Uit de VUT

HET BEGON MIDDEN jaren zeventig als experimentele maatregel voor de herverdeling van arbeid en in minder dan twintig jaar is er een heel nieuwe woordenschat uit ontstaan. De regeling voor vervroegde uittreding, beter bekend als de VUT, heeft het Nederlands verrijkt met vutters, vutten, vutregelingen en de vuttoerist. En met 146.000 werknemers die vervroegd stoppen met werken. In de leeftijdsgroep tussen 55 tot 65 werkt tegenwoordig slechts een kwart van de mensen in een betaalde baan. (Twintig jaar geleden werkte nog driekwart van dezelfde leeftijdsgroep.) Dit ligt overigens niet alleen aan de VUT, ook aan wachtgeldregelingen en afkeuringen wegens arbeidsongeschiktheid.

De kosten variëren per bedrijfstak, maar de VUT is een dure regeling die wordt omgeslagen over werkgevers en werknemers. Met de onvermijdelijke vergrijzing van de na-oorlogse geboortegolf, wordt de VUT in de toekomst alleen maar duurder. De VUT begint te wringen. De organisaties van werkgevers willen er wel van af, het enthousiasme van de vakbonden taant naarmate de premies voor werknemers stijgen en niemand meer gelooft in de herverdeling van werk. De overheid heeft nog een bijkomend probleem. De VUT voor ambtenaren wordt betaald uit de beleggingsopbrengsten van het Ambtenarenpensioenfonds ABP. Als het ABP, zoals de bedoeling is, binnenkort wordt geprivatiseerd, moeten de overheid en de ambtenaren premies gaan betalen. Dat gaat ten koste van de schatkist of van de koopkracht.

EIND 1991 ZORGDEN de CAO-onderhandelingen bij het chemieconcern Akzo voor een breuk in het bolwerk van de VUT. Akzo stelde voor de VUT geleidelijk af te schaffen en te vervangen door een flexibele vorm van pensionering, die niet betaald wordt door een hoofdelijke omslag, maar door sparen voor later. Sindsdien heeft zich een stille revolutie in het VUT-landschap voorgedaan. De bedrijfstak voor chocolade- en suikerverwerkende industrie, de zuivel- en de textielindustrie hebben inmiddels besloten de VUT af te schaffen. Bij steeds meer bedrijven zijn afspraken voor vervanging van de VUT door flexibele pensionering gemaakt: zeepfabriek De Klok, de chemische bedrijven Akzo, Dow Chemical en DSM, verzekeraar Centraal Beheer, het papierconglomeraat KNP BT, pvc-buizenmaker Wavin, Reko recycling en kopieerder Océ van der Grinten. Opmerkelijk is dat dit allemaal sterke, innovatieve bedrijven 'uit de provincie' zijn. In andere bedrijfstakken wordt door bonden en werkgevers eveneens op aanpassingen gestudeerd. De VUT is in de particuliere sector aan zijn terugtocht begonnen.

HET GROTE PROBLEEM doet zich voor bij de overheid. Nu het nieuwe kabinet heeft besloten de aanval op de vervroegde uittreding te openen en daar een bezuiniging van een miljard gulden op de personeelskosten hoopt te halen, slijpen de bonden van overheidspersoneel de messen. Met het oneigenlijk argument dat afschaffing van de VUT zal leiden tot toenemende kosten van ziekte en arbeidsongeschiktheid is het tegenoffensief ingezet door de jonge Den Uyl, secretaris van de grootste ambtenarencentrale ACOP.

Dit zet het kabinet onder druk. Het is een aansporing om, ook bij de overheid, vaart te zetten achter de omzetting van de VUT in een flexibele vorm van pensionering waarbij vroegtijdig stoppen ter wille van het personeelsbeleid niet langer aantrekkelijker is dan nog enkele jaren doorgaan. Gevraagd: initiatief van politiek Den Haag.