Verwarrende signalen op het rentefront

ROTTERDAM, 9 SEPT. Het is al jarenlang een traditie. Om de twee weken valt op donderdagochtend een diepe stilte op de Europese financiële markten, wanneer de zentralbankrat van de Bundesbank zich buigt over het Duitse rentebeleid. Rond half twee 's middags licht het Frankfurter besluit in rode letters op op de koersen- en nieuwsterminals in de dealingrooms van banken en effectenhuizen over heel Europa, en passen handelaren en fondsbeheerders in een heftig handelskwartiertje hun posities aan.

Die traditie blijft behouden, maar de aard van het nieuws maakt grote kans om drastisch te veranderen. Zetten handelaren zich de afgelopen twee jaar op donderdag traditioneel schrap voor een renteverlaging, sinds deze zomer heeft de twijfel toegeslagen. Is er nog ruimte voor een verlaging van de Duitse rente, of is de eerstvolgende stap omhoog?

De signalen zijn verwarrend, en de Bundesbank zelf helpt daaraan mee. De Duitse economie veert wonderbaarlijk snel op na de recessie van vorig jaar. De prognoses wijzen op een economische groei van tegen de 2,5 procent in 1995 en zo'n drie procent of meer in het jaar daarop. De definitieve cijfers over het tweede kwartaal van dit jaar, die gisteren vrijkwamen, wijzen op een economische groei van 2,3 procent op jaarbasis. Een echte noodzaak tot monetaire versoepeling door de Bundesbank, om door middel van een renteverlaging te bedrijvigheid meer kans te geven, is er niet meer. De geldgroei, een zorgenkindje van Frankfurt, neemt gestaag af in de richting van de gewenste bandbreedte tussen 4,5 en 6,5 procent. Maar of met de afnemende geldgroei ook de volgens de Bundesbank bijbehorende kans op een hogere inflatie in de toekomst wegebt, is de vraag. Tegen de verwachtingen voor een dalende Duitse inflatie in, steeg de geldontwaarding in augustus licht, van 2,9 naar 3 procent. Een inflatie onder de 2 procent is het officiële doel van de Duitse monetaire beslissers.

De toespeling van Bundesbank-president Hans Tietmeyer vorig weekeinde dat er niet al te hard meer moest worden gerekend op een verdere verlaging van de Duitse rente, zorgde dan ook slechts voor een schokje op de financiële markten. Na regelmatige en stapsgewijze verlagingen houdt de bank het laagste geldmarkttarief, de beleningsrente, nu al sinds eind juli op 4,82 procent. Daarmee zijn de geesten al wat voorbereid, al zaaide een van Tietmeyers collega's in het bestuur van de Bundesbank, Hans-Jürgen Krupp, gisteren in een vraaggesprek toch weer verwarring toen hij zinspeelde op een verdere monetaire versoepeling.

Het is verwonderlijk dat Tietmeyer er zelf aan te pas moet komen om het (naderende) einde van de renteverlagingen in Europa aan te kondigen. Wie gelooft in het gelijk van de markt, had het daar zelf al kunnen zien. De spectaculaire stijgingen op Europese aandelenmarkten vorig jaar en de zijwaarts kabbelende koersen van 1994, zijn achteraf te zien als een teken dat het Europese economische herstel veel eerder heeft ingezet en sneller gaat dan gedacht. Wie daar nog geen bewijs in zag, had de waarschuwing van de obligatiemarkten serieuzer moeten nemen. Menig professioneel belegger heeft zich op de veronderstelde hobbel in de kapitaalmarktrente verkeken, terwijl het een duurzame stijging betreft die past bij de snelle conjuncturele opleving.

In het licht van dat conjunctuurbeeld zijn de Duitse rentetarvieven niet de enige waarover analisten zich nu het hoofd breken. Sinds Italië en Zweden in juli de rente licht verhoogden om de verzwakking van lire en kroon tegen te gaan, rust op de gedachte aan hogere rentes in Europa geen taboe meer. Voordat de centrale banken tot actie overgaan, wordt daar op de financiële markten zelf al voorzichtig op geanticipeerd. Deze week kroop in veel landen, waaronder ook Nederland, de korte-termijnrente op de geldmarkt bijna onzichtbaar omhoog.

Het eerstvolgende teken voor de rente-omslag komt waarschijnlijk uit het verenigd Koninkrijk. De maandelijkse ontmoeting tussen de gouverneur van de Bank of England, Eddie George, en de Britse minister van financiën Kenneth Clarke afgelopen was afgelopen woensdag aanleiding voor speculaties op de eerste Britse renteverhoging sinds Zwarte Woensdag 16 september 1992, toen met het verhogen van de rente een laatste poging werd gedaan om het pond sterling voor devaluatie te behoeden.

De Britse economie, die conjunctureel voorlicht op het continent, groeit volgens de meeste analisten dit jaar met drie procent en volgend jaar met tegen de vier procent. Om de geldontwaarding, die met de snelle economische groei gepaard kan gaan, al vroeg tegen te gaan, kan de Bank of England een krapper monetair beleid gaan voeren, waarbij de officiële geldmarktrente wordt opgeschroefd. De meeste analisten voorzien zo'n renteverhoging pas rond november, maar nu de Europese - en ook Britse - economie voor verrassingen blijven zorgen, kan het volgende week al zover zijn.