Europese stedenlobbies strijden over drugsbeleid

AMSTERDAM, 9 SEPT. De worsteling van de Nederlandse overheden en justitie met het softdrugs-beleid blijft niet onopgemerkt in het buitenland. De Zweed Torgny Pederson kan een licht triomfalisme in zijn stem niet onderdrukken. Het recente geharrewar rond drugstoerisme en coffeeshops heeft het failliet van het drugs-gedoogbeleid bevestigd, zegt hij. En daarmee het gelijk van zijn kamp, de European Cities Against Drugs, waarvan hij het hoofdkantoor in Stockholm bestiert.

Naar de letter van de wet zijn er nauwelijks verschillen tussen de Europese landen: harddrugs en softdrugs zijn overal verboden. De verschillen zitten 'm in de handhaving van de wetten. En die handhaving geschiedt lokaal - voor de rechtbanken, in de verordeningen van grote steden. De scheidslijn van hard en zacht drugsbeleid loopt niet tussen landen, maar tussen steden.

Nadat Nederland jarenlang eenzaam de tolerante weg had bewandeld van het gedoogbeleid, toonden begin jaren negentig ook andere landen aarzelend waardering. Hier en daar werd experimenten met gecontroleerde harddrugs-verstrekking opgezet en in een enkel gebied werd gebruik van softdrugs door de vingers gezien. Dit alles onder het motto 'harm reduction' - drugs zijn weliswaar schadelijk, maar illegale drugs nog veel schadelijker. Als de criminele smet van (bepaalde categorieën) drugs en gebruikers kan worden afgehaald, heb je een deel van het probleem al opgelost, is de redenering.

De vertegenwoordigers van de 'zachte lijn' zetten in 1990 hun handtekening onder de Frankfurter resolutie: Amsterdam, Zürich, Frankfurt en Hamburg. “Wij vinden het noodzakelijk”, zo onderschreven deze steden, “dat het verkrijgen, bezitten en gebruiken van cannabis uit het criminele vlak wordt gehaald. De handel dient wettelijk te worden geregeld.” De openlijke verklaring van deze steden, die zich de European Cities on Drugs Policy gingen noemen, gaf de indruk dat er in Europees verband sprake was van een kentering in het denken over drugs.

Niet bekend

In Duitsland, waar de Länder en sommige steden verregaande autonomie hebben, zijn de verschillen groot. Overal kan in principe een “kleine Menge” drugs worden gedoogd, aldus Susanne Schardt, hoofd van het Frankfurter bureau van de European Cities on Drugs Policy (ECDP). “In Hessen, met een rood-groene coalitie, is dat een paar tientallen gram cannabis, in het zuiden is een 'kleine hoeveelheid' helemaal niets.” Het bureau van de ECDP bepleit het gedogen van 30 gram cannabis en 1 gram heroïne voor eigen gebruik.

Maar de tegenstanders deden dit jaar van zich horen. De European Cities Against Drugs (ECAD) kwamen in april bijeen in Stockholm en onderschreven de harde lijn: “Wij verwerpen alle vragen tot legalisering van illegale drugs.” En ze verzochten, met een duidelijke wenk naar de Frankfurt-groep, de regeringen van Europa om de bestaande verdragen en overeenkomsten betreffende drugs 'vastberaden' toe te passen.

De twee stedenbonden doorklieven landen als Zwitserland (het 'harde' Lugano tegenover het 'zachte' Zürich) en Duitsland (het 'harde' Berlijn' tegenover Frankfurt en Hamburg). Zweden loopt voorop bij de hardliners. Voor Stockholm is het duidelijk: de overlast van drugsverslaafden is nergens afgenomen, alleen maar toegenomen. Sinds 1 juli vorig jaar zijn arrestanten in Zweden verplicht zich te onderwerpen aan een urine- of bloedcontrole. Zo kan de relatie tussen drugs en criminaliteit worden gestaafd, denkt E. Brännmark van de Zweedse rijksrecherche.

Verder richt het bureau van Pederson zich vooral op het zoeken naar kromme redeneringen van de gedogers. In de ECAD-nieuwsbrief van vorige maand wordt de vloer aangeveegd met een folder van onder meer het Jellinekcentrum, waarin de hasjroker wordt voorgelicht over de nadelige effecten van die softdrug. “En deze mensen staan de legalisering van drugs voor. That is logic at it's worst.”