De hele wereld moet mijn films mooi vinden; Ian Kerkhof, de filmregisseur als exhibitionist

Filmer Ian Kerkhof houdt van provoceren. Hij werkt aan een scenario over Nietzsche in Groningen. Zijn vorige film gaat over seriemoordenaars. “Ik kan me niet voorstellen dat een kijker door mijn film geïnspireerd zou kunnen worden tot moorden, al zou ik het een mooie publiciteitsstunt vinden.”

In september 1992 kreeg Ian Kerkhof, toen net derdejaarsstudent aan de Nederlandse Film en Televisie Academie, een Gouden Kalf uitgereikt voor zijn onafhankelijk en zonder subsidie geproduceerde 'no-budget'-speelfilm Kyodai Makes the Big Time. Tijdens het daaropvolgende feest stond de winnaar lang alleen in een hoekje van de enorme zaal. De verzamelde Nederlandse filmwereld had het immers erg druk met het bespreken van dit schandaal en bezon zich op mogelijkheden - een reglementswijziging, de selectie van minder eigenzinnige juryleden - om herhaling van dergelijke incidenten te voorkomen.

Twee lange films en een eindexamenwerkstuk later zien velen de regisseur nog steeds als een charlatan, een poseur of een exhibitionist. Maar zijn films wonnen ook prijzen op festivals in Mannheim en Potsdam. De laatste twee, de eindexamenproduktie The Dead Man 2: The Return of the Dead Man en het eerder in Rotterdam vertoonde Ten Monologues from the Lives of the Serial Killers begonnen vorige week aan een roulement in de filmtheaters.

Ian Kerkhof werd geboren in Johannesburg in 1964. Op 19-jarige leeftijd vertrok hij als dienstweigeraar en anti-apartheidsactivist uit Zuid-Afrika en kreeg politiek asiel in Nederland. Negen jaar later nam hij ook de nationaliteit aan van zijn nieuwe vaderland, waarvan hij de taal inmiddels redelijk goed beheerst. Maandelijks schrijft hij een column over recente speelfilms - van obscure horror en grote Hollywoodhits tot experimentele video's - in De Filmkrant.

Kerkhofs films worden gekenmerkt door een rigide stilering en een neiging om ook extreme vormen van geweld en seksualiteit expliciet te verbeelden. Waar komen die beelden toch vandaan? Ligt de bron soms in een jeugd, die zich afspeelde in een op onderdrukking en geweld gebaseerde maatschappij?

Ian Kerkhof: “Om te provoceren zou ik willen zeggen dat al mijn films documentaires zijn. Maar dat is niet waar. Eigenlijk heb ik een prachtige jeugd gehad, in een 'lower middle class'-milieu, waar nooit te weinig geld was. Elke zondagavond ging ik in een sociëteit naar films kijken, waar een warme maaltijd - curry met rijst - bij de prijs inbegrepen was. Het was altijd een 'double bill', meestal eerst een western of een thriller, en dan een griezelfilm. De vrouwen gingen eerder weg, de mannen bleven zitten om hun stoerheid te bewijzen. Ik ook, al kreeg ik er wel nachtmerries van. Het begin van mijn fascinatie voor gruwelijkheden kwam dus uit filmbeelden, niet uit de realiteit, al is die grens voor kinderen moeilijk te trekken: hun werkelijkheid heeft nog geen harde rand. Nog steeds denk ik met huivering aan de kleur rood in Hitchcocks Marnie.

“Ik leefde voor de zondagavonden. Het mooist was nog dat de 16mm-projector in de zaal stond opgesteld, die fysieke aanwezigheid van de film vond ik belangrijk. De stoerste man in de hele wereld was de operateur, zoiets wilde ik later worden.”

Wat deed u besluiten Zuid-Afrika te verlaten?

