Melig

Gelijk oversteken is in de handel een oud principe. Wie op de markt een pond tomaten koopt zal meteen moeten betalen. In de supermarkt trouwens ook met als enig verschil dat er nog een lange weg zit tussen de groenten- en fruitafdeling en de kassa zodat je je halverwege nog bedenken kunt. Sommigen doen dat, heb ik gemerkt, en dan vind je de tomaten een eindje verderop tussen het hondevoer of de lingerie, maar dat zijn uitwassen.

Moeilijker wordt het wanneer de leverancier op zich genomen heeft de gekochte waar bij u thuis te bezorgen. Gaat het om iets kostbaars, een wasmachine bijvoorbeeld, dan is de truc: zending onder rembours. Betaalt u niet bij ontvangst, dan neemt de bezorger de wasmachine weer mee terug. Weliswaar pleegt u dan wanprestatie (want u had beloofd de goederen tegen contante betaling af te nemen) en lijdt de verkoper schade (want hij moet opnieuw laten bezorgen) maar voor de verkoper is dit toch veiliger dan een gang van zaken waarbij hij de wasmachine onbetaald bij u achterlaat.

In de internationale handel liggen de problemen net zo, met dien verstande dat de kosten van verzending en vervoer behoorlijk kunnen oplopen. Vanouds hebben verkopers geprobeerd zich hiertegen in te dekken en in de loop der jaren zijn daarvoor allerlei systemen ontwikkeld. Het mooiste is natuurlijk als de verkoper pas aan de verzending hoeft te beginnen als de koper al betaald heeft, maar dat wil niet altijd. De koper zal van zijn kant verlangen dat hij de goederen eerst in zijn bezit heeft voor hij betaalt en dan wordt het touwtrekken over de betalingscondities.

Ik zei al dat in de praktijk voor dit probleem allerlei systemen - handelsgebruiken - zijn ontwikkeld. Deze zijn voor een groot deel vastgelegd in standaardbedingen die zijn opgesteld door internationale organisaties. Zo kent men het beding 'cash against documents' (CAD). Dit beding kan worden opgenomen in het contract tussen de verkoper en de koper. Wanneer de verkoper - ergens ver weg in een vreemd land - de verkochte goederen bij de vervoerder aflevert, ontvangt hij van deze een vervoersdocument, een cognossement bijvoorbeeld. Stuurt hij dit document naar de koper, dan kan deze daarmee in de haven van bestemming uitlevering van de goederen krijgen. Bij 'cash against documents' gaat echter het document niet naar de koper maar naar een bank in het land van de koper. De koper kan bij die bank het document ophalen tegen contante betaling. Gelijk oversteken dus.

Zo is alles op zijn best geregeld voor alle partijen. De koper weet dat de goederen verzonden zijn en de verkoper weet dat de koper de documenten pas in handen krijgt nadat hij aan de bank betaald heeft. De bank zal het verschuldigde - na aftrek van provisie - aan hem doorbetalen. Maar daarmee is niet gezegd dat alles altijd even soepel loopt. Stel bijvoorbeeld dat de koper in Nederland ontevreden is, bijvoorbeeld omdat de goederen veel later zijn verzonden dan was afgesproken of omdat hij nu al weet of vermoedt dat daaraan gebreken kleven. Hij heeft dan een tegenvordering uit wanprestatie. Die tegenvordering zal hij in dat verre land moeilijk kunnen innen. Graag zou hij de koopprijs nog even vasthouden. Maar hij had juist afgesproken dat hij - via zijn bank - contant zou betalen. Cash against documents! Als hij niet de volledige koopsom betaalt krijgt hij de documenten niet in handen. Zijn er juridische mogelijkheden om hieraan te ontkomen?

Laatst was er zo'n geval voor de Hoge Raad. De koper had de bank betaald en keurig zijn documenten gekregen. De bank moest het ontvangene doorbetalen aan de verkoper maar voor het zover was legde de koper conservatoir beslag onder de bank op de vordering van de verkoper. In beginsel kan dat. De bank moet dan het geld vasthouden totdat de rechter beslist heeft of de koper inderdaad een tegenvordering heeft. In het geval dat ik voor ogen heb bleek dat zo te zijn. Toch hoefde de bank niet aan de koper uit te betalen. De bank stelde namelijk dat zij de opdracht om documenten af te geven tegen cash niet had ontvangen van de verkoper maar van de buitenlandse bank van de verkoper. Aan de verkoper was zij dus niets verschuldigd, zo stelde de bank, zodat het beslag geen doel had getroffen. Rechtbank en Hof hadden dit verweer niet geaccepteerd maar de Hoge Raad zag er wel iets in. Hij vernietigde het arrest van het Hof en stuurde de zaak naar een ander Hof om alles nog eens te bekijken. Zo ontsprongen de bank en de verkoper vooralsnog de dans.

Een vraag die overblijft is of je niet veel verder moet gaan en moet zeggen dat de koper helemaal geen beslag had mogen leggen. 'Cash against documents' had hij toch afgesproken? Het is dan een beetje melig om die afspraak te frustreren door prompt na de betaling aan de bank onder die bank beslag te leggen.