Burgeroorlog

Een kenmerk van onze samenleving is dat geweldsuitoefening is voorbehouden aan de overheid, de politie bijvoorbeeld, en dan nog scherp gecontroleerd door wetten en rechtspraak. Ik ben, als overtuigd leptosoom, geneigd dit te beschouwen als een verworvenheid ten opzichte van tijden waarin eigenrichting en het recht van de sterkste golden. Onderdeel van de huidige afspraken is dat wie het niet eens is met besluiten of maatregelen, deze kan aanvechten via democratische organen of bij beroepsinstanties. De laatste tijd ben ik in mijn eigen woonomgeving gestuit op uitingen van medeburgers die mij eraan doen twijfelen of we het feodale tijdperk wel echt achter ons hebben gelaten.

De gemeenteraad van Utrecht heeft vorig jaar besloten tot een experiment om de overlast van hondepoep te bestrijden. Er zijn hondenuitlaatplaatsen aangewezen zodat er ook hondepoepvrije plekjes overblijven. Naar goed Nederlands gebruik is er een 'projectleider' aangesteld om het experiment te coördineren.

In datzelfde jaar nam de raad een ander besluit, eveneens bedoeld om de bewegingsvrijheid van wandelende en spelende burgers en burgertjes te vergroten: onze buurt werd verlost van een drukbereden sluiproute. Om dat te bereiken, waren twee afsluitingen noodzakelijk - met doorgangen voor fietsen, inclusief rood-witte anti-autopaaltjes.

Nu zijn er natuurlijk mensen die gedupeerd worden door dergelijke maatregelen. Mensen die vinden dat hun hond overal mag poepen waar dat in hem opkomt en die bovendien het resultaat willen achterlaten als het trotse blijk van een gezonde hondestoelgang. En mensen die zich aangetast voelen in hun persoonlijke vrijheid wanneer ze niet per auto overal en altijd de kortste weg kunnen nemen.

De recente aanwinsten van onze beschaving die ik zojuist besprak zijn het resultaat van democratische besluitvorming. Ze blijken aanleiding te geven tot een guerrilla die makkelijk kan uitmonden in een echte burgeroorlog. Bordjes met hondenbeperkingen worden systematisch afgeschroefd of zwart gespoten. Een mevrouw bij mij in de straat, aan wie ik één keer vriendelijk vroeg de kolossale drollen van haar geliefde viervoeter op te ruimen, kijkt me sindsdien niet meer aan. In een naburige kinderspeelvijver waren drie bordjes 'verboden voor honden' geplaatst. Nadat ze enkele malen waren omgedraaid, zijn ze nu met paal en al uit het water gerukt. Het anti-autopaaltje in de fietsdoorgang aan het eind van onze straat is tot viermaal toe uit zijn voet gesloopt - het 'sleutelgat' in de straat werd telkens dichtgekit. De gemeenteambtenaren, moe èn met een beperkt budget, besloten toen een vaste paal te plaatsen met een betonnen voet van 200 kilo. Ambulance en brandweer kunnen er nu dus ook niet meer door. De laatste keer dat de paal werd weggehaald, was het slot van mijn fiets eveneens dichtgekit, zodat ik er niet op weg kon. Een week daarvoor had ik aan een kleine polemiek in de plaatselijke krant bijgedragen met een briefje waarin ik mijn tevredenheid met de verkeersmaatregelen betuigde.

Toen ik dit weekend met mijn kinderen arriveerde op een speelplaats die levensgevaarlijk was geworden door de scherven en splinters van zo te zien moedwillig en met grote kracht kapotgegooide frisdrankflessen, kon ik de associatie met een fragmentatiebom nauwelijks onderdrukken.