Collectivisering staat niet haaks op individualisering

In een hoofdartikel van 7 september reageert NRC Handelsblad op het zojuist verschenen Sociaal en Cultureel Rapport 1994 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De schrijver van het artikel noemt het een nuttig rapport, maar heeft ook zijn bezwaren. Het rapport zou 'op het oog' niet veel nieuws opleveren, want het bedient zich in zijn beschrijving van de Nederlandse samenleving van begrippen als 'modernisering', 'individualisering', 'emancipatie' en 'secularisatie' die al 'tientallen jaren gemeengoed in de sociale wetenschappen' zijn.

Wat verwacht de auteur? Dat het SCP deze processen in de samenleving buiten beschouwing laat, omdat de sociale wetenschap met de studie daarvan al geruime tijd bezig is? Of dat het SCP terloops een nieuw begrippenapparaat voor de sociale wetenschap ontwerpt? Dat de auteur van het hoofdartikel het Sociaal en Cultureel Rapport heeft gelezen als een verzameling cliché's (niet zijn woorden, maar wel de strekking van zijn artikel) is hem niet te verwijten. Hij is kennelijk goed ingevoerd in de wereld van sociale problemen en sociale wetenschap en zal niet gauw een nieuw gezichtspunt tegenkomen.

Maar wat er wèl in het rapport staat, staat erin, en dat mag ons niet worden ontnomen. Op ten minste één punt zijn wij net wat verder dan de commentator. Hij ziet onze toekomstverwachting van voortgaande individualisering als in tegenspraak met de 'nog steeds voortgaande collectivisering van de inkomensoverdrachten', terwijl wij in het rapport juist benadrukken dat het hier om een paradox gaat. Individualisering vooronderstelt collectieve verzorgingsarrangementen en zijn deze eenmaal tot ontwikkeling gekomen, dan bevorderen zij individualisering. Het staat er op verschillende plaatsen. De bijstandswet dient als een voorbeeld. Het rapport ziet individualisering trouwens niet als een proces dat onverminderd doorgaat. De boodschap is juist dat de ontwikkeling op geduchte maatschappelijke, zo niet op natuurlijke barrières stuit.

Zelfs de strenge beoordelaar die schuilgaat achter het hoofdartikel heeft naar eigen zeggen nog wat kunnen leren uit het Sociaal en Cultureel Rapport en wel het volgende: “De literatuurlijst van de honderden publikaties die het SCP heeft geraadpleegd, geeft aan dat Nederland bomvol 'planbureaus' is die zich met de maakbaarheid van de samenleving bezighouden. Naast een aantal universitaire studies worden stapels rapporten aangehaald van organisaties die commercieel floreren op overheidssubsidies voor zogenoemd beleidsrelevant onderzoek. Deze semi-wetenschappelijke denktanks zijn sterk aan de overheid gelieerd - niet alleen financieel maar ook qua personeel - en ze bepalen in belangrijke mate het nationale debat. Dissidente opvattingen of kritische vergezichten zijn daarin een zeldzaamheid.”

De literatuurlijst geeft helemaal niet aan dat Nederland bomvol met planbureaus zit. Er zijn er vier: één voor de economie, één voor de ruimtelijke ordening, één voor het milieu en één voor de sociale en culturele sector. Welke zou de schrijver willen schrappen? Wat suggereert de auteur met al die 'organisaties die commercieel floreren op overheidssubsidies'? Dat onderzoeksbureaus die op de markt concurreren door de overheid worden gesubsidieerd? Dat zij daardoor allemaal 'commercieel floreren' en nooit eens failliet gaan? Dat hoewel de overheid vaak opdrachtgever is, hun onderzoek niet beleidsrelevant zou zijn? Dat deze bureaus het met de wetenschap niet zo nauw nemen? Dat de uitvoerders van het onderzoek behalve een vergoeding voor hun rapporten ook nog een ambtelijk salaris genieten? Dat zij in ruil daarvoor afzien van dissidente opvattingen en kritische vergezichten?

Het ligt eigenlijk niet op de weg van het SCP om op deze in grote dichtheid gepresenteerde insinuaties in te gaan. Onze literatuurlijst geeft, wat ons betreft, niets anders aan dan wat hij moet aangeven: de gebruikte bronnen!