De Hand van een Onverschillige Satan; De veelzijdigheid van de Nederlandse scenaristen

In de jacht op de oorzaken voor het falend succes van de Nederlandse speelfilm is de scenarist de vaste zondebok. Nederlanders kunnen geen scenario's schrijven, bauwt men elkaar na. Maar uit 'Een Galerij', een serie korte drama's van NOS-televisie, blijkt hoe goed Nederlandse scenarioschrijvers uit de voeten kunnen met een leeg opgeleverde flat die ze naar eigen wens mochten inrichten en bevolken.

Een Galerij wordt wekelijks uitgezonden tot en met 29/11, telkens op dinsdag, Nederland 3, 21u24-21u54. Tweede Keus is te zien op 13/9, Parelmoer op 20/9, Een man alleen op 18/9.

Het lijkt onbijzonder: een NOS-televisieserie van dertien drama's met de scenarioschrijver als uitgangspunt. Dertien auteurs, voornamelijk afkomstig uit de theaterwereld, kregen opdracht een film van een half uur te schrijven, die zich in en om een galerijflat moest afspelen. Pas in een tweede stadium werden er vijf regisseurs bij betrokken, die elk een aantal scenario's toegewezen kregen.

Dat accent op het scenario is gewaagder dan het lijkt, aangezien de Nederlandse scenarist traditioneel merkwaardig weinig waardering te beurt valt. In de jacht op de oorzaken voor het falend succes van de Nederlandse speelfilm is de scenarist de vaste zondebok. Hij werkt alleen, kan zich moeilijk verdedigen en krijgt al tientallen jaren ritueel de schuld. Nederlanders kunnen geen scenario's schrijven, bauwt men elkaar na, van subsidiefonds-lid tot filmfestivaldirecteur tot bewindspersoon, van regisseur tot criticus tot Filmacademiedocent. Vervallen in treffende voorbeelden doet nooit iemand. Niet nodig. 'Iedereen' weet dat het waar is, van die benedenmaatse scenarioschrijvers.

Natuurlijk, net als overal zijn er hier domme, lelijke en weerzinwekkende films gemaakt. Maar om dat exclusief te wijten aan de scenarist is struisvogelpolitiek: je kop in het zand en de wind verwijten dat je een kouwe kont krijgt. Ook in het nabije verleden bleek weer eens dat zo'n verketterd scenario bij nader beschouwen beter was dan de film (Oeroeg), meermalen was het de onmisbare opstap naar iets moois (De Noorderlingen, Op afbetaling) en alleen al in het vorig seizoen zijn er verschillende eminent geschreven televisiefilms gemaakt, bijvoorbeeld voor de VPRO-serie Lolapaloeza.

Een Wonder

In 1919 is het officieel vastgesteld: er bestaan 37 dramatische situaties. Daar moet de schrijver van filmscenario's het mee doen. De inmiddels vergeten Wycliffe A. Hill, schrijver van films en vijf jaar werkzaam in een vage functie 'aan de produktiekant' in de Hollywood filmindustrie, inventariseerde voor zijn handboek Ten Million Photoplay Plots (Los Angeles, 1919) de mogelijkheden. Hij kwam tot 36 in zes categorieën en wist er op eigen kracht nog een te achterhalen die tot dan iedereen over het hoofd had gezien. Na '(1) Redding' en '(2) Herovering van Verloren Geliefden' voegde hij, in de categorie 'Gelukkig situaties', zijn eigen vondst toe: '(3) Een Wonder'. In een korte toelichting stelde hij vast dat zo'n Wonder de tussenkomst van de Hemel impliceert.

Het boek van Wycliffe Hill wordt niet meer gelezen, maar zijn gedachtengoed bepaalt tot op vandaag het collectieve onderbewustzijn van de Amerikaanse film- en televisie-industrie. Scenario's worden nog altijd beoordeeld op grond van die zevenendertig stuks, van '(4) Opdracht' via '(26) Overspel' en '(32) Een Onschuldige Verdachte' tot en met '(37) Berouw'. Een goede film laat zich in drie zinnen vertellen, luidt het nimmer gecontroleeerde, uitentreuren herhaalde, cynische dogma en daartoe lenen zich bij uitstek die vaste dramatische situaties. Ze veronachtzamen betekent kans op verrassingen, en oorspronkelijkheid staat gelijk met risico nemen. Dat was zo, dat is zo, en op die manier verwerd de cinematografie in de korte eeuw die zij bestaat van de jongste en weerbarstigste tot de meest behoudende dochter van de kunsten.

