Land zonder roddeltantes

Harm de Jonge, Het Peergeheim. Uitg. Van Goor. Prijs: ƒ 24,90. Vanaf 12 jaar

Je kunt de boeken van Harm de Jonge op verschillende manieren lezen. Als spannende avonturenverhalen, maar ook als jeugdromans met grote, universele thema's als liefde, haat, trouw en verraad. Een thriller-achtige opzet, een stuk of wat met het leven worstelende pubers, en dat bij voorkeur tegen een woest decor - kolkende watermassa's, steil gebergte - het komt allemaal steeds terug in De Jonges boeken. Wat dat betreft is zijn zesde boek Het Peergeheim geen uitzondering.

In Het Peergeheim kijkt een middelbare scholier, Jonie, terug op zijn vriendschap met iemand die er niet meer is. Dat weten we al op de eerste bladzijde en eigenlijk doet Jonie niet meer dan vertellen wat er aan de verdwijning van zijn vriend Peer voorafging. Zijn verhaal is behalve een poging om te verklaren waarom Peer er niet meer is een soort schuldbekentenis, omdat hij zelf getuige is geweest van Peers verdwijning. En ook is het een ode aan zijn vriend, die hij bewonderde om alles wat hij was: dapper, intelligent, muzikaal en fantasierijk.

Het is een triest verhaal dat Jonie vertelt, en het is bovendien spannend, ook al weten we van het begin af aan waar het op uitdraait. Terwijl het hoe en waarom van Peers verdwijning stukje bij beetje wordt ontrafeld, ontstaat een mooi portret van een intense vriendschap: twee jongens van een jaar of vijftien die elkaar vonden in hun gevoel voor romantiek. Samen bedachten ze Attalant, een idyllisch eiland waar je overal de zoete geuren van orchideeën en kamperfoelie kunt ruiken, waar geen pijn is, of honger of verdriet en waar dierenkwellers en roddeltantes niet welkom zijn. Mannen zijn mannen en vrouwen zijn vrouwen en meer verschillen zijn er niet: “Attalant moest een paradijs zijn voor jongens met knobbelneuzen, flaporen en pukkels, voor meisjes met beugels om de tanden en platte borsten. En iemand uitschelden voor schele debiel, smerige zwarte of stomme koe was er dus niet meer bij.” Het paradijs dus, of liever de hemel, want je kunt er alleen komen als je dood bent. Peer, altijd op de bres voor het leven - als hij ergens de pest aan heeft, zijn het dierenbeulen en dus knipt hij met plezier voor muskusratten bestemde vallen open - gaat er steeds meer in geloven. Zeker als hij kanker blijkt te hebben.

De Jonges vorige boeken waren duidelijk over-geconstrueerd (in De blauwe maansteen bij voorbeeld zijn de parallellen met de Arthur-romans wel erg nadrukkelijk), in Het Peergeheim is daarvan veel minder te merken. Het is simpeler van opbouw, directer, met meer gevoel geschreven. Er is meer aandacht voor de personages, ook als ze maar een bijrol spelen in het verhaal: de hersenloze krachtpatser Slikkie - De Jonge voerde hem ooit al eens op in De vogelrots, als een weerzinwekkende pestkop - blijkt in wezen een goeierd, en de passage waarin de norse, strenge vader zijn doodzieke zoon op een onhandige manier duidelijk maakt wat hij voor hem voelt is zonder meer ontroerend.

Maar helemaal soepel zit het verhaal toch niet in elkaar. De Jonge heeft de neiging om de erudiet uit hangen door royaal met symbolen en verwijzingen te strooien, en die heeft hij ook hier niet altijd kunnen onderdrukken. Zo komt er een veerman in voor - op zichzelf al een stevig cliché als de dood in het geding is - die altijd op bezoek gaat bij mensen die gauw dood zullen gaan. Charly Onnes noemde De Jonge hem, en dat zal wel een toespeling zijn op Charon, in de mythologie de veerman die de doden naar het dodenrijk bracht. Dit soort symboliek zal de meeste kinderen waarschijnlijk ontgaan, terwijl het er voor meer ervaren lezers wel weer erg dik bovenop ligt. Nergens voor nodig dus. Want dat Het Peergeheim een boek is over vriendschap en de dood, een intelligent boek bovendien, hadden we al lang begrepen.