'Ik weet niet meer hoe het leven is zonder roeien'

ROTTERDAM, 9 SEPT. Hij is getrouwd, afgestudeerd en heeft sinds kort een baan. Maar de 33-jarige Ronald Florijn blijft roeien voor een medaille op de Olympische Spelen. De blonde reus, de motor van de Holland Acht traint nog altijd veertien keer per week, anderhalf uur per training.

“Het komt af en toe wel een beetje mijn neusgaten uit”, zegt Florijn aan de vooravond van het wereldkampioenschap. “Ik heb geen enkel uurtje meer vrij. Maar ik ben het gewend, ik roei al sinds mijn dertiende. Ik weet niet meer hoe het leven is zonder roeien.”

Maandag beginnen de wereldkampioenschappen in Indianapolis in de Verenigde Staten. De Nederlandse equipe, met 39 roeiers en roeisters, doet mee aan elf verschillende nummers. Tot de kanshebbers voor een medaille behoren onder anderen de Holland Acht en de lichte skiffeur Pepijn Aardewijn, die vorig jaar brons en in 1992 zilver behaalde. Ook de zware vrouwen, onder leiding van de nieuwe coach Kris Korzeniowski, moeten bij het boordroeien voor het eerst sinds jaren mee kunnen doen met de grote roeilanden.

Gedurende de eerste vijf dagen zijn er kwalificatie-wedstrijden, halve finales en herkansingen. De finales vinden plaats in het weekeinde. Deze week hebben de Nederlanders zich voorbereid met een trainingskamp op het roeiwater van de Princeton-Universiteit. “De faciliteiten zijn ongelooflijk”, vertelt Florijn. “Een prachtig meer, dertig ergometers en een speciale roeibak waarin je het water kan laten stromen, zodat het net is alsof je op een echte baan vaart.” Gisteren vertrok de ploeg naar Indianapolis.

Florijn is 1.91 meter lang en 98 kilo zwaar. In 1988 won hij met Nico Rienks olympisch goud in de dubbeltwee in Seoul. Vorig jaar stapte het duo met zes andere zwaargewichten in een acht, het prestigieuze nummer waar er geen ploegen, maar landen tegen elkaar varen. De Holland Acht was een experiment om te kijken of het kleine Nederland zich zou kunnen meten met de kolossen uit Duitsland, de Verenigde Staten en Roemenië. Het werd een half succes. De acht won in Luzern, maar eindigde twee maanden later op de WK in Tsjechië op de vijfde plaats.

Dit jaar moet het, na een derde plaats in Luzern, goed gaan op de WK. “Het moet heel raar lopen als we niet tenminste derde worden”, zegt Florijn. De boot gaat over twee kilometer nu ongeveer zes seconde sneller. “Iedereen zegt dat we vorig jaar op het verkeerde moment piekten. Maar daar ben ik het niet mee eens”, zegt Florijn. Vorig jaar, vertelt hij, kon de acht na Luzern een maand lang niet op de Bosbaan trainen, omdat er waterski-wedstrijden waren.

De acht heeft het hele seizoen getraind met de coaches René Mijnders en Adrian Lieszner. Mijnders was fulltime beschikbaar. “We hebben daardoor nog zorgvuldiger op onze techniek kunnen letten”, zegt Florijn. De acht heeft daarnaast een roeier vervangen. Dolf Woldringh, die meer tijd moest besteden aan zijn studie, maakte plaats voor Henk-Jan Zwolle, oud-wereldkampioen in de dubbeltwee met Rienks. De laatste zal dit keer mogelijk op slag roeien.

De Holland Acht is niet allen het boegbeeld van de roeibond, maar is dit jaar ook geadopteerd door het Nederlands Olympisch Comité in de olympische kernploeg. “Ik heb het NOC een brief geschreven om te vragen of ze ons konden ondersteunen”, zegt Florijn. “Het NOC wil graag werken met projecten. En de roeibond is daar mee door gegaan.” Door de steun van het NOC kon de acht kleinere boten kopen voor de trainingen, was er geld voor het trainingskamp in Princeton, kwamen er op de Bosbaan een paar toestellen voor het krachthonk en stonden er de afgelopen weken na de trainingen kratten met sportdrank en dozen bananen klaar. Volgend jaar moet de Holland Acht een nieuwe boot kopen. Bij de Spelen van 1996 en het WK van 1995 in Finland, moet de boot in het midden uit elkaar kunnen om de transportkosten te drukken.

Als de acht volgende week, twee jaar vóór de Olympische Spelen in Atlanta, niet bij de beste drie eindigt, heeft dat mogelijk consequenties voor de toekomst van het project. “Dit jaar is net zo belangrijk als ieder ander jaar”, zegt Florijn. “We zullen roeien op leven en dood. Maar voor het project Holland Acht is het bovendien belangrijk dat we een medaille halen. Het project zal wel doorgaan, maar sommige roeiers zullen zich bij een vijfde plaats afvragen of het nog wel stimulerend is om in dit nummer te roeien.” Ze willen immers allemaal een olympische medaille en als de kansen in de acht kleiner lijken dan in een ander nummer, wijken de roeiers misschien wel uit.

Forijn maakt zich er voor de finales weinig zorgen over. Hij speculeert al op de voorbereiding voor Atlanta. “De Amerikanen en de Canadezen gaan voor de Spelen een paar maanden lang in trainingskamp. Drie keer per dag roeien. Ik denk dat wij het ook gaan doen voor Atlanta. Maar het wel een dure grap en ik weet niet of het ook realiseerbaar is.”

Een van de weinige nummers waar Nederland op de WK zal ontbreken is de skiff bij de mannen. In 1968 won Jan Wienese in Mexico goud, maar daarna is het geen Nederlandse skiffeur meer gelukt de wereldtop te halen. Pepijn Aardewijn komt uit in de lichte skiff, voor roeiers met een maximaal gewicht van 72,5 kilo. Maar dat is geen olympisch nummer. Florijn, die net als Rienks en Zwolle in het verleden heeft geprobeerd het individuele nummer te roeien, denkt dat Nederland over twee jaar niet vertegenwoordigd zal zijn.

“Voor een acht heb je een structuur en een roeitraditie nodig. Een goede sfeer is een kwestie van toeval.” In Barcelona maakte Frans Göbel de overstap van de lichte naar de zware skiff, maar hij haalde de finale niet. Florijn denkt dat Aardewijn niet het voorbeeld moet volgen van Göbel. Absoluut onmogelijk.”