Geen schilder, geen beeldhouwer, geen schrijver of dichter, geen choreograaf haalt het in zijn hoofd om zich uit te spreken voor conformisme, voor imitatie, voor wetten en voorschriften die opdrachtgevers vaststellen. Menig zichzelf als kunstenaar respecterend cineast wel. En niet alleen in de Verenigde Staten. Ging de Europese film tot in de jaren zestig haar eigen weg, nu heersen ook hier de 37 situaties van Hill, zeker waar gedacht wordt in kijk- en kassacijfers.

Ruwe diamantjes

Ook in de serie korte drama's die de NOS-televisie de naam 'Een Galerij' gaf, is het merendeel van de scenario's onder te brengen bij Wycliffe's categorieën. En toch. Er wordt gemorreld, draadjes hangen los en kloppen doet het lang niet altijd meer. Wellicht veelzeggend is dat nummer 3, Het Godswonder, ontbreekt. Wel doet zich in minstens drie van de single plays ongehoorde grilligheid voor. Je zou ze kunnen definiëren als De Hand van een Onverschillige Satan, mocht je uit zijn op het formuleren van een 38ste dramatische situatie. De personages werden uitgeleverd aan speelse ontwikkelingen die volgens de versteende conventies van de reguliere film- en televisie-industrie onverantwoordelijk zijn. En inderdaad: een enkele forse uitglijder is het gevolg. Maar ook ruwe diamantjes.

Wie zich waagt aan het schrijven van scenario's maakt het zich moeilijk, want over een film- of televisiescenario bestaan wilde vooroordelen. Het meest hardnekkig is de overtuiging dat ruime dialogen in een speelfilmscenario verdacht zijn en schaarse dialogen in een televisiespel de dood in de pot. Het zijn twee kanten van de zelfde minachting voor de literaire kant van de filmkunst. Show them, don't tell them luidt de steevast luidkeels in lezingen en workshops verkondigde, van Hollywood overgenomen, grondwet, die maakt dat een film met zo min mogelijk gesproken taal hier langzamerhand gelijk staat aan een bewijs van goed gedrag. Net of Woody Allen niet het ene na het andere meesterwerk baseerde op een rusteloze branding van zinnen. Net of, om maar een willekeurig ander filmgenie te noemen, Federico Fellini niet juist de dialogen als finishing touch hanteerde, namelijk achteraf geschreven en toegesneden op het inmiddels voltooide beeld.

Aan de andere kant wordt de televisiekijker weer voor zo bot versleten dat hem juist een onlesbare behoefte aan een verklarende woordenstroom is toegedacht. Als die niet koffie gaat zetten dan zit hij wel net aan de telefoon of op de wc - aandachtig kijken kan van hem nog geen uurtje verwacht worden en wat niet driedubbel is uitgelegd, zal hem onherroepelijk voorbij gaan. In de serie Een Galerij zit slechts één film, Veel liefs, Maria (geschreven door Farideh Fardjam, regie van Cees van Ede), die volledig voldoet aan die eisen. Niets laat hij te raden over, alles is nadrukkelijk en overzichtelijk en het geheel pakt reddeloos uit, misschien wel juist daardoor. Veel liefs, Maria is diepsaai van helderheid en enkelvoudigheid. Het verhaal sleept zich voort van de ene verklaring naar de andere. Of dat nog niet erg genoeg is, heeft de film te kampen met de topzware casting waar veel omroepen zo dol op zijn: vindt een ster bereid mee te spelen en je zit op rozen. Jasperina de Jong speelt een van de rollen. Ze is goed, ze is leuk, ze trekt de aandacht, ze is bekend bij een groot publiek. En ze is in deze film helemaal niet op haar plaats. Ze is volmaakt ongeloofwaardig in dit decor, in tegenspraak met alles wat dit drama uitstraalt en ze reduceert haar tegenspelers tot nul, terwijl het verhaal vooral het hunne zou moeten zijn.

