Mikkelsen degelijk orkestleider

Concert: Rotterdams Philh. Orkest o.l.v. Terje Mikkelsen m.m.v. Mikhail Rudy, piano. Programma: M. Ravel: Alborada del gracioso; S. Prokofjev: Tweede pianoconcert; A. Bruckner: Vierde symfonie. Gehoord: 8/9 Doelen Rotterdam. Herhalingen: 9, 11/9 Rotterdam; 10/9 15 uur Concertgebouw Amsterdam. Radio: 16/9 20.02 uur Radio 4. TV: 2/10 15.45 uur Ned. 3.

Mariss Jansons is helaas ziek, hij kreeg een week absolute rust voorgeschreven en stuurde als vervanging zijn leerling Terje Mikkelsen naar het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De 37-jarige Noorse dirigent komt bij zijn Nederlandse debuut meteen op radio en tv, want de microfoons en camera's stonden al voor Jansons klaar bij de seizoensopening van de Matinee op de Vrije Zaterdag, waarin het Rotterdamse concert zaterdag in Amsterdam wordt uitgevoerd.

Mikkelsen bleek gisteravond bij zijn eerste Rotterdamse optreden een degelijk orkestleider, die zijn zaakjes kent en moeiteloos autoriteit uitstraalt, ook in een technisch lastig programma met het Tweede pianoconcert van Prokofjev en de Vierde symfonie van Bruckner.

Door Jansons plotse ziekte was er een dag minder repetitietijd voor Mikkelsen en waarschijnlijk lag het daaraan dat alles nog niet helemaal perfect was. Het openingsstuk Feu d'artifice van Strawinsky werd vervangen door een spetterend Alborada del gracioso van de halve Spanjaard Ravel. Noren hebben al iets met Spaans sinds de vikingtijd, de wereldberoemde Noorse violist Ole Bull liet in de vorige eeuw zijn houten huis op een eiland aan de fjordenkust bij Bergen bouwen in moorse stijl. Het stuk werd door Mikkelsen fors aangezet in de dynamiek, maar miste nog wat kleur en raffinement.

De grote lijnen waren ook spectaculair aanwezig in Prokofjevs op 22-jarige leeftijd geschreven Tweede pianoconcert, een nog steeds verbijsterend werk uit 1913, het jaar waarin Le sacre du printemps van de negen jaar oudere Strawinsky schandaal veroorzaakte. Ook bij Prokofjev zijn er die onweerstaanbare oerritmes, maar hij wisselt het gebruik van de piano als slagwerkinstrument af met ingetogen passages die inmiddels al academisch aandoen en virtuoze delen die soms bijna het karakter krijgen van een karikaturale reflectie op de pianisten-pathetiek uit de vorige eeuw. De Russische, in Frankrijk woonachtige, pianist Mikhail Rudy greep het stuk aan voor het etaleren van een overmaat aan overrompelende brille en vitaliteit.

De Vierde symfonie van Bruckner kreeg, zeker na die memorabele superlangzame uitvoering in Amsterdam onder leiding van Sergiu Celibidache, een volstrekt reguliere interpretatie. Het ontbrak wat aan nuancering in de fortissimo-passages maar als de muziek zachter werd gespeeld, was er vaak een opvallend prachtige klank.