Corruptie in Frankrijk krijgt Italiaans trekje

Het grote Franse bedrijfsleven lijdt aan ernstig reputatie-verlies. Na Péchiney, Alcatel is deze week ook Saint-Gobain in de beklaagdenbank terecht gekomen. Tegen de president van Schneider is een internationaal arrestatiebevel uitgevaarigd. Omkoping. Misbruik van voorwetenschap. Verboden politieke giften. Persoonlijke verrijking. Het zijn dagelijkse begrippen in het Franse economisch nieuws. Meestal wordt de politiek in één adem genoemd.

In een gisteren gepubliceerde enquête erkent 64 procent van de Franse directeuren dat corruptie aan de orde van de dag is. Het zijn nog geen Italiaanse toestanden, meent de meerderheid, maar tweederde vindt wel dat er in Frankrijk een 'Operatie Schone Handen' moet komen.

Welke sectoren zijn 'zeer gevoelig' voor corruptie? De aanbesteding van openbare werken, zegt 81 procent. Banken (68 procent), vliegtuigindustrie (52 procent) en zware industrie (51 procent). Maar distributie, chemie, farmacie, verzekeringen en informatica doen er nauwelijks voor onder (tussen 43 en 49 procent).

Het zijn schokkende cijfers, afgedrukt in Le Monde van gisteren. Opnieuw volgt een opvallende stilte. Frankrijk is gek op 'grands débats' maar de bladen en de talrijke televisie-programma's met discussieruimte zien tot nu toe weinig kans de kopstukken aan het praten te krijgen over de golf van pijnlijke ontdekkingen. Of zij willen hun vingers er niet aan branden.

Als het zo doorgaat komt het hele Franse systeem van subtiel gecoördineerde economische machtsuitoefening in een kwaad daglicht te staan. Dat bestaat bij de gratie van een hecht netwerk van topambtenaren en directeuren die elkaar kennen van de 'grandes écoles', de postuniversitaire opleidingen voor de Franse elite. De grote (staats)bedrijven hebben aandelenpakketten in elkaar, zodat buitenstaanders er geen greep op kunnen krijgen.

De media kunnen zich lang niet altijd onttrekken aan dit ondoorzichtige spel van macht en beïnvloeding. Dat beperkt hun enthousiasme voor vragen tot op de bodem van de put. Ook als miljoenen franken een ondoorzichtige route afleggen van bedrijven naar partijkassen en persoonlijke bankrekeningen.

“Wij zijn een Latijns land”, is de gebruikelijke reactie als een Noord-Europeaan een vraag stelt aan een ingevoerde Fransman over corruptie in zijn land. Maar dit jaar krijgen meer president-directeuren bezoek van rechters van instructie dan gewoon is. Het lijkt of een aantal rechters een Operatie Schone Handen à la Française is begonnen.

Niet minder dan 49 procent van de Franse captains of industry vindt dat die rechters daarmee hun bevoegdheden te buiten gaan. Nog groter is de eenstemigheid over het waarom van die verhevigde aandacht: “Magistraten treden fel op omdat zij het gevoel hebben niet te worden gesteund door de politieke machthebbers” (69 procent mee eens). Eén minister uit de regering-Balladur is dit jaar afgetreden om een rechter de ruimte te geven zijn zaak te onderzoeken. Een handvol anderen, en niet te vergeten de president zelve, lopen door terwijl hun dossiers op rechterlijke bureaus een aanzienlijke omvang hebben bereikt. De rechter die jaren aan dat presidentiële dossier werkte, werd dit voorjaar overgeplaatst: hij moest op het ministerie “corruptie in het algemeen” gaan bestuderen.

Het is bijna een kwestie van status geworden: de laatste bestuursvoorzitter van een Frans beursfonds die nog niet bij een onderzoeksrechter is ontboden moet vrezen door zijn aandeelhouders naar huis te worden gestuurd wegens gebrek aan ijver bij het werven van opdrachten. Zo talrijk zijn de berichten over grote bedrijven die in de persoon van hun hoogste functionarissen van fraude worden verdacht, dat er sprake lijkt van een zeer wijd verbreide kwaal. Soms gaat het gewoon om persoonlijke verrijking zoals bij Pierre Bergé, die als president-directeur van het modehuis Yves St. Laurent tijdig een pakket aandelen in zijn eigen bedrijf in Zwitserland verkocht vlak voordat hij tegenvallende jaarcijfers moest aankondigen.

Deze week was het weer raak. Het begon met een vrolijke bijzaak, een bladzijde uit het eindeloze Tapie-feuilleton. Het ziet er naar uit dat de zakenman en politicus zijn huisbank Crédit Lyonnais een buitengewoon kunstje heeft geflikt. Jean Peyrelevade, de nieuwe president-directeur van de grootste bank van Frankrijk (de vorige moest weg wegens wanbeheer) wilde deze zomer het miljoenenkrediet aan Bernard Tapie niet meer verlengen en liet beslag leggen op onder meer diens kunstverzameling. Tapies makelaar had de verzameling getaxeerd op 300 miljoen franc (100 miljoen gulden).

Dinsdag onthulde het dagblad Libération dat de Engelse veilinghuizen Sotheby's en Christie's taxaties hadden gemaakt van de antieke inboedel van Tapie's herenhuis in hartje Parijs. Het geheel bleek hoogstens 30 miljoen franc waard. Verschil van opvatting over een commode of een landschapje is altijd mogelijk, maar een factor tien is geen toeval. Heeft de door vijf rechtszaken wegens malversatie in het nauw gebrachte Tapie zijn 'Rubens' en zijn 'sécretaire van Marie-Antoinette' tijdig door een kopie vervangen, of had hij de eerste taxateur verleid een absurd taxatierapport af te geven?

