Overheid heeft nauwelijks greep op milieucriminaliteit

DEN HAAG, 9 SEPT. De overheid heeft onvoldoende greep op de milieucriminaliteit. Gemeenten, politie en justitie werken niet goed samen en geven onvoldoende prioriteit aan het opsporen van milieudelicten.

Dat staat in de publikatie 'Zuiver handelen in een vuile context' dat in opdracht van de Binnenlandse Veiligheidsdienst is geschreven. Volgens de auteurs schiet de handhaving van milieuwetten ernstig tekort, waardoor het transporteren en opruimen van afval voor de georganiseerde misdaad en voor zogenoemde afvalmakelaars een steeds aantrekkelijker branche is geworden.

Het is niet voor het eerst dat het gebrek aan slagvaardigheid bij de opsporing van milieudelicten wordt gesignaleerd. De procureurs-generaal klaagden in juli van dit jaar al in het jaarverslag van het openbaar ministerie over 1993 over een gebrek aan medewerking van gemeenten en politie bij de handhaving van milieuwetten. De gemeenten, die het grootste deel van de handhaving voor hun rekening nemen, “frustreren” het beleid doordat zij regelmatig “zelf willen bepalen wanneer en in welk tempo er gehandhaafd wordt”, aldus de PG's.

Verder meenden zij dat de reorganisatie van de politie de opsporing van milieudelicten heeft vertraagd en is de inzet van de politie onvoldoende structureel. Dat komt mede doordat opsporingsambtenaren regelmatig uit milieu-onderzoeken worden teruggeroepen om zich met “het meer klassieke politiewerk” bezig te houden. Daarmee gaat de expertise van deze politiemensen verloren, zo stelde het openbaar ministerie.

Volgens het ministerie van justitie zijn zowel in 1992 als in 1993 ruim zevenduizend milieudelicten geverbaliseerd. De procureurs-generaal kondigden deze zomer aan dat de strafrechtelijke handhaving van de milieuwetgeving volgend jaar opnieuw voorrang zal krijgen. Vorig jaar heeft Justitie een aparte werkgroep ingesteld die zich speciaal bezighoudt met de problemen rond de opsporing zware milieudelicten. Die groep, waarvan het voorzitterschap bij het openbaar ministerie berust, had vorig jaar bemoeienis met twintig grotere strafzaken, waarvan een deel inmiddels is afgedaan. Daarbij ging het onder meer om lozingen en export van gevaarlijk afval, scheepsafvalstoffen en de illegale doorvoer van PVC-afval en zeefzand.

De ministers Sorgdrager (justitie) en De Boer (milieu) overleggen begin oktober met de Tweede Kamer over de aanpak van de zware milieucriminaliteit.