Major charmeert Nederland ondanks ergernis over EU

LEIDEN, 8 SEPT. Groot-Brittannië kan in de Europese ministerraad veto's uitspreken, onderhandelingen blokkeren, dwarsliggen en mopperen wat het wil, in Nederland - van alle EU-lidstaten toch wel de minst ontrouwe bondgenoot - kunnen de euro-sceptische Britten altijd rekenen op een vriendelijke ontvangst.

Toch gebruikte Britse premier Major gisteren de William and Mary-lezing, die sinds 1988 jaarlijks wisselend in Cambridge en Leiden door Britse en Nederlandse regeringsleiders wordt uitgesproken, niet alleen om van “harmonie”, “vriendschap” en “bewondering voor Nederland” te spreken. Deze herdenking van de Glorious Revolution in 1688 - waarbij de Hollandse stadhouder Willem III door zijn huwelijk met de Engelse koningsdochter Mary Stuart koning van Engeland werd - greep Major vooral aan om een plan van de Duitse bondsdagsfractie CDU/CSU hard af te wijzen.

In dat plan staat dat Frankrijk, Duitsland, België, Luxemburg én Nederland een voortrekkersrol moeten krijgen in het proces van Europese integratie. Andere landen moet het veto-recht over het verhoogde tempo van integratie van die 'harde kern' worden ontnomen. Het plan van de CDU/CSU, na aanvankelijke onduidelijkheid inmiddels ook min of meer onderschreven door de Duitse bondskanselier Kohl, moet in de toekomst voorkomen dat dwarsliggers als Groot-Brittannië het integratieproces van de harde kern belemmeren.

In een Unie met steeds meer lidstaten willen Frankrijk en Duitsland de 'verdieping' van de integratie garanderen volgens het principe dat wie mee wil doen meedoet en de anderen buiten mogen blijven. De Franse premier Balladur had vorige week in een vraaggesprek met het Franse dagblad Le Figaro ook al gepleit voor een 'variabele geometrie' in de EU met Frankrijk en Duitsland als voortrekkers.

Zóveel nieuws stond er eigenlijk niet in het Duitse document. Dat de EU-lidstaten niet allemaal in hetzelfde tempo hun wetgeving harmoniseren, staat al in het Verdrag van Maastricht (1991). Dat geldt voor de Europese Monetaire Unie (EMU) en op het gebied van justitie en veiligheid is men ook niet volledig gebonden. Groot-Brittannië kreeg op eigen verzoek bovendien een mogelijkheid om onder de sociale paragraaf van het Verdrag uit te komen (opt out), omdat het inmenging van Brussel in Britse sociale zaken onwenselijk vond. Kortom voor het Europe à la carte, de vrijblijvende Europese verbintenis zoals Groot-Brittannië die zo graag ziet, was met 'Maastricht' de kiem al gelegd.

Wel nieuw was dat in het document de namen zijn genoemd van de vijf landen die in het Europese integratie-proces voorop moeten lopen. Ook nieuw was de suggestie dat deze landen daarin door de achterblijvers niet belemmerd mogen worden. Hoe moest de Britse regering, die gewend is protest aan te tekenen tegen de 'dwang' uit Brussel, nu reageren op het Duitse plan dat haar ineens tot niets meer zou verplichten? Moest Major opgelucht ademhalen, of juist kwaad zijn omdat hij was buitengesloten?

Het was het laatste, zo bleek gisteren. “Er is en er zal in de EU geen exclusieve harde kern zijn, noch van landen noch van beleid”, zei Major. Hij is voorstander van “flexibiliteit” in de EU en daarom had hij de voorstellen uit Duitsland en Frankrijk voor meerdere snelheden binnen de EU ook met belangstelling bekeken. Maar er mag zich geen scheiding gaan aftekenen tussen landen in de eerste en in de tweede Europese divisie, zei hij. De manier waarop de EU zich ontwikkelt moet acceptabel zijn voor alle lidstaten, niemand mag worden buitengesloten, vond Major. Zelf kiezen om niet mee te doen is eén ding, maar ervan te worden weerhouden is iets heel anders. Dat moet “boven alles worden vermeden”, aldus de premier.

Major moet zich met old friend Lubbers op de eerste rij in het auditorium van de universiteit van Leiden op zijn gemak hebben gevoeld. De Franse regering vraagt zich af wanneer Nederland Les Rosbifs nu eens laat voor wat zij zijn. Duitsland begrijpt niet waarom Nederland na vijftig jaar zijn buren nog altijd wantrouwt. En samen willen ze Nederland verleiden tot Europese samenwerking in de continentale ere-divisie. Maar Nederland blijft gevoelig voor de Britse charme. “We lijken op elkaar en we hebben hetzelfde gevoel voor humor”, luidde vlak na het debakel op Korfoe - waar Nederland samen met Groot-Brittannië de door Duitsland en Frankrijk gewenste benoeming van de Belgische premier Dehaene tot voorzitter van de Europese Commissie dwarsboomde - de psychologische verklaring van een hoge regeringsfunctionaris voor de Brits-Nederlandse band.

Nu Frankrijk en Duitsland erop aan lijken te sturen het compromis van Maastricht tussen 'verdiepers' en 'verbreders' tijdens de herziening van het Verdrag in 1996 te laten exploderen, is de vraag hoe lang Nederland de liaison met de eurosceptische Britten ongestraft kan handhaven. Moet Nederland kiezen? “Nee” zei de nieuwe minister van buitenlandse zaken Hans van Mierlo gisteren na afloop van de lezing. “Het is goed dat het CDU/CSU-document er is. Maar ik zie voorlopig niet in waarom we de goede betrekkingen met Groot-Brittannië moeten wijzigen.”