Replica-steden

In CS van 19 augustus schrijft Max van Rooy over 'Huis ten Bosch' in Nagasaki.

Hij doet daar misprijzend over, en ziet in deze collage van Hollandse stedebouw en architectuur een bewijs tegen historiserende architectuur. Ik vind dat replica-steden en -gebouwen alle lof verdienen. Wat is immers hun doel? Zij geven de eenvoudige burger de gelegenheid om werken van faam en schoonheid, die men anders alleen van afbeeldingen kent, zonder een verre reis te maken met eigen ogen te aanschouwen. Dat is opvoedend voor de burger. Een bijkomend voordeel is dat ze ons bevrijden van de onnodige ballast van het toerisme, dat een zorgelijke mobiliteit en overlast met zich brengt. Hoe erg is het, als men 'het origineel' niet te zien krijgt? Weet u na een grondige restauratie in Nederland nog wel zeker dat U een origineel ziet? Als u naar 'de' Mona Lisa achter glas kijkt, ziet u dan het origineel, of staart u naar het idee dat u een origineel denkt te zien? Naar mijn mening moet het de ware liefhebber gaan om de voorstelling, om de textuur, om de lichtinval, wat niet al - niet om het dubieuze idee van een 'origineel'. Trouwens, hoe kijkt uw redacteur eigenlijk aan tegen de naoorlogse herbouw van gebombardeerde steden? Rotterdam is er (visueel/esthetisch) nooit meer bovenop gekomen, in de Michelin-gids goed voor enkele uurtjes (wegens de haven). Le Havre is niet fraai geworden, en Amiens evenmin. Middelburg heeft weliswaar historiserende truttigheid opgeleverd, maar het biedt enige 'aaibaarheid'. Zijn Trier en Warschau mislukt?

Het enige punt waarop ik Max van Rooy gelijk geef, is de doodsheid van dergelijke nieuwe historische steden. Dat is ook in gewone gerestaureerde stadjes vaak hinderlijk. Daar valt best wat aan te doen: niet te perfect restaureren, gewoon gebruiken en een beetje groezelig laten worden.