“Na jarenlang goed nadenken heb ik ontdekt dat de apartheid me eigenlijk heel goed uitkwam. De oppervlakkige, maatschappelijke omstandigheden verleenden me een alibi om te vertrekken, maar eigenlijk wilde ik aan mijn moeder ontsnappen, anders was ik door haar vernietigd. Ik beschouw het ook als een vorm van lafheid, dat ik zo lang films heb gemaakt over dingen waar het eigenlijk niet om gaat. Maar dat komt nog wel.

“Ik ben nu een scenario aan het schrijven, getiteld Nietzsche in Groningen - The Book of the Film. Daarin wil Nietzsche ontsnappen aan de incestueuze relatie met zijn zuster Elisabeth. Omdat hij als filosoof weinig geld heeft, vlucht hij niet naar een tropisch eiland, maar naar Groningen. Eenmaal daar aangekomen, ontdekt hij dat zijn vader niet twintig jaar eerder overleden is, maar in Groningen leeft als eigenaar van een bordeel. Hij is joods, en verkoopt blanke slavinnen aan de paus, die heel boos is op Nietzsche jr., omdat die God dood heeft verklaard en de zaken daardoor slecht gaan voor de kerk. Dan komt de paus naar Groningen en vraagt aan de vader om zijn zoon te vermoorden. Dat aanbod kan hij, na enige aarzeling, als goed zakenman niet weigeren. Het is het verhaal dat de Duitsers ons nooit hebben willen vertellen. Het wordt dus een docudrama, misschien komt het wel in drie delen bij de AVRO.”

Maar waarom speelt het zich af in Groningen?

“Ik was daar een keer om een film te laten zien, en ik vond het zo'n aardige stad, een soort eiland, ver weg van de beschaving. De mensen doen daar net of ze meedoen in de wereld, maar dat is natuurlijk niet zo. Er is ook een straat met drie discotheken en een kerk naast elkaar. Daar laat ik Nietzsche met Jezus praten, en dat hoeft dan allemaal niet speciaal in een studio nagebouwd te worden”.

Waar komen die ideeën en beelden toch allemaal vandaan?

“Het begint altijd bij de titel. Ten Monologues from the Lives of the Serial Killers bij voorbeeld, dat was een hommage aan een van de eerste films van Frans van de Staak, Tien gedichten uit het werk van Hubert Kzn. Poot, die ik zeer bewonder. Het lijkt heel dun, die gedichten worden gewoon voor de camera voorgedragen, maar het wordt spannend door minieme veranderingen in geluid en beeld. Zo wilde ik dus ook tien teksten van seriemoordenaars laten uitspreken door acteurs, maar mijn vaste cameraman, Joost van Gelder, was bang dat het dan saai zou worden, dus besloten we verschillende stijlen of manieren uit te proberen. De eerste acteur, Rodney Beddall, vroeg of hij mocht roken tijdens het spreken van zijn tekst, en dat bleek de sleutel tot die scène. Het ontstond eigenlijk van zelf.”

Maar de regisseur is toch de baas bij het maken van een film?

“Nee, nee, de film is de baas, de samenwerking met cameraman, acteurs en eventueel scenarist of componist. Soms is de hele pretentie en het gewicht van wat een regisseur doet onzin. Je ziet heel vaak dat regie de vernietiging van een acteur betekent. Als ik een recensie lees over 'een film van Ian Kerkhof', dan wil ik soms een boze brief schrijven, want mijn vaste medewerkers, cameraman Joost van Gelder, geluidsman Fokke van Saane en editor J.P. Luysterburg zijn net zo belangrijk. Ik heb altijd veel moeite om toe te geven dat ik op een idee kom; de ideeën komen eerder op mij. Ik voer ze uit, maar ontdek ze niet.

