Vorstelijke verzamelingen

Op zaterdag 10 september organiseert Museum Boerhaave het publiekscongres 'Verzamelen Nu', waarop de verschillende problemen worden belicht die cultuurhistorische musea bij het aanleggen van hun hedendaagse verzamelingen ontmoeten. Inlichtingen: 071 214224.

Tentoonstelling: Het koperen kabinet. Schatkamers van de wetenschap 1550-1950. T/m 5 maart 1995 in Museum Boerhaave te Leiden. Catalogus (64 pag.) f 15,-.

Met de opmars van de experimentele natuurwetenschap, vanaf de 16e eeuw, brak een bloeitijd aan voor het wetenschappelijke instrument. Andersom hebben de uitvinding van microscoop, telescoop, luchtpomp en elektriseermachine de ontwikkeling van de wetenschap sterk bevorderd. Tegelijk waren vernuftige toestellen populair bij hoogwaardigheidsbekleders: je kon er mee pronken. Al tijdens de Renaissance zijn indrukwekkende verzamelingen aangelegd aan de vorstenhoven van Praag, Wenen of Dresden. Kunst und Wunderkammer fungeerden er als centra voor cultuur en wetenschap, zoals de kloosters van de middeleeuwen dat deden - en de moderne musea dat vanaf de 19e eeuw zouden doen.

In de 18e eeuw begon ook de gegoede burgerij 'kabinetten' aan te leggen. Kooplieden met oprechte belangstelling voor de nieuwe wetenschap deden in huiselijke kring de proef van 's Gravezande nog eens over, of keken nieuwsgierig toe wat er zoal gebeurde als je een vogeltje vacuüm pompte - physica amusante. Daarnaast deden de 'genootschappen' hun intrede: Diligentia in Den Haag, Felix Merites in Amsterdam, Teylers in Haarlem. Zij fungeerden zo'n beetje als plaatselijke volksuniversiteiten, waar men bijeenkwam om met eigen ogen de jongste resultaten van de 'proefondervindelijke wijsbegeerte' te aanschouwen.

Veel van deze verzamelingen, vorstelijke en particuliere, zijn verloren gegaan, versnipperd geraakt, of leiden een verborgen bestaan in museumkelders. Maar er zijn er ook in tact gebleven. Zo staat de beroemde 'King George III collectie' van demonstratie-instrumenten permanent opgesteld in het Londense Science Museum, en zijn de bijzondere microscopen van de 'collectie Van Heurck' te bewonderen in de dierentuin van Antwerpen.

Onder de titel Het koperen kabinet - een verwijzing naar Vestdijk en naar het geelkoper of messing dat in veel instrumenten is verwerkt - heeft Museum Boerhaave een keuze uit dertien van deze min of meer bewaarde verzamelingen bijeengebracht. Daarmee is het de eerste expositie van dit Leidse museum voor wetenschapshistorie in geprivatiseerde toestand.

De tentoonstelling, ingericht door drs. P.R. de Clerq (die ook de catalogus schreef) is zoals we dat van Museum Boerhaave gewend zijn: zorgvuldig, zonder opsmuk, goed gedocumenteerd en zeer informatief. In twee bovenzalen is een grote hoeveelheid zeer uiteenlopende objecten bijeengebracht, variërend van een Saksisch kanonniersrichtinstrument uit 1572 via een wrijvingselektriseermachine in enkelvoudige luchtpomp uit de 'collectie Groenendijk' tot een spectroscoop met vier prisma's uit het kabinet van de Rijks Hoogere Burgerschool 'Willem II' uit Tilburg.

Naast de oudere mathematische instrumenten, waarvan sommige met juwelen zijn bezet, staan de 'natuurfilosofische' instrumenten die in de 17e eeuw hun intrede deden, zoals de thermometer en barometer. Schitterend van vorm zijn de tien resonatoren volgens Helmholtz. Sommige voorwerpen zijn voor het eerst in Nederland te zien, zoals pronkuurwerken uit het bezit van de Habsburgse keizers en armillairsferen (modellen van het zonnestelsel) van de Britse graaf van Orrery. Samen met de nieuwe vormgeving - met vitrinekasten op speels gebogen kunststof 'modules' in plaats van de 'houten eilanden' van vroeger - maken ze Het koperen kabinet tot de duurste tentoonstelling uit de geschiedenis van Museum Boerhaave.

Theatrum Physicum

Het Leids Fysisch Kabinet, de oudste universitaire verzameling natuurkundige instrumenten ter wereld, is vertegenwoordigd met meerdere stukken, waaronder een precisiebalans in een versierde glazen kast. Deze collectie, een van de belangrijkste uit het bezit van Museum Boerhaave, vindt zijn oorsprong in het Theatrum Physicum dat de hoogleraar De Volder in 1675 liet inrichten. Allengs groeide dit uit tot een aanzienlijke verzameling. De mooiste aanwinst vormde in 1742 het 'Musaeum Phijsicum van wylen den Hr. 's Gravezande'. Dit fameuze privé-kabinet van ruim 150 stukken, voor een groot deel door meester-instrumentmaker Jan van Musschenbroek vervaardigd, werd in 1742 aangekocht voor de som van vierduizend gulden.

Speelgoed

In de Renaissance en de Verlichting waren instrumenten er om te gebruiken, de kostbare toestellen hielpen de geleerde verder of waren het speelgoed van vorst en burger. Pas in de 19e eeuw kwam men op het idee ze eerbiedig in vitrines te sluiten. Daarbij kwam dat de natuurwetenschappen zo ingewikkeld werden dat ook het ontwikkelde publiek het niet meer begreep, wat zijn weerslag had op de activiteit van de genootschappen. Zo werd Felix Merites in 1889 ontbonden en het merendeel van de collectie ging onder de hamer. Via de particuliere 'collectie Groenendijk' - die bijna zou leiden tot een Amsterdams museum - belandden de belangrijkste stukken uiteindelijk toch in Museum Boerhaave.

Maar ook andere liefhebbers verzamelden oude instrumenten die ze kochten bij antiquairs of waarvoor ze veilingen afstroopten. Zo bouwde de Amsterdamse bioloog Van Seters een collectie op van honderd microscopen (en een grote hoeveelheid preparaten) die hij in 1957 uit vriendschap aan Museum Boerhaave verkocht. Van Seters is in Het koperen kabinet vertegenwoordigd met een volle vitrine, maar ook met fragmenten uit zijn uit 1924 daterende film over Antoni van Leeuwenhoek. Daartussen zitten unieke opnamen die door de minuscule lensjes van diens originele microscopen waren geschoten. Zo wordt in bescheiden mate tegemoet gekomen aan het verlangen bij de toeschouwer eens met eigen ogen te zien waartoe die instrumenten in staat waren.