Kroonjuweel

Dwars tegen alle televisie-wijsheid in schreef Ritsaert ten Cate, oud-directeur van het destijds legendarische, op avant-garde toegespitste, Mickery-theater in Amsterdam, voor Een Galerij de film Een man alleen. Die man is echt alleen. Hij spreekt geen woord, de film legt al helemaal niets uit, en het is het kroonjuweel van de serie. Ten Cate bedacht een drempelloze smaakvol ingerichte flat met een man in een rolstoel. Hij verzorgt de planten op het balkon, houdt krantenknipsels bij, kijkt neer op een kruispunt en op een plaatsje met een bankje. Hij gaat met de lift naar beneden om boodschappen te doen en krijgt van een vrolijke mevrouw die hem onbekend is een bosje uit het perk geplukte margrieten op de schoot gedrukt. Koken doet hij graag en steeds uitvoerig en eenmaal voor niet arriverende gasten, al kunnen we daar niet helemaal zeker van zijn. In elke kamer staat een televisie en op al die televisies is vaak vuur te zien.

Dat is de situatie en hoewel er veel te raden valt, is het woord raadselachtig niet de juiste term. Bij raadsels hoort een oplossing, en wat deze film ook wil verhalen, op een clou of een climax is hij niet uit. Er glijdt tweemaal een traan langs het onaangedane gezicht van de man. Verder gebeurt er niks. En toch is het drama kolossaal en elke minuut zinderend spannend. Waarom? Geen idee. Dat is het geheim van Ritsaert ten Cate, van de acteur Tom Jansen, en van regisseur Willy de Greef. Dat maakt nu juist de waarde van deze film uit, die gemeten naar de maatstaven van de gemiddelde televisieproducent niet had mogen bestaan.

Wie speurt naar de kwaliteiten van een scenario, tast gemakkelijk in het duister. De waarde van Een man alleen ligt niet in het ontbreken van dialogen. Dat er geen woord wordt gesproken is geen credo, het is een logisch gevolg van het principe dat we de hoofdpersoon slechts sporadisch meemaken in relatie tot medemensen. Dat idee is ongetwijfeld afkomstig van de schrijver, niet van de regisseur. Ten Cate ging, zoals afgesproken, uit van een flat en voor hem betekent zo'n flat het geluid van en het zicht op nabije en tegelijk onbereikbare anderen. Hij bedacht vast en zeker het lage aanrecht met de druppelende kraan waar wij achterblijven bij de afwas nadat de bel is gegaan en de man is gaan opendoen. Hij schreef de rinkelende telefoon en liet de man, plotseling actief, uit beeld rijden om hem ergens op te pakken waar we hem niet kunnen zien en horen.

Maar niet zelden is het onmogelijk om uit te maken wie verantwoordelijk was voor wat. Dat prachtige shot in de scheerspiegel, waar we de man even zien wervelen met zijn stoel - danst hij of worstelt hij - hoe kwam dat tot stand? Schreef de scenarist het, of was het de inspiratie van de regisseur?

Zwerfster

Een filmregisseur is machtig. Wordt bij het theater een stuk doorgaans benoemd met de naam van de schrijver, een film heet naar zijn regisseur. Het werk van de filmregisseur is meestal definitief, dat van de toneelmaker nooit: een roman of scenario wordt zelden tweemaal verfilmd, een toneelstuk staat altijd open voor de nieuwe interpretatie van de volgende theatermaker.

Een film is van de regisseur, niet van de scenarioschrijver. Een goede regisseur beschouwt een film als zijn creatie, hij claimt het recht om het script naar zijn hand te zetten. Dat ondervond Marcelle Meuleman, theatermaakster en voor deze serie debuterend als scenarioschrijfster. Isolde noemde zij het verhaal over een zwerfster die in de keurig opgeruimde flat van een moeder met man en kind belandt. Toen ze de film zag die regisseur Willy de Greef op basis van haar script had gemaakt, kreeg ze 'een klap in mijn nek'. Zonder haar te consulteren had De Greef het door haar opzettelijk strak en mysterieus gehouden verhaal ingevuld met wat haar betreft overbodige uitleg. Meuleman: “Het draaide om het dilemma van een vrouw die zwerft en van een tweede vrouw die met zo'n manier van leven in haar maag zit. Dat is nu verworden tot een larmoyant verhaal over een moeder. Ik heb nooit gemerkt dat mijn verhaal de regisseur vreemd was, daarom schrok ik des te erger toen ik zag wat hij ervan had gemaakt. De televisiewereld is blijkbaar iets heel anders dan het toneel. Regisseer ik een stuk dan ben ik gewend om me in duizend bochten te wringen om, desnoods per zin, te achterhalen wat de auteur bedoelt en bezielt.”

