Organisaties kleine bedrijven bundelen alle adviesdiensten

DELFT, 8 SEPT. Het Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond (KNOV), het Nederlands Christelijk Ondernemersverbond (NCOV) en het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) gaan hun adviesdiensten bundelen in een nieuwe organisatie. Dat zijn de voorzitters van de drie organisaties J. Kamminga, J. ten Hoopen en Mr. C.H.A. van Vulpen deze week overeengekomen.

De nieuwe adviesorganisatie zal gaan optreden naast de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland, die op 3 oktober ontstaat uit een fusie van KNOV en NCOV. Bij de drie nu nog gescheiden opererende organisaties werken 210 adviseurs. Met name onder de tachtig bij het KNOV en het NCOV werkzame adviseurs was onrust ontstaan over de gevolgen voor hun dienstverband van de aanstaande fusie tussen beide organisaties. Volgens voorzitter J. Kamminga van het KNOV hoeven zij zich echter geen zorgen te maken. “Nog belangrijker dan de toenemende efficiëntie als gevolg van het samengaan van de drie adviesdiensten,” zegt Kamminga desgevraagd, “is de eenduidigheid. Eén adviesorganisatie is herkenbaarder dan drie. En dat komt de kracht van de hele organisatie ten goede.” Wanneer een ondernemer nu bij een Kamer van Koophandel binnenstapt voor advies over uiteenlopende zaken als onteigening, ruimtelijke ordening, fiscale- en/of personeelszaken, dan ziet hij volgens Kamminga drie bordjes hangen, namelijk die van KNOV-Advies, NCOV-Ondernemersadvies en IMK-Netwerk. “Dat is die lappendeken van het midden- en kleinbedrijf waar wij nu juist zo graag vanaf willen,”aldus de KNOV-voorzitter.

Een volgende stap is volgens Kamminga “dat de onderzoekspoten gaan samenwerken”. Hij doelt daarbij onder meer op de Raad voor het Midden- en Kleinbedrijf, het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (EIM) en de onderzoekspoot van het IMK-Netwerk. “Wij willen één loket voor de ondernemer,” zegt Kamminga. Dat de adviespoot een aparte rechtsvorm krijgt komt volgens Kamminga “omdat de risico's van het nieuwe organisatieadviesbedrijf te groot zijn om niet in de vorm van een onafhankeljk van de Vereniging MKB opererende besloten vennootschap te doen”. Hij ontkent dat er druk wordt uitgeoefend door het Ministerie van Economische Zaken. Uit evaluaties van dat ministerie bleek begin dit jaar dat de subsidies aan met name het EIM (8 miljoen gulden voor onderzoek) en het KNOV/NCOV (6 miljoen gulden voor advisering) in vergelijking met andere op het midden- en kleinbedrijf gerichte regelingen “onvoldoende scoren”. “Met name ten aanzien van het aspect efficiency,” zo antwoordde de toenmalige minister van Economische Zaken K. Andriessen in maart op vragen uit de Tweede Kamer. Andriessen constateerde dat de betreffende diensten “op een effectievere en vooral efficientere manier” gerealiseerd kunnen worden. Kamminga zegt nu dat het de bedoeling van de nieuwe opzet is “om als private ondernemersorganisatie op eigen benen te staan”. “Het is toch te gek,” aldus Kamminga, “dat ondernemersorganisaties naar de overheid moeten gaan om subsidie te vragen. Ik wil met het ministerie gaan bespreken hoe we die subsidies geleidelijk kunnen afbouwen.” Hij denkt niet dat het vaak voorkomt dat een subsidie-ontvanger zelf om vermindering van subsidie vraagt, maar vindt dat “wel van deze tijd”. Het getuigt volgens de aanstaande voorzitter van de Vereniging MKB Nederland “van de kracht van de nieuwe organisatie.”

Voor inkrimping van de adviesdiensten is Kamminga niet bang. “De drie afzonderlijke adviesdiensten zijn nu ruimschoots in staat om brood op de plank te brengen,” zegt hij. De adviseurs brengen, afhankelijk van de aard en het type advies 700 a 1300 gulden per dag in rekening. Die tarieven zijn “milder” dan die van de grotere adviesbureaus, doordat de adviseurs van het MKB geen winstoogmerk hebben, maar ze zijn wel kostendekkend. “Als die drie organisaties straks gezamenlijk gaan opereren is er meer kans op versterking dan verzwakking,” verwacht Kamminga.