'Niet alleen het christendom houdt de moraal overeind'

AMSTERDAM, 9 SEPT. Weinig begrippen hebben in de loop der jaren een zo negatieve bijklank gekregen als het begrip moraal. Voor sommigen is het een synoniem geworden voor betutteling door de overheid, voor zedepreken waarop niemand anno 1994 zit te wachten. Anderzijds, zo merkte oud-minister van justitie Hirsch Ballin gisteren op, wordt van diezelfde overheid verwacht dat die in het geweer komt wanneer sprake is van onrecht.

“Consequent afwijzen van een morele kwaliteit aan politiek en bestuur is kennelijk moeilijk en toch klinkt ook steeds weer de roep om politiek en moraal te scheiden, alsof dat hetzelfde is als de scheiding van kerk en staat.” Hirsch Ballin was een van de sprekers tijdens het debat over 'Moraal en Staat' dat gisteren in Amsterdam plaats had ter gelegenheid van de presentatie van de studie 'Moraal en Staat', een uitgave van het wetenschappelijk onderzoek en documentatiecentrum van het ministerie van justitie.

In zijn toespraak ging Hirsch Ballin in op de ontwikkeling van het laatste decennium waarin de politiek verzakelijkt is, en waarin nauwelijks ruimte meer leek te zijn voor het formuleren van ideologische uitgangspunten waarop, zo zei hij, politiek handelen gestoeld moet zijn. Tegelijkertijd vroeg hij zich af of onze samenleving nog wel raad weet met beginselpolitiek. Hij wees daar bij op de discussies over het sociaal-economisch beleid die niet zelden worden beslecht door computeruitdraaien van het Centraal Planbureau. “De econometrische techniek is als een substituut-ideologie gaan functioneren. Ten onrechte is in de doorrrekeningen waaraan alle grote partijen zich hebben onderworpen, de discussie over het begrotingsbeleid en sociale-zekerheidsbeleid losgeraakt van het politieke debat over sociaal-economische ordeningsvraagstukken,” aldus Hirsch Ballin die beginselpolitiek niet alleen mogelijk maar “zelfs zonder meer noodzakelijk” vindt. Hij zei niet expliciet welke beginselen leidraad zouden moeten zijn voor politiek handelen. Wel dat hij sprak vanuit de christen-democratische politieke overtuiging.

Mede-inleider prof.dr. A.C. 't Hart, hoogleraar straf -en procesrecht in Leiden, hekelde in zijn bijdrage aan het debat recente uitlatingen van Hirsch Ballin. De voormalig bewindsman, aldus 't Hart, gaat er ten onrechte van uit dat “alle andere meningen dan zijn mening (...) onder één noemer te brengen zijn, die van individualistisch opportunisme.” Hij citeerde uit de Diesrede die Hirsch Ballin vorig jaar in Tilburg uitsprak en waarin hij ondermeer zei dat “het afstandelijk individualisme - vooral aanwezig in een vrijzinnige post-christelijke denkrichting - het democratisch gedachtengoed dreigt te verschralen.” Alsof, aldus 't Hart, vrijzinnigen en post-christenen de maatschappij schade toebrengen alleen omdat zij een andere denkrichting aanhangen dan het christelijk gedachtengoed.

In de studie 'Moraal en Staat' plaatst ook prof.dr. P.B. Cliteur, bijzonder hoogleraar wijsbegeerte aan de Technische Universiteit Delft, kritische kanttekeningen bij het door sommige politici beleden uitgangspunt dat het christendom noodzakelijk zou zijn om de moraal overeind te houden. Hij verwijst ondermeer naar het katholieke Italië en naar het overwegend protestantse Amerika: landen waarin criminaliteit aan de orde van de dag is.

En hij verwijst naar Schopenhauer die in zijn dialoog 'Über Religion' Philalethes laat discussiëren met Demopheles. De laatse vindt dat de mens niet zonder religie kan, zij het dat religie door hem vooral als 'sociaal disciplineringsmiddel' wordt opgevat. Philatlethes daarentegen wijst religie als grondslag voor de moraal vierkant af: “Es ist falsch, dass Staat, Recht und Gesetz nicht ohne Beihülfe der Religion und ihrer Glaubensartikel aufrechterhalten werden können und dass Justitz und Polizei (...) der Religion als ihres notwendigen Komplementes bedürfen,” laat Schopenhauer hem zeggen.

In plaats van uit te gaan van bijbelse normen als richtsnoer voor het handelen pleit Cliteur voor “algemeen ethische maatstaven en dat betekent dat we niet rücksichtslos bijbelse normen toepassen, maar aan onze cultuur, onze sensibiliteit, onze omstandigheden aangepaste en ernstig omgevormde waarden en normen.”

Dat omstandigheden invloed hebben op de ontwikeling van de moraal schetst prof.dr. C. Schuyt, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. In de jaren van de wederopbouw was sprake van een “planmatige solidariteit”, een sobere protestantse ethiek vierde de boventoon. “Hard werken, weinig uitgeven, ontzag voor de door God boven ons aangestelden.” De jaren zestig en het begin van de jaren '70 stonden in het teken van wat hij noemt “romantische solidariteit”, de wens om goederen en diensten eerlijk te verdelen. De jaren '80 werden de jaren van individuele mondigheid. Schuyt: “Mensen mondig maken? Ja en als ze mondig zijn, zorgen ze voor zichzelf en liever niet meer voor elkaar.”