Kerk tussen pastoraat en politieke macht; 'Regeert het Vaticaan de wereld?'

Het afgezegde bezoek van de paus aan de Bosnische hoofdstad Sarajevo en het verzet van het Vaticaan tegen de abortusparagraaf in de slotverklaring van de wereldbevolkingsconferentie in Kairo hebben de afgelopen dagen weer het volle licht laten vallen op de prominente, maar soms ook wat schizofrene rol die de rooms-katholieke kerk in de wereld speelt.

Die vreemdsoortige, dubbele positie van de kerk en de paus is er de oorzaak van dat het optreden van de kerkvorst en de standpunten van het Vaticaan soms de trekken hebben van een bewogen pastoraat, maar vaak ook van gewone buitenlandse politiek, waarbij machtsoverwegingen en vergroting van de invloed van de rooms-katholieke kerk doorslaggevend zijn.

Salus animarum suprema lex - het heil der zielen is de belangrijkste leidraad van het pauselijk optreden. Daarbij maakt het Vaticaan echter niet alleen gebruik van het morele gezag waarover de rooms-katkolieke kerk beschikt, maar ook van zijn status als onafhankelijke staat. Religie en politiek, priester en koning, moraal en macht, overtuiging en dwang lopen naadloos in elkaar over en soms ook dwars door elkaar heen. Het pauselijk gezag mag dan herleid worden tot het gezag van Petrus als eerste 'bisschop' van Rome, van de status die het Vaticaan als zelfstandige staat heeft wordt evenzeer intensief gebruik gemaakt.

De juridische basis voor die status van het Vaticaan zijn het concordaat en het verdrag van Lateranen die op 11 februari 1929 werden getekend door Mussolini en kardinaal Enrico Gasparri, staatssecretaris van paus Pius XI. In 1870 was bij de eenwording van Italië tijdelijk een einde gekomen aan het zelfstandige bestaan van de kerkelijke staat, maar sinds de akkoorden van 1929 kan de kerk weer als zelfstandige staat functioneren. De paus die als pastor op reis gaat, wordt daardoor tegelijk als staatshoofd ontvangen. Het Vaticaan heeft diplomatieke vertegenwoordigers in de meeste landen en neemt volwaardig deel aan internationale organisaties. De Slotacte van Helsinki in 1975 werd ook door kardinaal-staatssecretaris Villot namens het Vaticaan getekend, de Heilige Stoel is lid van de Verenigde Naties en in 1971 tekende kardinaal-staatssecretaris Casaroli in Moskou zelfs het non-proliferatieverdrag, hoewel niemand de paus ervan zal verdenken kernwapens te willen produceren.

Heel duidelijk is het gespleten optreden tijdens de talrijke reizen die de Poolse paus Karol Wojtyla, Johannes Paulus II, onderneemt. Officieel gaat het daarbij om pastorale bezoeken, maar het feitelijke effect is vaak puur politiek. Toen hij bijvoorbeeld in 1979, een jaar na zijn ambtsaanvaarding, voor het eerst als hoofd van de kerk zijn vaderland bezocht, betekende dat een kerkelijke legitimering van de positie van de onafhankelijke vakbeweging Solidariteit. Die legitimering werd nog eens onderstreept doordat de paus in 1981 de leider van Solidariteit, Lech Waesa, in Rome ontving. Tijdens het bezoek van 1983 - het land verkeerde in de twee jaar eerder door generaal Jaruzelski uitgeroepen noodtoestand - legde de paus de nadruk op de soevereiniteit van Polen, de noodzaak van een sociale dialoog en het recht om een eigen Poolse weg te gaan. Ook dat was niet zo zeer pastoraat als wel een duidelijke poging de ontwikkelingen in het land te beïnvloeden.

Hoe politiek geladen reizen van de kerkvorst - het woord alleen al geeft het dilemma aan - zijn, is ook deze week in de kwestie Sarajevo gebleken. De Bosnisch-Servische leider, Radovan Karadzic, bleek niet bereid de veiligheid van Johannes Paulus te garanderen ondanks de inspanningen van de pauselijke nuntius Francesco Monterisi. Hij deed dat op instigatie van de Servisch-orthodoxe patriarch van Belgrado, Pavle. De Servische geestelijkheid is niet vergeten dat de katholieke bisschoppensynode nog in 1991 tot een nieuwe evangelisatie van het oosten besloot. Dat is in die kring beleefd als de zoveelste bevestiging van het oude schisma van juli 1054, toen de kardinaal uit Rome en de patriarch van Constantinopel elkaar in de ban deden waardoor de deling van de kerk in een rooms en een oosters-orthodox deel een feit werd. Sindsdien hebben de twee stromingen altijd tegenover elkaar gestaan en elkaars invloedssfeer proberen te beperken.

Het stak de Serviërs dan ook bijzonder, toen het Vaticaan in 1992 als een van de eerste 'staten' overging tot erkenning van het zelfstandige, overwegend katholieke, Kroatië. “Kroatië is door de eeuwen heen een bastion van de kerk van het Westen geweest, zowel tegen het oprukken van de islam als tegen de kerksplitsing vanuit het Oosten”, aldus kardinaal Franjo Kuharic van Zagreb dezer dagen. Voor de Serviërs onderstreept de paus door zijn bezoek aan Kroatië die stelling dit weekeinde in feite nog eens.

Een soortgelijke vorm van machtspolitiek bedrijft het Vaticaan op de Wereldbevolkingsconferentie van de Verenigde Naties in Kairo. Al dagen vechten de afgevaardigden daar over enkele alinea's in de 113 pagina's tellende slotverklaring over de abortus. Het bracht de Egyptische minister van bevolkingszaken, Maher Mahran, tot de verzuchting: “Regeert het Vaticaan de wereld? Wij respecteren het Vaticaan. Wij respecteren de paus. Maar als ze niet willen onderhandelen, waarom zijn ze dan gekomen?” Toch hield de pauselijke vertegenwoordiger bij de VN, aartsbisschop Renato Martino, voet bij stuk: Als de conferentie de slotverklaring ongewijzigd aanvaardt, betekent dat het groene licht voor elke vorm van abortus “zonder dat er enige beperkingen, enige criteria of enige restricties aan dergelijke praktijken worden gesteld”. Voor die opstelling krijgt de rooms-katholieke kerk in Kairo de steun van een deel van de moslim-staten. De diplomaten van de Heilige Stoel zullen het uitstel van het bezoek van de paus aan Sarajevo dan ook wel betreuren, want de pauselijke aanwezigheid in de Bosnische hoofdstad had juist op dit moment kunnen aantonen hoezeer ook het lot van de moslims het Vaticaan ter harte gaat. Francis Kissling, voorzitter van de organisatie Katholieken voor een Vrije Keuze typeerde in Kairo de pauselijke diplomaten zo: “Ze zijn goed - ze zijn intelligent, hoffelijk, subtiel, vasthoudend. Deze mensen zijn al 1500 jaar diplomatiek actief (...) ze hebben koningen gemaakt en gebroken.”