Mitterrand erkent sterfelijkheid, werkt verder aan zelfportret

PARIJS, 8 SEP. “Mijn ziekte is vriendelijk genoeg om mij in staat te stellen mijn mandaat vol te maken. Denk ik. Misschien vergis ik me. Ik kan zonder enige twijfel mijn functie uitoefenen. Als ik daar niet zeker van was zou ik weggaan. Het enige wat ik anders doe dan voorheen is een iets redelijker werktempo aanhouden.”

Die uitspraken van François Mitterrand, vanmorgen gedaan in het dagblad Le Figaro, kregen een extra accent toen een Duitse woordvoerder bekend maakte dat het Franse staatshoofd zich op het laatste moment om gezondheidsredenen had afgemeld voor twee ceremonies vandaag bij het terugtrekken van de geallieerde troepen uit West-Berlijn. Van Franse kant werd overigens daarna ontkend dat Mitterrand aan deze evenementen zou deelnemen.

De ambtsperiode van Mitterrand loopt in mei 1995 na veertien jaar sowieso af, maar zijn prostaatkanker confronteert hem des te meer met de eindigheid van het leven. “Ik weet dat ik over een paar maanden of een paar jaar niet meer besta. Het is niet het doodgaan waar ik mij grote zorgen over maak, maar om niet meer te leven.”

Zaterdag bracht de president in zijn buitenhuis in Latché, in Les Landes, een flink deel van de dag door met Franz-Olivier Giesbert, hoofdredacteur van het conservatieve dagblad Le Figaro. Vandaag publiceert de krant over twee volle pagina's de eerste helft van het gesprek, waarin Mitterrand duidelijk werkt aan zijn plaats in de geschiedenis.

Het staatshoofd constateert dat premier Balladur een grote belangstelling voor macht heeft, geeft een zeven voor diens werk, maar vraagt zich af of hij het huidige ritme van campagnevoeren nog acht maanden volhoudt. Ter linker zijde is volgens hem Jacques Delors de man “met de beste kansen om te winnen” en bij centrum-rechts geeft hij hoog op van oud-premier Raymond Barre. Maar voorlopig is er maar één president.

Over zijn eigen geschiedenis is de laatste dagen opwinding ontstaan nadat eind vorige week met zijn medewerking het boek Une Jeunesse Française is gepubliceerd. Daaruit blijkt dat Mitterrand in 1943 naar het Franse verzet is overgestapt - later dan hij totnogtoe heeft verteld - zonder duidelijk afstand te nemen van het collaborerende Vichy-regime van maarschalk Pétain waarvoor hij had gewerkt.

In het algemeen bestuur van Mitterrands Socialistische Partijs zijn gisteren bittere woorden gewisseld. Vooral over het feit dat Mitterrand steeds bevriend is gebleven met René Bousquet, de politiechef van Vichy die direct verantwoordelijk is geweest voor de deportatie van duizenden Joden naar de vernietigingskampen. De president noemt de nooit berechte en vorig jaar vermoorde Bousquet nu nog “een man van uitzonderlijk kaliber”.

In het uitvoerige vraaggesprek relativeert de president opnieuw zijn betrokkenheid bij het denken en doen van Vichy en legt de nadruk op de risico's die hij heeft gelopen in '43 en '44 door namens het verzet contact met de vrije Fransen en geallieerden in het buitenland op te nemen. De Frankische strijdbijl, de Vichy-onderscheiding die hij kreeg, was volgens Mitterrand “een excellent alibi” voor zijn verzetswerk.