Janowitz: op mannenjacht in New York

Een van de hoogtepunten van het Crossing Border Festival in Den Haag is het optreden vanavond van de Amerikaanse schrijfster Tama Janowitz. Zij leest voor uit haar laatste roman The Male Cross- Dresser Support Group, die vandaag in Nederlandse vertaling verschijnt.

Tama Janowitz: Een man is ook maar een mens, vert. William Oostendorp en Joost van der Meer, uitg. In de Knipscheer, 445 blz., ƒ 39,90. Crossing Border Festival (Poetry and Music) 9, 10, 11 sept, Theater a/h Spui, Den Haag.

Tama Janowitz (37) schuimde een decennium geleden samen met Andy Warhol en Debbie Harry de nachtclubs en galeries van New York af. Vriendinnen voorzagen haar wekelijks van een blind date en bijbehorende cocktailjurken. Ze ving flarden conversatie op, observeerde modegrillen en menselijke tragedies die ze vervolgens in korte verhalen verwerkte. Het toonaangevende blad The New Yorker publiceerde er een paar van en ineens was Tama Janowitz een media-ster. De gebundelde verhalen werden als Slaves of New York een internationale bestseller. Ze werd direct ingedeeld bij de literary bratpack van David Leavitt, Bret Easton Ellis en Jay McInerney, die net als zij het establishment hadden opgeschrikt met hun verhalen over seks, drugs en rock 'n' roll.

Nu, tien jaar later, beschrijft ze nog steeds de mores van haar stad en haar tijd, hoezeer die ook aan het vervagen zijn. Ze is inmiddels getrouwd met Tim Hunt, conservator van de Warhol Foundation, aan wie ze haar laatste boek heeft opgedragen. De indrukwekkende zwarte haarbos waarmee ze poseerde in advertenties voor trendy drankjes en op de omslag van Slaves of New York is inmiddels verdwenen. Lange stroken donkerbruin, geblondeerd en grijs haar hangen ongetoupeerd langs haar gezicht. De uitbundige jurken zijn vervangen door een bontgekleurde pyjamabroek (“Ik koop al mijn kleren bij het Leger des Heils”) en zwarte gympies. Alleen haar felrood gekleurde lippen doen nog denken aan de voormalige literaire nachtvlinder. Voor haar zijn de snelle jaren tachtig helemaal voorbij.

Jonge schrijvers interesseren haar niet. Voor leesplezier en inspiratie grijpt ze liever terug naar het verleden. Ze is jaloers op negentiende-eeuwse auteurs als Jane Austen, Thomas Hardy en Edith Wharton. “Ik vind het heel moeilijk om erachter te komen wat de morele kwesties van deze tijd zijn. Zij leefden in een tijd waarin de morele regels nog heel duidelijk vastlagen. Vroeger kon je nog schrijven over een getrouwde vrouw die vanwege een buitenechtelijke relatie door haar omgeving wordt verstoten. Een soortgelijke situatie is nu volkomen oninteressant. Een overspelige vrouw? Big deal! Stelen, beroven, moorden: niemand kijkt er echt van op.”

De Nederlandse titel van haar laatste roman, Een man is ook maar een mens, suggereert medelijden met het mannelijk geslacht. Het boek beschrijft met veel zwarte humor de omgekeerde wereld waarin het New York van de jaren negentig is beland. “Er wonen in verhouding te weinig heteroseksuele mannen. Vrouwen maken elkaar af voor een beschikbare man, maar daarmee schrikken ze hem juist af. Vrouwen zijn het roofdier geworden en mannen de prooi, terwijl dat vroeger precies omgekeerd was. In de romans van Edith Wharton worden jonge erfgenames omgeven door aanbidders als bloemen die een zwerm vlinders aantrekken. Nu nemen intelligente en succesvolle vrouwen genoegen met mannen die hun sociale mindere zijn. Je ziet in New York veel geslaagde vrouwen die hun veertigste naderen met obers of taxichauffeurs in hun kielzog. Een van mijn alleenstaande vriendinnen gaat niet meer naar cocktailparty's omdat ze als een hongerige roofvogel wordt gezien. Zowel door getrouwde vrouwen, die snel hun man bij de arm pakken, als door alleenstaande mannen, die denken dat ze uit is op een verhouding of gewoon seks. Het levert vreselijke toestanden op, maar ik vind die Newyorkse verschijnselen als schrijfster interessant om te observeren.”

Een man is ook maar een mens beschrijft het leven van Pamela Trowel die als advertentie-acquisiteur voor het tijdschrift De Jager en zijn Wereld werkt. Haar contactgestoorde gedrag, door eenzaamheid veroorzaakt, blijkt een handicap wanneer ze het tienjarige zwerfjongetje Abdoel in huis neemt. Pamela's verlangen om het andere mensen zoveel mogelijk naar hun zin te maken doet haar in allerlei bizarre situaties belanden. Pas wanneer ze zich als man verkleedt, komt ze tot rust. Totdat haar ware geslacht wordt ontdekt.

“De meeste van mijn personages zijn slachtoffers van het leven, ze redden het niet in deze maatschappij”, zegt Janowitz. “Ik voel me bij hun op mijn gemak. Aan de andere kant verplaats ik me ook graag in andersoortige types. Het was heel spannend om die scène te schrijven waarin Pamela als 'Paul' een beeldschone Russische jonge homo mee naar huis neemt. Pas op het allerlaatste moment komt hij erachter dat ze een vrouw is en verwijt haar dat ze really sick is! Er waren nog een paar momenten in het boek die me voor de verandering echt schrijfplezier gaven, want meestal werk ik heel moeizaam. Ik wil mijn lezers op een hele natuurlijke manier toespreken, maar dat kost vreselijk veel moeite. Ieder woord moet ik uit mijn hoofd trekken, alsof het mijn eigen zere kiezen zijn.”