Russen op drift

Het hoger onderwijs in Rusland verkeert in een diepe crisis. Om uit de problemen te komen, is een delegatie van onderwijsmanagers in Nederland op bezoek om de kunst af te kijken.

Eigenlijk had minister Ritzen hier moeten staan, maar die had het te druk met de jongste hervormingen. Nu legt een van zijn hoge beleidsambtenaren de 33 Russen het abc van het Nederlandse onderwijssysteem uit. Het doorstroomschema op de overheadprojector, met blokken voor mavo, havo, vwo, mbo, hbo, unversiteit, moet er voor de Russen duizelingwekkend uitzien. Tot voor kort telde hun hoger onderwijs slechts 1 type instelling: 'het instituut'.

De Russen, voor het grootste deel gedrongen vijftigers en zestigers in grijze pakken, wonen aan de Universiteit Twente een symposium bij over 'hoger onderwijs in Vlaanderen, Nederland en de Russische Federatie'. Tien jaar geleden had een dergelijk symposium deze verzameling rectoren van universiteiten en hoofden van departementen waarschijnlijk niet naar Nederland doen afreizen. Onderminister Vladimir D. Sjadrikov van hoger onderwijs, het hoofd van de delegatie, was zéker thuisgebleven. Maar de tijden zijn veranderd en de Russen komen nu werkelijk om iets van de Nederlanders te leren.

Ze moeten wel: het hoger onderwijs in hun land staat aan de rand van de afgrond. De salarissen van de voorheen gevierde wetenschappers zijn twee keer zo snel gekelderd als die in de industrie. Er is geen geld voor apparatuur, voor gasrekeningen, voor toiletpapier. Zelfs de beurzen aan studenten worden niet meer uitbetaald en het aantal studenten neemt snel af. De beste professoren nemen de wijk naar de VS, Duitsland en Israël, anderen zoeken werk in andere sectoren van de maatschappij. Deze brain drain dreigt Rusland te beroven van een complete generatie onderzoekers en docenten.

Sjadrikov ziet hogere salarissen als de enige oplossing om de wetenschappers in Rusland te houden. Maar het Westen kan ook een handje helpen. “Soms is het geen braindrain, maar diefstal van onze nationale geheimen. Zeker in de gevallen dat het Westen wetenschappers uitnodigt die vroeger aan onze meest geavanceerde instituten hebben gewerkt.” Zijn houding is tweeslachtig, want aan de andere kant verwijt hij het Westen discriminatie van de Russische wetenschap. De Europese Unie heeft onlangs studenten met vier jaar opleiding aan een Russische universiteit gelijkgesteld aan Nederlandse studenten met een propedeuse. Sjadrikov vindt dit zeer krenkend. “Wij kunnen die redenering niet begrijpen. Maar wat kunnen we doen? Je zou honderd studenten moeten selecteren, zowel hier als daar, en ze dezelfde test laten maken. Maar dat wil niemand. Europa probeert zijn eigen arbeidsmarkt te verdedigen tegen specialisten uit Rusland.”

Sjadrikov, een arbeiderszoon die zijn loopbaan begon als onderwijzer, is niet onverdeeld blij met de rigoureuze liberalisering die zich de afgelopen vijf jaar aan de Russische universiteiten heeft voltrokken. De staat bemoeit zich bijna nergens meer mee. Rectoren krijgen een som geld voor onder meer salarissen en beurzen en zijn vrij in de besteding van dit geld. In Nederland gebeurt dit op vergelijkbare wijze (afgezien van de gecentraliseerde toekenning van de studiebeurzen), maar wordt de financiële vrijheid van de universiteiten aan banden gelegd door regels en wetten. In Rusland is bij gebrek aan adequate wetgeving het geldtekort tot dusver de voornaamste beperking. Verder hangt het grotendeels af van de persoon van de rector hoe een universiteit het overheidsgeld besteedt.

