Druk

Op zijn verjaardag wandelde de houtworm door een tak van de wilg. De weg werd smal en plotseling kon hij niet verder.

Hij probeerde zich om te draaien of achteruit te lopen. Maar dat lukte niet meer.

Ai, dacht hij, ik zit klem. Hoe moet dat nu met mijn verjaardag?

Hij besloot te gaan roepen.

'Help,' riep hij. 'Ik ben jarig!'

Niemand hoorde hem.

Hij gilde het: 'Ik ben jarig! Jarig!'

Maar er was niemand in de wilg die hem hoorde. Na een tijd werd hij schor en verdrietig. Ik vrees, dacht hij, dat ik weer eens helemaal alleen mijn verjaardag zal moeten vieren. Hij bleef stil zitten en vierde in zijn gedachten feest. Hij at grote stukken denkbeeldige houttaart, dronk zelf verzonnen schorssap, en kreeg een prachtig bedachte eikehouten stoel cadeau, met dikke leuningen waar hij door heen kon hollen, en poten waarin hij op zijn gemak op zijn hoofd kon staan. Aan het eind van de middag zuchtte hij en dacht: nou, dat is dan het eind van mijn verjaardag. Maar op dat moment hoorde hij getrippel, buiten.

'Hallo,' riep hij, met zijn schorre stem. 'Ik weet niet of je het weet, maar ik ben jarig.' 'Wie is daar?' riep de specht, want die liep over de tak. 'De houtworm,' zei de houtworm, 'die helemaal alleen zijn verjaardag viert.' 'Ik kom,' zei de specht. Hij maakte vlug een gat in de tak, en even later zat hij tegenover de houtworm, midden in het hout. 'Gefeliciteerd, houtworm,' zei hij.

'Dank je wel,' zei de houtworm. 'Wil je wat molm?' Hij gaf de specht wat molm en vertelde hem dat hij als cadeau heel graag een grote, eikehouten stoel wilde hebben. 'Met dikke leuningen en van die hele zware poten,' zei hij. 'Onwrikbare poten.' 'Die krijg je,' zei de specht. 'Die krijg je, houtworm. Let maar op.' En opgetogen sloeg hij de houtworm op zijn schouder.

Ze zaten lange tijd bij elkaar en de houtworm vond dat hij een heel gezellige verjaardag vierde - heel druk ook, want meestal kwam er niemand. Tegen de avond hielp de specht de houtworm op weg de wilg in. 'En die stoel, die krijg je nog,' zei de specht. 'Dat beloof ik je.' 'Goed', zei de houtworm. Hij sloeg een hoek om, en met zwierige passen wandelde hij naar het midden van de wilg.