'Milieurapportages vaak niet objectief'

AMSTERDAM, 9 SEPT. Milieu-effectrapporten (MER's) beantwoorden niet aan het doel waarvoor ze zijn ontworpen. Veel rapporten komen uit bij het plan dat de beleidsmaker reeds voor ogen stond.

Dit schrijven T.W. de Valk en M.S. de Vries in een onderzoek naar tien MER's, waaronder die over de hoge-snelheidslijn. De Valk en De Vries zijn verbonden aan de vakgroep politicologie en bestuurskunde van de Vrije Universiteit.

In een MER worden de gevolgen voor het milieu bekeken van plannen op het gebied van verkeer, vervoer en ruimtelijke ordening, alsmede van afvalstoffenplannen. Het maken van een MER is sinds 1986 verplicht. In een MER wordt een aantal alternatieven op een rij gezet, waaronder in ieder geval het nul-alternatief (de bestaande situatie blijft gehandhaafd) en het meest milieuvriendelijke alternatief.

De twee onderzoekers hebben op tien MER's zeven in de wetenschap gangbare beoordelingscriteria losgelaten, waaronder eenduidigheid, onbevooroordeeldheid, exactheid en nauwkeurigheid. Zij rekenen voor dat de kans dat een van de plannen op een meerderheid van de criteria er als beste uit zal komen, gelijk staat aan 0,6 procent, vijf op de duizend keer. In werkelijkheid komt dit in de onderzochte MER's zevenmaal voor, waarbij het steeds gaat om het voorgenomen beleidsplan.

Een voorbeeld van gebrek aan eenduidigheid betreft de geluidsoverlast. De meeste MER's vinden vijftig decibel aanvaardbaar, maar bij de hoge-snelheidslijn wordt zeventig decibel als normaal gezien.

Exactheid ontbreekt wanneer een negatief effect positief wordt geïnterpreteerd. Over de hoge-snelheidslijn wordt opgemerkt dat die weliswaar de samenhang in het landschap doorbreekt, maar ook een duidelijke lijn aanbrengt in een ongestructureerd landschap.