Toch hoeft ingrijpen geen ramp te zijn voor de scenarioschrijver. Soms is een eigengereide regisseur zelfs een zegen, want, anders dan het zoveelste vooroordeel over scenario's wil, een onbeholpen scenario kan heel best de oorsprong zijn voor een redelijke film. Had regisseur Theo van Gogh niet het scenario voor De wanhoop van de sirene vertaald naar vergaande brutaliteit in macaber beeld en pervers spel van drie bejaarde acteurs, dan was Paul Felds scenario vermoedelijk door de mand gevallen als ongestructureerde waanzin. Nu ondersteunt Van Goghs broeierigheid Felds verhaal over oudindische Stille Kracht in een Hollandse flat. Consistent wordt het niet, wel brutaal, wel eng, wel magisch.

Hetzelfde kan opgemerkt worden over Van Goghs versie van Parelmoer, het scenario dat Moniek Kramer en Adelheid Roosen schreven op basis van een eerder gemaakte theatervoorstelling. Twee zuster geven ze gestalte, die haat en liefde uitspelen boven een elegante blankhouten kist met hun dode moeder erin. Om hen heen dwarrelt een koffie en appelcarrés genietend, zich allengs surrealistischer bewegend gezelschap begrafenisgasten. Dat het geen theater meer is, maar een een uitgelaten, wreed geheel, danken Kramer en Roosen aan Van Goghs zwarte humor die uitmondt in specifiek filmisch uit te drukken tederheid: een schoteltjes-ronde blik boven een nerveuze groot-gestifte mond van de een, de rimpels rond de ogen van de ander, de fotoportretjes in de protserige flat van Mama en de stem van Jules Deelder als de laconieke chauffeur die tenslotte de zusters inclusief kist mee laat liften naar het uitvaartcentrum.

Onverhoeds

Sleutels, de eerste, afgelopen dinsdag uitgezonden aflevering van Een Galerij voldeed daarentegen juist weer niet, omdat regisseur Casper Verbrugge onvoldoende terug had van het ijzersterke scenario van schrijfster Vonne van der Meer. Sleutels bekijken was geen film zien, maar een kort verhaal lezen van Van der Meer. Het jonge stel dat een flat komt bekijken om er voor het eerst samen te wonen was rechtstreeks weggelopen van de bladzijden van een bundel: een man weigert zijn vriendin werkelijk te kennen, een vrouw schrikt terug als zij haar vriend onverhoeds werkelijk leert kennen - het is een prachtig thema, maar het bleef theorie in de verfilming. Regisseur Verbrugge vond geen eigen vorm. Hij gaf weer wat Van der Meer schreef en dat bleek onvoldoende.

Met de tweede aflevering, Tweede Keus, kon hij beter uit de voeten. Het scenario, van actrice Yolande Entius, vroeg om weemoedig komische verbeelding. Dat is een specialiteit van Verbrugge, die meer gevoel heeft voor zoete tragikomedie dan voor realisme. Actrice Loes Wouterson voegde daar het hare aan toe. Met aanstekelijk gevoel voor detail speelt zij de overgeschoten vrijster met de dikke bril die dankbaar is voor de man die haar wilde hebben en zichzelf geen verder gevoel toestaat. Stiekem leest ze De Sade, maar aan erotiek in haar eigen bed durft ze niet te denken: dat iemand opgewonden van haar zou kunnen raken kan ze zich niet voorstellen.

Niet alle dertien drama's in Een Galerij zijn briljant. Twee zijn er ronduit slecht, verschillende zijn op zijn best matig te noemen. Een is er echter weergaloos goed en het merendeel is mooi tot mooi genoeg.

Het is wonderlijk hoe de schrijvers uit de voeten konden met een leeg opgeleverde flat die ze naar eigen wens mochten inrichten en bevolken. Veelzijdig zijn de Nederlandse scenaristen: knap in komische verwikkelingen (Mijn broer en ik van Scato van Opstall), wrang en humoristisch tegelijk (Groeten uit Tirool van Mariska Mourik), zwoel en avontuurlijk (Ted van Wanda Reisel), bitter en hedendaags (Ilse verandert de geschiedenis van Theodor Holman). Net zo goed of net zo min de oorzaak van falende films als ieder andere betrokkene. Zolang Wycliffe A. Hill ze maar een zorg zal zijn.