Major is tegen plan voor 'harde kern' in EU

LEIDEN/PARIJS/BONN, 8 SEPT. De Britse premier Major heeft gisteren scherpe kritiek geuit op recente Franse en Duitse plannen voor de vorming van een harde kern van landen die een voortrekkersrol zou moeten spelen in het proces van Europese eenwording. Hij deed dit tijdens een toespraak aan de universiteit van Leiden

Major betoogde tijdens de William en Mary-lezing, die sinds 1988 jaarlijks wisselend op de universiteit van Leiden en in Cambridge wordt gehouden, dat samenwerking binnen de Europese Unie wel “flexibel” moet zijn, maar dat een harde kern van landen die zonder consensus een eigen parcours van integratie volgt, een “groot gevaar” is voor de toekomst van Europa. Groot-Brittannië is een volwaardig lid van de EU en streeft naar realistische Europese samenwerking die wordt ondersteund door de nationale bevolking, zei Major. Hij wil dat een einde wordt gemaakt aan de “karikatuur” van Groot-Brittannië als dwarsligger in de EU en wees op de bijdragen die Groot-Brittannië had geleverd aan de totstandkoming van de gemeenschappelijke markt, de begrotingsdiscipline en de deregulering.

De Duitse CDU/CSU presenteerde vorige week het plan voor een harde kern in de EU met het oog op de toekomstige uitbreiding van de EU en de conferentie in 1996 waar het Verdrag van Maastricht wordt herzien. Het document wijst Frankrijk, Duitsland en de Benelux aan als de landen die in de toekomst hecht zullen samenwerken, zonder dat andere lidstaten over die samenwerking hun veto kunnen uitspreken. Aanvankelijk zei de Duitse bondskanselier Kohl dat het plan van de CDU/CSU niet het Duitse regeringsstandpunt weergaf. Gisteren echter verdedigde Kohl tijdens een debat met SPD-leider Rudolf Scharping in het parlement de inhoud van het document met de bewering dat deze niet veel verschilt met wat in Frankrijk ook al is beweerd.

De Franse premier Balladur hield vorige week, eerder dan het CDU/CSU-rapport naar buiten kwam, een pleidooi voor een 'variabele geometrie' in Europa. Belangrijk verschil tussen de benadering in Bonn en die in Parijs is echter dat de Franse regering geen namen noemt van landen die niet mee mogen doen in de Europese eredivisie. “Het gaat er niet om wie dan ook uit te sluiten”, verduidelijkte de regeringswoordvoerder, minister Nocolas Sarkozy gisteren.