Turks proces: advocaten boeken nog geen succes

ANKARA, 8 SEPT. Zonder succes hebben de verdedigers van de zes Koerdische ex-parlementariërs die in Ankara worden berecht op beschuldiging van hoogverraad en separatisme, gisteren in de tweede ronde van het proces het staatsveiligheidshof proberen te overtuigen van de onwettigheid van een belangrijk deel van het bewijsmateriaal.

Het gaat daarbij met name om videobanden van demonstraties en geluidsopnames van telefoongesprekken met de leider van de verboden Koerdische Arbeiders Partij (PKK), Abdullah Öcalan, die zouden aantonen dat de zes wel degelijk met de verzetsorganisatie samenwerkten. Ook andere bewijsstukken, als belastende verklaringen van informanten, zouden op hoogst twijfelachtige gronden zijn verkregen.

De zes Koerden zitten al sinds begin maart in de gevangenis. Tegen hen wordt de doodstraf geëist. Hoewel de zitting gisteren aanzienlijk minder internationale belangstelling trok dan vorige maand de opening van het proces, waren er opnieuw duizenden veiligheidsagenten op de been.

De zes kregen een staande ovatie toen ze binnen werden geleid. Maar de meeste aandacht trok de linkse Turkse schrijver Yasar Kemal, die de verdachten de handen schudde. Volgens hem is er geen vrijheid van meningsuiting in Turkije en is iedereen zowel in Turkije als daarbuiten - hij noemde de Raad van Europa met name - medeverantwoordelijk voor de 'vuile oorlog' die in het Koerdische zuidoosten van Turkije woedt. Een delegatie van de Raad van Europa, onder leiding van assemblée-voorzitter Miguel Angel Martinez, drong vorige week tijdens een bezoek in Ankara nogmaals op vrijlating van de Koerden aan.

Premier Tansu Çiller heeft, met behulp van de in meerderheid conservatieve krachten in het parlement, in het afgelopen jaar een publieke actie tegen de Koerdische politici gevoerd door hen af te schilderen als separatisten. Om hen te kunnen berechten, werd in maart hun parlementaire onschendbaarheid opgeheven, een maatregel die werd gevolgd door de sluiting van hun pro-Koerdische Democratische Partij (DEP). “Dit proces”, aldus een van de verdedigers, “draait dan ook niet zozeer om de vraag of de zes zich schuldig hebben gemaakt aan separatisme, maar of het in Turkije mogelijk is je te beroepen op je Koerdische identiteit en te spreken van het Koerdische volk en of de Koerden het recht hebben om zich politiek te manifesteren.”