Amoureuze betrekkingen met engerds

Truman Capote: Ontbijt bij Tiffany. Uitg. De Arbeiderspers. Prijs ƒ 6,95

“Eén van de dingen die 'Breakfast at Tiffany's' zo onweerstaanbaar maakt is de dromerige achteloosheid waarmee Truman Capote in een paar zinnen verwikkelingen beschrijft waar andere schrijvers complete hoofdstukken voor zouden uittrekken.” Rubriek over boeken die om onbegrijpelijke redenen in de ramsj zijn gegaan.

De verfilming van Truman Capote's korte roman uit 1958 Breakfast at Tiffany's heb ik nooit durven zien. Alleen al omdat de hoofdrol vertolkt wordt door Audrey Hepburn, een actrice op wie je weinig kunt aanmerken maar die ik mij met de beste wil van de wereld niet kan voorstellen in de rol van Holly Golightly, de chaotische, goedlachse, praatgrage, ijdele en licht ordinaire pseudo-bohémienne voor wie de verteller in Tiffany's, een armlastige jongeman die schrijver wil worden, een steeds sterkere broederlijke affectie begint te koesteren. Toen hem ernaar werd gevraagd, beweerde Truman Capote dat hij het liefst Marilyn Monroe in de rol van Holly had gezien. Wanneer Monroe inderdaad de rol had gespeeld, zou ik ook nooit één glimp van de verfilming hebben willen zien. Holly Golightly behoort tot de romanpersonages die je het liefst 'voor jezelf' wilt houden en die het eigenlijk niet verdragen om een tweede leven te gaan leiden in de gedaante van een actrice die, alle mogelijke ambachtelijke kwaliteiten ten spijt, nooit kan voldoen aan het beeld dat de lezer van het oorspronkelijke personage heeft gevormd.

Breakfast at Tiffany's speelt zich af in New York en begint met een terugkeer na jaren van de verteller naar een bakstenen huis in de Upper West Side, waar hij de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog een appartement huurde. Op een avond treft hij tot zijn verbazing iemand aan voor het raam van zijn woonkamer. Het is juffrouw Golightly, zijn bovenbuurvrouw. Zij heeft de brandtrap genomen en overvalt de 'ik' met de mededeling dat zij haar appartement is ontvlucht omdat er een 'doodenge vent' bij haar thuis zit.

Met charmante voortvarendheid geeft Holly haar onderbuurman onmiddellijk een koosnaam: Fred, de naam van haar broer, die in militaire dienst is en in Europa is gelegerd. Wanneer 'Fred' vertelt dat hij schrijver wil worden, vraagt Holly hem iets voor te lezen. Helaas is zij niet bepaald gegrepen door zijn lezing. Later blijkt dat niets en niemand Holly's aandacht kan vasthouden, en kenmerkend voor de warmtintelende tederheid die Capote in iedere zin in Tiffany's heeft weten te leggen, is dat haar gebrek aan concentratie niet wordt voorgesteld als een slechte eigenschap maar juist als een facet van de kinderlijke onrust en onhandigheid die haar zo innemend maakt.

De nachtelijke kennismaking is het begin van een vriendschap, in de loop waarvan er meer 'doodenge mannen' zullen opdoemen. Holly Golightly onderhoudt vagelijk amoureuze betrekkingen met deze engerds. Haar geld verdient zij op schimmige wijze. Zij verleent in hotelkamers of in toiletten elementaire hand- en spandiensten aan mannen die haar daarvoor betalen. Maar doordat Holly met een zekere behaagzieke ironie praat over deze broodwinning, komt de ik-figuur er al snel achter dat zij in niets lijkt op een professionele prostituée. Gevaarlijker is dat Holly er moeilijk te begrijpen sympathieën op na houdt voor ene Sally Tomato, een crimineel bij wiens drugshandel ze zijdelings is betrokken.

De karweitjes voor Sally Tomato dwingen Holly er uiteindelijk toe om Amerika te verlaten. De verteller heeft dan inmiddels vanaf de zijlijn enkele onfortuinlijke liefdesaffaires gevolgd en is bovendien te weten gekomen dat Holly Golightly eigenlijk gewoon Lulamae Barnes heet en ooit getrouwd is geweest met een goeiige boer uit het Zuiden die haar vader had kunnen zijn. Maar zelfs wanneer er weinig overblijft van Holly's toch al enigszins schrale glamour, is de verteller onwankelbaar in zijn sympathie en solidariteit.

Zo samengevat maakt Breakfast at Tiffany's misschien de indruk van een vuistdikke coming of age-roman, maar één van de dingen die het boek zo onweerstaanbaar maakt is de dromerige achteloosheid waarmee Capote in een paar zinnen allerlei verwikkelingen beschrijft waar de meeste andere schrijvers complete hoofdstukken voor zouden hebben uitgetrokken. Alle drama in Tiffany's ontrolt zich op een verraderlijk terloopse manier. Die zorgvuldige terloopsheid geeft een toon van gedempte melancholie aan het verhaal, bereikbaar voor weinig schrijvers maar in Tiffany's perfect beheerst door Truman Capote, die zich ermee in het gezelschap van auteurs als Scott Fitzgerald, Hemingway en Salinger plaatste.

Nog niet zo lang geleden verscheen Ontbijt bij Tiffany in een goedkope pocket-editie. Dat hoort ook zo bij dit soort boeken. Maar de tijd dat alleen klassiekers en ever-sellers zoals Tiffany's in goedkope edities verschenen is al lang voorbij. Tegenwoordig mikken uitgevers op successen met boeken die in reguliere uitgave niet echt 'liepen' maar waar met behulp van wat reclame misschien een tweede leven als pocket-uitgave uit valt te slepen. Hierdoor begint de boekhandel zo langzamerhand uit te puilen van winkeldochters in pocketvermomming.

Het gevolg is dat het zicht wordt ontnomen op de klassiekers die jarenlang aftrek vonden als pocket maar die nu door de overproduktie van ándere pockets worden weggedrukt en daarom maar worden verramsjt. Zo kan het gebeuren dat Ontbijt bij Tiffany toch al in pocket, aan een twééde prijsverlaging ten prooi valt en nu te koop ligt voor de beschamend lage prijs van ƒ 6,95. Ter troost zij gezegd dat er enige lijn valt te ontdekken in het verramsjen van Ontbijt bij Tiffany en de anekdote in het boek waar de titel naar verwijst. Tiffany's is een exorbitant dure juwelierswinkel op Fifth Avenue in New York. Holly Golightly vindt een moment van verzoening met haar bestaan als zij er kan ontbijten en iets kostbaars kan kopen. Maar Holly eindigt 'in ballingschap' en zonder enige cent. De Nederlandse pocket-uitgave van Breakfast at Tiffany's heeft het leven van de romanheldin nagevolgd; er ligt een onderprijsd pronkjuweel bij De Slegte.