Vechten om erfenis van Oort

Het is de grootste belastingverlichting sinds de Tweede Wereldoorlog, maar het ministerie van financiën weigert om 'definitief' de balans op te maken van de lastenverlichting die gekoppeld was aan de belastingoperatie-Oort.

Financiën en de fiscaal onderzoekers prof. dr. Flip de Kam en drs. Jan-Egbert Sturm twisten om de 'erfenis van Oort'. Ten eerste bestaat er een verschil van mening over de omvang van de lastenverlichting. Volgens de onderzoekers van de Rijksuniversiteit van Groningen zijn de lasten van 1989 op 1990 met 4,2 miljard gulden verlaagd. Financiën meldde vorige maand in de 'Oort-evaluatie' dat de lastenverlichting 4,8 miljard gulden bedroeg; dit is 0,2 miljard gulden minder dan oorspronkelijk werd geraamd.

Ten tweede is er een twist over de vraag wie uiteindelijk heeft geprofiteerd van de lastenverlichting. In een artikel dat gisteren is gepubliceerd in het Weekblad voor fiscaal recht schrijven De Kam & Sturm dat 20 procent van de lastenverlichting ten goede is gekomen aan mensen met een belastbaar inkomen tot 40.000 gulden (de eerste schijf). Ambtenaren van Financiën berekenen een percentage van 49.

In de tweede schijf (tot 90.000 gulden) zou volgens De Kam & Sturm 63 procent van de lastenverlichting zijn terechtgekomen, tegen 43 procent volgens Financiën. De inkomens boven de 90.000 gulden (de derde schijf) kregen volgens de Groningse onderzoekers 16 procent van de lastenverlichting, het dubbele van de berekeningen van Financiën (8 procent).

De Kam & Sturm dagen het ministerie van financiën dan ook uit voor “een grondig aanvullend onderzoek”. “Voorlopig durven wij de stelling te verdedigen dat de lastenverlichting door de operatie 'Oort' uiteindelijk méér ten goede is gekomen aan de middengroepen en de top-inkomens (mogelijk zelfs voor 80 tot 100 procent) dan de becijferingen van Financiën suggereren (50 procent)”, provoceren De Kam & Sturm.

Maar Financiën weigert de handschoen op te rapen. “Ons onderzoek is zorgvuldig”, liet het departement gisteren in een reactie weten. Financiën heeft gewerkt op basis van de aangiftes van belastingplichtigen en is niet van plan om opnieuw de zaak te onderzoeken. De fractie van GroenLinks heeft - om de Socialistische Partij de loef af te steken - het kabinet inmiddels om opheldering gevraagd.

In tegenstelling tot Financiën hebben De Kam & Sturm gekeken naar de zogeheten effectieve drukverdeling. De 'koopkrachtplaatjes' die door het Centraal Planbureau en de verschillende ministeries worden opgesteld zijn volgens De Kam & Sturm “een zeer ruwe benadering van de veelvormige werkelijkheid”. Bij de effectieve drukverdeling gaat het om 'echte' belasting- en premiedruk, zoals die resulteert na toepassing van onder meer aftrekposten, vrijstellingen, belastingvrije sommen, en de verschillende tariefschijven. Kortom: wat mensen werkelijk betalen.

Het is een techniek die oud-Tweede Kamerlid dr. Willem Vermeend (fiscaal specialist van de PvdA-fractie) graag gebruikte om aan te tonen dat de Nederlandse (top)tarieven in de loon- en inkomstenbelasting 'meer blaffen dan bijten'. In zijn boek 'De achterkant van het belastingbiljet' trok Vermeend twee jaar geleden de conclusie dat de progressie in het belastingsysteem meer schijn dan werkelijkheid is. De gemiddelde belastingdruk voor belastingsbetalers met een bruto loon van 100.000 tot 200.000 gulden ligt de helft lager dan het marginale tarief van 60 procent. Door het gebruik van aftrekposten is de feitelijke belastingdruk lager dan de nominale belastingdruk.

Inmiddels is Vermeend de politieke baas van het staatssecretariaat van financiën. Daarom is het opmerkelijk dat Financiën de uitdaging van De Kam & Sturm links laat liggen. De uitkomsten van De Kam sluiten immers naadloos aan bij de argumentatie van het oud-Kamerlid Vermeend.

Het aanvullend onderzoek zou het kabinet-Kok ook kunnen gebruiken in de strijd tegen de werkloosheid. In de komende vier jaar wil het kabinet de lasten met negen miljard gulden verlichten. Uit het onderzoek van De Kam & Sturm blijkt dat mensen met een inkomen tot 26.000 gulden niet hebben geprofiteerd van de lastenverlichting die was gekoppeld aan de belastingoperatie-Oort. Voor de laagst betaalden is de belasting- en premiedruk grosso modo zelfs gestegen. Het grootste voordeel is toegevallen aan belastingplichtigen met een inkomen van meer dan 200.000 gulden. De coalitie van CDA en VVD gaf prioriteit aan de topinkomens; de coalitie van PvdA, VVD en D66 kiest - vooralsnog op papier - voor lastenverlichting voor de laagste inkomens.