëzie en proza stijgen zelden boven schoolkrantniveau uit, terwijl het enige veelbelovende proza-fragment, de ruim dertig pagina's tellende voorpublikatie uit de roman De fatale limiet van Serge van Duijnhoven, vooral deed verlangen naar een goede eindredacteur, die Van Duijnhovens proza met tenminste éénderde zou bekorten en hem er bijvoorbeeld op zou wijzen dat een 'kobold-wit colbertje' toch vooral associaties met Rien Poortvliets kabouterboek oproept.

Doordat na drie nummers van Millennium duidelijk was geworden dat dit blad het niet van zijn artistieke verworvenheden zou moeten hebben, werd het verschijnen van het nieuwe, lang van tevoren aangekondigde literaire tijdschrift Zoetermeer met enige spanning tegemoet gezien. Zoetermeer werd aangekondigd als de spreekbuis van de Generatie Nix, de generatie die haar levenshouding bij monde van de drie jonge roman-schrijvers Rob van Erkelens, Ronald Giphart en Joris Moens al eens had omschreven als gekenmerkt door 'schaamteloosheid, twijfel, arrogantie, verveling en oprecht geveins.' Dat was ook het beeld dat naar voren kwam uit de vier romans die het drietal tot nu toe had gepubliceerd; romans waarvan levensvreugde inderdaad niet het meest in het oog springende kenmerk was, maar die ook niet uitblonken in goed geschreven proza. Mede door het contrast met de 'Millennisten' werd de Nix-auteurs al snel lethargie, inertie en een gebrek aan engagement verweten, waardoor de discussie rond het tijdschrift zich toespitste op engagement en idealen, en de literatuur naar de achtergrond werd gedrongen. Daardoor werd bijna vergeten dat literaire tijdschriften er in de eerste plaats zijn voor de literatuur.

Nu het eerste nummer van Zoetermeer is verschenen, wordt duidelijk dat het blad in bijna alle opzichten diametraal tegenover Millennium staat. Bij Zoetermeer geen bevlogen statements of diep doorwrochte beginselverklaringen; het redactioneel staat ergens op tweederde van het nummer en bevat als belangrijkste opmerking: 'De reden waarom Zoetermeer is opgericht ligt in het feit dat het de redacteuren van kinds af aan al heel erg leuk leek een literair tijdschrift te hebben.' Soms wordt de humor van het blad wel erg flauw; dat komt niet alleen naar voren in de naam, maar ook in het voorwoord, dat in opdracht van de redactie is geschreven door dr. L. van Leeuwen, burgemeester van de 'dynamische groeikern' Zoetermeer, die dan ook de verwachting uitspreekt dat 'het literaire klimaat in Zoetermeer door (dit tijdschrift) ongetwijfeld een stimulans zal krijgen.'

Net als in de romans die tot nu toe van de Zoetermeer-redacteuren verschenen is in het tijdschrift weinig bevlogen engagement te bespeuren. Als de Zoetermeer-auteurs al als een generatie beschouwd mogen worden, dan is het een generatie die de wereld bekijkt met de licht ironische houding van 'wij hebben alles al een keer gezien' en die daarom alles van een afstandje observeert. Daarbij is het opvallend hoeveel er in de Zoetermeer-verhalen wordt geslikt, gedronken, gesnoven en gespoten. De mens blijft aangewezen op zijn eigen wereld en als die niet rooskleurig genoeg is, kun je hem altijd nog opfleuren of afdekken met wodka, speed, heroïne of XTC.

De belangrijkste verworvenheid van Zoetermeer is echter voorlopig dat het ondanks die soms wat zelfingenomen, poserende houding, op literair gebied genoeg te bieden heeft. Zo opent het eerste nummer met een fragment van Joris Moens waarin - hoe toepasselijk - een geboorte wordt beschreven. Het verhaal bevat af en toe kromme beeldspraken, maar eindigt in een spannende climax die op zijn minst benieuwd maakt naar Moens' volgende boek. Ook de fragmenten van de Amerikaanse schrijvers Denis Johnson en Douglas Coupland, die met zijn Generation X de inspiratie gaf voor de naam Generatie Nix, behoren bij het beste proza dat ik de laatste tijd in een literair tijdschrift heb gelezen. Daar staat tegenover dat Arnon Grunberg een van zijn zwakste stukken tot nu toe aflevert, en Rob van Erkelens met zijn prozafragment opnieuw niet aan de verwachtingen beantwoordt die hij als hoofdredacteur en woordvoerder van de Zoetermeerders zo langzamerhand wel oproept. In de relatie met 'de jeugd van tegenwoordig' mag Zoetermeer dan net zo eenzijdig zijn als Millennium en net zo min slagen in de poging een 'stem van hun generatie' te worden, ze hebben in ieder geval door dat het bij een literair tijdschrift boven alles om de literatuur gaat.