Virtuoos gepriegel, lawaai en sensualiteit bij Gaudeamus

Internationale Gaudeamus Muziekweek 1994. Concerten door Leonardo Strijkkwartet, Aurelia Saxofoonkwartet, Ives en Gaudeamus Ensemble. Gehoord 5/9, De IJsbreker en Beurs van Berlage Amsterdam.

De eerste dag van Gaudeamus bracht diversiteit en een botsende tegenstelling aan stijlen. Met vier kamermuziekconcerten is deze internationale muziekweek sterk wisselend begonnen, ook wat het niveau betreft. Vanavond is er een koorconcert in de Posthoornkerk, zaterdagmiddag gevolgd door elektronische muziek in het Stedelijk Museum met 's avonds ter afsluiting het orkestconcert in de Beurs van Berlage. De uitzending daarvan is gepland op 12 september.

Oordopjes meebrengen was een vereiste in vitalistische jazzy bijdragen van de Griek Ioannis Kyriakides en de Engelse componist Kevin Mayo. Het klonk hoekig luidruchtig, tegenover onwaarschijnlijk subtiele klankschilderijtjes uit Japan, onder meer van Naoko Hishinuma in een beeldschone partituur voor zes celli en vibrafoon, waarin de wind over het water blaast, straaltjes en druppeltjes meevoerend in zacht suizelende echo's. Daarnaast waren er, zoals niet ongebruikelijk bij Gaudeamus, ook weer vele virtuoze priegelstukjes uit Italië. Maar in de talrijke reeksen voorslagen, zo typerend voor de mediterrane virtuositeit, zag men nu toch meer accenttekens dan voorheen, een onmiskenbare poging om binnen de decoratie expressiviteit aan te brengen. En een componist als Luca Macchi bedacht weliswaar een titel als Ombre nell'acqua, maar in tegenstelling tot wat de titel deed vermoeden (statische schaduwen op het water), klonk zijn muziek bijna Varèse-achtig agressief en obsederend ruig blazend.

De Zweed Staffan Storm had zijn werk Die Blaue Grotte voor blaastrio, piano en slagwerk gebaseerd op Franz Schrekers hypersensuele opera Die Gezeichneten. De blauwe grot verwijst naar geheimzinnige ruimten voor liefdesfeesten. Daarin zijn de blazers op te vatten als de individuen uit de opera en blijft de decoratie in handen van de overige instrumenten, een taakverdeling die het volgen van de handeling aanzienlijk vergemakkelijkt. Maar ook hier is de sensualiteit slechts schijn, wat wil je ook met soli voor een heroïsch instrument als de trompet. Ook bij Cesare Marchesi, in een subtiel Storie Brevi con Catastrofe voor septet, is de structuur glashelder. De blazers roepen schrille spanning op, de strijkers blijven decor. Storm en Marchesi zijn uitgesproken 'vertellers'.

Enkele werken klonken zo beroerd dat je er iets achter ging zoeken - een onnozel koraal van Hiroyuki Yamamoto of een zeldzaam banaal ritueel van Jong Woo Yim - tot opeens gisteravond een bijzonder zelfbewuste klankverkenning de oren deed spitsen: Paul Newlands Some like horrorshow music voor fluit, klarinet, viool, cello, slagwerk en piano in de beste grenzen verkennende Gaudeamus-traditie. Het stuk was geselend extreem in elk opzicht, maar ook afwisselend overdacht, verwant aan de stijl van Steve Martland, met ratelende effecten als van een opstijgende helikopter. De schreeuwende klanken zijn bestemd voor Alex, de hoofdfiguur uit Burgess' A Clockwork Orange. De muziek is triomfantelijk, ter begeleiding van gruweldaden. Niets was meer over van welk decoratief gesuizel dan ook, we stonden met beide benen op de grond, de grond van de gewelddadige jaren negentig.