“Wat ik wantrouw in het geven van interviews is dat het vaak uitloopt op pretentie of leugens. Ik probeer de waarheid te vertellen, maar die klinkt altijd zo kinderachtig of lullig. Dus probeer je er een gewichtig verhaal bij te verzinnen. Als je het altijd hebt over intuïtie of gevoelens, dan klinkt dat leeg, maar het is gewoon zo. Joost en ik komen op dingen. Het prettige in de samenwerking is dat hij niet met rationele bedenkingen komt, dat iets niet klopt: het soort verhalen dat je altijd op de Filmacademie hoort, dat je iets moet rechtvaardigen. Als ik zeg dat het idee van Ten Monologues is ontstaan door Frans van de Staak en de Tien Geboden, en de canonisering van seriemoordenaars in de media, dan klinkt dat als een theorie, en zo werkt het niet.”

Probeert u ook niet bewust te provoceren en te choqueren?

“Natuurlijk, maar belangrijker vind ik het om dingen te maken die ik mooi vind. Het alternatief is het creëren van beelden die iedereen mooi vindt, maar die bestaan al, die zitten in het archief van de cultuur. Waarom zou je naar een film gaan die al bestaat, zoals de gemiddelde actiefilm, die heb je altijd al eerder gezien. Maar eigenlijk ben ik gekwetst als mensen mijn beelden niet mooi vinden. Eigenlijk wil ik dat de hele wereld geniet van alles wat ik maak. Mijn vrouw zegt dat ik het erom doe, dat ik de films zo maak dat mensen ze lelijk vinden, zodat ik me gekwetst kan voelen.”

Waarom masturbeert u zo vaak in uw eigen films?

“In tegenstelling tot bij voorbeeld een Hollywoodfilm over 'serial killers', bied ik de kijker geen seksuele prikkel door montage en muziek. Wel maakt mijn film het verband tussen seks en geweld expliciet. Door zelf in beeld te masturberen, ontneem ik de kijker de kans zich te verlekkeren, hij gaat zich eerder vervelen of ervaart afschuw. Het is ook belangrijk dat ik dat zelf in beeld doe, want als ik het aan een acteur zou overlaten, dan wordt het toch weer een vorm van exploitatie.

“Ik kan me niet voorstellen dat een kijker door mijn film geïnspireerd zou kunnen worden tot moorden, al zou ik het een mooie publiciteitsstunt vinden. Er blijft altijd een verschil tussen de wereld van beeld en poëzie en de werkelijkheid. Wie die twee werelden niet uit elkaar kan houden, heeft een probleem, dat hij kan proberen af te schuiven op de film die hij gezien heeft, maar ik geloof daar niet in. Ik ben verantwoordelijk voor de keuze van mijn beelden, maar niet voor wat jij daarmee doet. Dat is mijn bezwaar tegen censuur: dat anderen voor mij gaan kiezen wat ik mag zien, met de zwakzinnige of licht beïnvloedbare toeschouwer als maatstaf. Censuur ondermijnt de volwassenheid van een samenleving. Maar ik zou Ten Monologues nooit aan kinderen laten zien.”

Ziet u zich over tien jaar nog steeds als marginale low-budget-filmer?“Het wordt onmogelijk om mijn films met kleine budgets te blijven maken. Ik sluit niet uit dat ik ooit een film van een paar miljoen zal regisseren, maar ik ben bang dat ik het geld niet op zou krijgen. Tot nu toe heb ik altijd films gemaakt omdat ik dat wilde, niet om een budget uit te geven. De grote fout van bijna alle Nederlandse speelfilms is dat de regisseur niet bezig is met het maken ervan, maar met het opmaken van het geld. 06 van Theo van Gogh (gedraaid in vijf dagen voor 250.000 gulden, zonder subsidie, HB) vind ik een mooie uitzondering: de vorm past bij de inhoud, en wordt niet bepaald door de beschikbaarheid van subsidie. Ik heb natuurlijk makkelijk praten, want ik heb altijd subsidie gekregen, en was daar ook heel blij mee. Maar het subsidiesysteem heeft in Nederland eigenlijk de film vernietigd.”