Tot zover de wild west-kant van het Franse zakenleven. Het hoofdprogramma is de corruptie in het respectabele Franse bedrijfsleven. Wie bedrijvigheid in Frankrijk zegt, heeft al vlug te maken met de overheid. Want de overheid bezit grote industrieën, of oefent invloed uit door middel van kruisparticipaties van staatsbedrijven. En als er geen aandelen zijn, dan is er wel invloed op particuliere bedrijven via het netwerk van (staats)banken en vrienden van vroeger.

Vandaar de schok die door het hele wereldje van de absolute top van de Franse industrie gaat wanneer één hunner aan de tand wordt gevoeld. Toen Didier Pineau-Valencienne (président-directeur-général, kortweg PDG van de grote electro-groep Schneider) in mei door een hardnekkige Brusselse rechter elf dagen werd vastgezet plaatsten zij eensgezind een hoogst verontwaardigde, pagina-grote advertentie. Die werd overigens mede-ondertekend door Edith Cresson, de aanstaande Franse socialistische Euro-commissaris, die na haar gedwongen vertrek in 1992 als minister-president zakelijk asiel vond binnen het Schneider-imperium.

Nadat hij geweigerd heeft zich opnieuw bij de rechter in Brussel te melden is tegen Pineau-Valencienne een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd. Zijn advocaten zeggen hem dat de Belgen procedure-fouten hebben gemaakt. Maar voorlopig kan hij beter per fax vergaderen met zijn buitenlandse klanten. Voorlopig blijft de verdenking hangen dat Belgische aandeelhouders door een Schneider-dochter ernstig benadeeld zijn. Zelf formuleren zij het nog iets anders. Ook hier hebben Zwitserse bankiers en magistraten het er weer druk mee.

Het bleef aanzienlijk stiller toen in juli Pierre Suard, de eerste man van telecom-en TGV-gigant Alcatel Alsthom aan de tand werd gevoeld. De eerste advertentie voor Pineau-Valencienne had het old boys network wel erg duidelijk blootgelegd. De verontwaardiging was sindsdien niet minder, maar men verkoos de stilte van het lobby-circuit boven de publieke opinie, die niet zo veel medelijden bleek te hebben met heren die eens een dagje van hun werk moeten spijbelen wegens mogelijke corruptie.

Deze week viel de PDG van het glas-, buizen- en isolatieconcern Saint-Gobain, Jean-Louis Beffa, een iets warmere reactie ten deel, toen tegen hem een gerechtelijk onderzoek werd ingesteld wegens 'zware omkoping', een delict waar tien jaar gevangenisstraf op staat. Beffa staat aan het hoofd van een bedrijf met 92.000 werknemers en een omzet van 24 miljard gulden en is vice-president van het zeer grote en machtige openbare werken- en mediaconcern Générale des Eaux.

Voor minister van industrie Gérard Longuet was het gerechtelijk onderzoek reden de rechter er van te beschuldigen de werkgelegenheid van duizenden in gevaar te brengen. Nu wil de ongelukkige omstandigheid dat rechter van instructie in de Saint-Gobain-zaak, Renaud van Ruymbeke, al geruime tijd werkt aan een dossier-Longuet. Nog minder toevallig: het is niet ondenkbaar dat de zaken met elkaar te maken hebben.

Longuet is ook voorman van de Parti Républicaine, de liberale regeringspartij die in 1988 op nog onopgehelderde wijze 1,1 miljoen gulden kreeg van Saint-Gobain. Via een Braziliaanse dochter en een Zwitserse bankrekening. De rechter heeft redenen om nieuwsgierig te zijn naar de herkomst van het geld waarmee de minister zijn villa in Saint-Tropez heeft gekocht.

De directe concurrent van de Générale des Eaux bij het werven van openbare werken, vuilophaal- en gemeentelijke onderhoudscontracten is de Lyonnaise des Eaux. Ook een ondoorzichtig conglomeraat van dochterondernemingen, ook onder het vergrootglas gelegd door enige rechters van instructie. Vandaag doet Jérôme Monod, de president van de Lyonnaise een paar opmerkelijke uitspraken in le Monde.

Nadat hij heeft ontkend dat corruptie veel voorkomt, verzucht hij dat het hoog “goed voor de democratie zou zijn als de werelden van bedrijfsleven en politiek duidelijk gescheiden zouden zijn. Het is normaal dat de politiek eigen inkomstenbronnen heeft, het is een onmisbare functie in het openbare leven, maar het is niet aan het bedrijfsleven daar voor te zorgen. Wij betalen al belasting.”

Monod deelt wil geen commentaar geven op de onderzoeken die verschillende rechters verrichten naar transacties van diverse dochterondernemingen. Maar hij deelt mee te werken aan een Ethische Code, een door hem zelf aan alle werknemers op te leggen pakket normen bij het zakendoen waaraan men zich heeft te houden bij het winnen en uitvoeren van contracten.

“Een onderneming moet in het belang van zijn werknemers aan de continuïteit denken, en uiteindelijk winst maken, om de investeerders rendement te bezorgen. Maar men verdient geen geld door concurrentievervalsing of door een markt tegen welke prijs dan ook te veroveren, tegen welke morele prijs dan ook.”

Het is een eerste geluid van herbezinning, na een golf van verontwaardiging. Sommigen geven de decentralisatie van de laatste decennia de schuld: dat bracht te veel plaatselijke bestuurders in de verleiding. Dat heeft, vooral in het zuiden, mafiose praktijken met zich meegebracht. Anderen geven de internationalisatie de schuld. Voorlopig is het Franse Model nog dominant: “We zijn wel Latijns, maar het is hier nog geen Italië.”