Sjadrikov wil in Nederland antwoord krijgen op de vraag hoe de grenzen van de onderwijsvrijheid eruit kunnen zien. Hij denkt zelf in de richting van wettelijke minimumeisen voor de onderwijsprogramma's. Deze moeten ervoor zorgen dat het staatsonderwijs overal in het land een een bepaald niveau houdt. Als zulke eisen ontbreken wordt het een zootje, filosofeert Sjadrikov. Dan kan een docent doen wat hij wil en kunnen universiteiten er met de pet naar gooien. “Een psychologiestudent moet bijvoorbeeld leren wat een 'persoonlijkheid' is. Maar daar bestaan wel tachtig ideeën over. Op een of andere manier moet er consensus komen over een van die ideeën.” Maar hoe kan een staat eisen stellen zonder zich al te zeer met de inhoud van het onderwijs te bemoeien, dat is zijn probleem.

Een andere breuk met het verleden die nog verder zijn beslag moet krijgen, is de introductie van de pluriformiteit. Sjadrikov tekent het voor op een vel papier. Onder het communisme bestond het Russische hoger onderwijs uit één blok (hij schetst een vierkant) van uniforme hogescholen. Iedereen had volgens de grondwet elf jaar recht op onderwijs, dus iedereen, hersens of niet, doorliep het 'instituut'. Tegenwoordig zijn er behalve instituten ook 'colleges', 'academies', 'universiteiten' en privéscholen, vooral op het gebied van de menswetenschappen. Sjadrikov tekent een pyramide door het vierkant van zojuist. “Dat is waar we naar toe willen, een brede basis en een topje van elite-universiteiten. Zo kunnen we veel geld besparen.”

Sjadrikov mag naar Twente zijn gekomen om te leren, dat betekent niet dat hij bereid is al zijn principes overboord te zetten. Het oude Russische systeem had veel goede eigenschappen, betoogt hij, en Nederlanders kunnen evenveel van Rusland leren als andersom. Een groot goed waar hij aan vast wenst te houden zijn de gelijke kansen voor iedereen. Hij is er absoluut niet van overtuigd dat het Nederlandse systeem in dit opzicht de toets der kritiek kan doorstaan, al heeft de Nederlandse OCW-ambtenaar zojuist getracht uit te leggen dat iemand die op zijn twaalfde naar de Mavo gaat toch nog kan eindigen als professor.

Staatsplanbureau

“Jullie zeggen: De universiteit is voor iedereen, maar dat is eigenlijk niet helemaal waar. Net als in veel kapitalistische landen hebben jullie een selectie in de eerste klas van de middelbare school, als bepaald wordt wie naar welk schooltype gaat. Bij ons niet. Iedereen studeert tot het eind van de middelbare school, dan zijn er examens en wie de meeste kennis heeft mag gaan studeren.” Deze gang van zaken houdt zijn voorkeur. “Het is beter vanuit de communistische waarden en voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Als iemand op latere leeftijd een keus maakt is de kans groter dat die keus juist is.”

Ook de beroepsperspectieven in het oude Russische systeem waren beter, vindt Sjadrikov. Na de middelbare school kreeg iedereen door het Staatsplanbureau, die de behoefte aan 'specialisten' berekende, een arbeidsplaats toegewezen. De maatschappelijke behoefte aan arbeidskrachten wordt nu nog steeds wel vastgesteld, zij het per regio in plaats van nationaal, maar er is geen automatische doorstroming meer naar een baan. Resultaat: 20 tot 30 procent van de afgestudeerden vindt geen werk. “We vinden dat een zeer hoog cijfer”, zegt Sjadrikov. “We willen graag weten hoe men in Nederland dit probleem oplost.” Hij vindt de correctie van de markt een 'zieke' correctie. “De correctie van planning is zachter, humaner.”

Terwijl de Russen overal in de westerse wereld worden behandeld als een enigszins onderontwikkeld volk, voelen ze zich in Nederland nog gerespecteerd. Minister Ritzen sloot in 1992 een brede samenwerkingsovereenkomst voor het onderwijs met Rusland en kweekte daarmee veel goodwill - al heeft hij het nu weer enigszins verbruid door de Russische delegatie niet zelf te woord te staan. Ook is Nederland klein en heeft het niet zoveel praats als Duitsland, Frankrijk of Engeland. Als de Russen daar te rade gaan over onderwijshervormingen worden ze weggevaagd, gekoloniseerd, onder de voet gelopen. Hier hebben ze nog wat in te brengen. Daarom sloegen ze een uitnodiging van de Raad van Europa af om in Twente aanwezig te kunnen zijn. Daar turen ze nu ingespannen naar de overheadprojector met het doorstroomschema.